Spreuken 9:4

Statenvertaling (States Bible)

Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 6:32 : 32 Maar die met een vrouw overspel doet, is verstandeloos; hij verderft zijn ziel, die dat doet;
  • Spr 9:16 : 16 Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:
  • Matt 11:25 : 25 In diezelve tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde! dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard.
  • Spr 8:5 : 5 Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.
  • Ps 19:7 : 7 Haar uitgang is van het einde des hemels, en haar omloop tot aan de einden deszelven; en niets is verborgen voor haar hitte.
  • Ps 119:130 : 130 De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
  • Spr 1:22 : 22 Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten?
  • Opb 3:17-18 : 17 Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt. 18 Ik raad u dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden, en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.
  • Opb 22:17 : 17 En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 9:13-16
    4 verzen
    96%

    13Een zotte vrouw is woelachtig, de slechtigheid zelve, en weet niet met al.

    14En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad;

    15Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende:

    16Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:

  • Spr 9:5-6
    2 verzen
    83%

    5Komt, eet van Mijn brood, en drinkt van den wijn, dien Ik gemengd heb.

    6Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.

  • Spr 9:1-3
    3 verzen
    81%

    1De opperste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd; Zij heeft Haar zeven pilaren gehouwen.

    2Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht.

    3Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad:

  • Spr 1:20-23
    4 verzen
    79%

    20De opperste Wijsheid roept overluid daar buiten; Zij verheft haar stem op de straten.

    21Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad;

    22Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten?

    23Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.

  • Spr 8:1-5
    5 verzen
    78%

    1Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem?

    2Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse, waar paden zijn, staat Zij;

    3Aan de zijde der poorten, voor aan de stad, aan den ingang der deuren roept Zij overluid:

    4Tot u, o mannen! roep Ik, en Mijn stem is tot de mensenkinderen.

    5Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.

  • Spr 7:7-8
    2 verzen
    75%

    7En ik zag onder de slechten; ik merkte onder de jonge gezellen een verstandelozen jongeling;

    8Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.

  • Spr 7:11-12
    2 verzen
    75%

    11Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;

    12Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

  • Spr 1:4-5
    2 verzen
    73%

    4Om den slechten kloekzinnigheid te geven, den jongeling wetenschap en bedachtzaamheid.

    5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.

  • 25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • Spr 4:5-8
    4 verzen
    73%

    5Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds.

    6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

    7De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting.

    8Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult.

  • Spr 7:21-22
    2 verzen
    73%

    21Zij bewoog hem door de veelheid van haar onderricht, zij dreef hem aan door het gevlei harer lippen.

    22Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien.

  • 32Want de afkering der slechten zal hen doden, en de voorspoed der zotten zal hen verderven.

  • Spr 7:4-5
    2 verzen
    72%

    4Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en heet het verstand uw bloedvriend;

    5Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.

  • 8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

  • 8Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen der schapen, en weid uw geiten bij de woningen der herderen.

  • 6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

  • 15De slechte gelooft alle woord; maar de kloekzinnige merkt op zijn gang.

  • Spr 3:17-18
    2 verzen
    71%

    17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

    18Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.

  • 4Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;

  • 18Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.

  • 1Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.

  • 8De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.

  • 9Zij zijn alle recht voor dengene, die verstandig is, en rechtmatig voor degenen, die wetenschap vinden.

  • 16Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;

  • 26Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

  • 34Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.

  • 2Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;

  • 22Het verstand dergenen, die het bezitten, is een springader des levens; maar de tucht der dwazen is dwaasheid.