Spreuken 8:33

Statenvertaling (States Bible)

Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 4:1 : 1 Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.
  • Spr 5:1 : 1 Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;
  • Spr 1:2-3 : 2 Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen des verstands; 3 Om aan te nemen onderwijs van goed verstand, gerechtigheid, en recht, en billijkheden;
  • Spr 1:8 : 8 Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;
  • Spr 1:21 : 21 Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad;
  • Ps 81:11-12 : 11 Ik ben de Heere, uw God, Die u heb opgevoerd uit het land van Egypte; doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen. 12 Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israel heeft Mijner niet gewild.
  • Jes 55:1-3 : 1 O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk! 2 Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan? Hoort aandachtiglijk naar Mij, en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen. 3 Neigt uw oor, en komt tot Mij, hoort, en uw ziel zal leven; want Ik zal met u een eeuwig verbond maken, en u geven de gewisse weldadigheden van David.
  • Hand 7:35-37 : 35 Dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter gesteld? dezen, zeg ik, heeft God tot een overste en verlosser gezonden, door de hand des Engels, Die hem verschenen was in het doornenbos. 36 Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren. 37 Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israels gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen.
  • Rom 10:16-17 : 16 Doch zij zijn niet allen het Evangelie gehoorzaam geweest; want Jesaja zegt: Heere, wie heeft onze prediking geloofd? 17 Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods.
  • Heb 12:25 : 25 Ziet toe, dat gij Dien, Die spreekt, niet verwerpt; want indien dezen niet zijn ontvloden, die dengene verwierpen, welke op aarde Goddelijke antwoorden gaf, veelmeer zullen wij niet ontvlieden, zo wij ons van Dien afkeren, Die van de hemelen is;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 32Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren.

  • Spr 15:31-32
    2 verzen
    78%

    31Het oor, dat de bestraffing des levens hoort, zal in het midden der wijzen vernachten.

    32Die de tucht verwerpt, die versmaadt zijn ziel; maar die de bestraffing hoort, krijgt verstand.

  • 34Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.

  • Spr 1:7-8
    2 verzen
    77%

    7De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.

    8Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;

  • Spr 4:1-2
    2 verzen
    76%

    1Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.

    2Dewijl ik ulieden goede leer geve, verlaat mijn wet niet.

  • 1Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;

  • 10Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver, en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud.

  • 5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.

  • 33Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.

  • 17Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.

  • 17Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;

  • 20Hoor raad, en ontvang tucht, opdat gij in uw laatste wijs zijt.

  • 1Een wijs zoon hoort de tucht des vaders; maar een spotter hoort de bestraffing niet.

  • 12Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • 5Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds.

  • 7Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.

  • Spr 2:1-2
    2 verzen
    74%

    1Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt;

    2Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;

  • Spr 7:24-25
    2 verzen
    74%

    24Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds.

    25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • 20Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.

  • 27Laat af, mijn zoon, horende de tucht, af te dwalen van de redenen der wetenschap.

  • 5Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.

  • 18Armoede en schande is desgenen, die de tucht verwerpt; maar die de bestraffing waarneemt; zal geeerd worden.

  • 9Leer den wijze, zo zal hij nog wijzer worden; onderwijs den rechtvaardige, zo zal hij in leer toenemen.

  • 5Een dwaas zal de tucht zijns vaders versmaden; maar die de bestraffing waarneemt, zal kloekzinniglijk handelen.

  • 10Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden.

  • 16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

  • 8Die wijs van hart is, neemt de geboden aan; maar die dwaas is van lippen, zal omgeworpen worden.

  • 3Om aan te nemen onderwijs van goed verstand, gerechtigheid, en recht, en billijkheden;

  • 9Spreek niet voor het oor van een zot, want hij zou het verstand uwer woorden verachten.

  • 6Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.

  • 25En gij al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt;

  • 15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  • 5Het is beter te horen het bestraffen des wijzen, dan dat iemand hore het gezang der dwazen.

  • 2Hoort, gij wijzen, mijn woorden, en gij verstandigen, neigt de oren naar mij.

  • 23Neemt ter ore en hoort mijn stem, merkt op en hoort mijn rede!

  • 13Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar ze, want zij is uw leven.

  • 15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • 23Koop de waarheid, en verkoop ze niet, mitsgaders wijsheid, en tucht, en verstand.

  • 1Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.

  • 23Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.

  • Spr 5:12-13
    2 verzen
    71%

    12En zegt: Hoe heb ik de tucht gehaat, en mijn hart de bestraffing versmaad!

    13En heb niet gehoord naar de stem mijner onderwijzers, noch mijn oren geneigd tot mijn leraars!

  • 30Zij hebben in Mijn raad niet bewilligd; al Mijn bestraffingen hebben zij versmaad;