Spreuken 8:34

Statenvertaling (States Bible)

Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 3:13 : 13 Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!
  • Spr 3:18 : 18 Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.
  • Matt 7:24 : 24 Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;
  • Luk 1:6 : 6 En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk.
  • Luk 10:39 : 39 En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde.
  • Luk 11:28 : 28 Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn degenen, die het Woord Gods horen, en hetzelve bewaren.
  • Joh 8:31-32 : 31 Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Indien gijlieden in Mijn woord blijft, zo zijt gij waarlijk Mijn discipelen; 32 En zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.
  • Hand 2:42 : 42 En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.
  • Hand 17:11-12 : 11 En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren. 12 Velen dan uit hen geloofden, en van de Griekse eerlijke vrouwen en van de mannen niet weinige.
  • Jak 1:22-25 : 22 En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende. 23 Want zo iemand een hoorder is des Woords, en niet een dader, die is een man gelijk, welke zijn aangeboren aangezicht bemerkt in een spiegel; 24 Want hij heeft zichzelven bemerkt, en is weggegaan, en heeft terstond vergeten, hoedanig hij was. 25 Maar die inziet in de volmaakte wet, die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze, geen vergetelijk hoorder geworden zijnde, maar een dader des werks, deze, zeg ik, zal gelukzalig zijn in dit zijn doen.
  • Ps 27:4 : 4 Een ding heb ik van den HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel.
  • Ps 84:10 : 10 O God, ons Schild! zie, en aanschouw het aangezicht Uws gezalfden.
  • Ps 92:13 : 13 De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon.
  • Spr 1:21 : 21 Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad;
  • Spr 2:3-4 : 3 Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid; 4 Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 35Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den HEERE.

  • Spr 8:31-33
    3 verzen
    78%

    31Spelende in de wereld Zijns aardrijks, en Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen.

    32Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren.

    33Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.

  • Spr 8:1-4
    4 verzen
    76%

    1Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem?

    2Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse, waar paden zijn, staat Zij;

    3Aan de zijde der poorten, voor aan de stad, aan den ingang der deuren roept Zij overluid:

    4Tot u, o mannen! roep Ik, en Mijn stem is tot de mensenkinderen.

  • 13Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!

  • 6Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit;

  • 21Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad;

  • Spr 3:17-18
    2 verzen
    71%

    17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

    18Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.

  • Spr 9:14-16
    3 verzen
    71%

    14En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad;

    15Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende:

    16Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:

  • Spr 8:17-18
    2 verzen
    71%

    17Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.

    18Rijkdom en eer is bij Mij, duurachtig goed en gerechtigheid.

  • 8Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.

  • 20Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.

  • 5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.

  • 33Maar die naar Mij hoort, zal zeker wonen, en hij zal gerust zijn van de vreze des kwaads.

  • 10Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden.

  • 1Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;

  • 24Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds.

  • 70%

    1Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters;

  • 4Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:

  • 8Welgelukzalig zijn uw mannen, welgelukzalig deze uw knechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uw wijsheid horen!

  • 4Ziet, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest.

  • Spr 2:1-2
    2 verzen
    69%

    1Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt;

    2Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;

  • 31Het oor, dat de bestraffing des levens hoort, zal in het midden der wijzen vernachten.

  • 28Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn degenen, die het Woord Gods horen, en hetzelve bewaren.

  • Spr 5:7-8
    2 verzen
    69%

    7Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.

    8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

  • 17Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;

  • 1Een lied Hammaaloth. Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt.

  • 6Hoort, want ik zal vorstelijke dingen spreken, en de opening Mijner lippen zal enkel billijkheid zijn.

  • 8Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.

  • 19Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem;

  • 4Hij nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden, en leef.

  • 10O God, ons Schild! zie, en aanschouw het aangezicht Uws gezalfden.

  • 12Lamed. Komt, gij, kinderen! hoort naar mij! ik zal u des HEEREN vreze leren.

  • 1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.

  • 3HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.

  • 12Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

  • 32Als ik dat aanschouwde, nam ik het ter harte; ik zag het, en nam onderwijzing aan;

  • 7Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn stoel op de straat liet bereiden.

  • 13O gij bewoonster der hoven! de metgezellen merken op uw stem; doe ze Mij horen.

  • 31Thau. Geef haar van de vrucht harer handen, en laat haar werken haar prijzen in de poorten.