Spreuken 4:13

Statenvertaling (States Bible)

Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar ze, want zij is uw leven.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 3:18 : 18 Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.
  • Spr 3:22 : 22 Want zij zullen het leven voor uw ziel zijn, en een aangenaamheid voor uw hals.
  • Spr 23:23 : 23 Koop de waarheid, en verkoop ze niet, mitsgaders wijsheid, en tucht, en verstand.
  • Heb 2:1 : 1 Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.
  • Opb 2:13 : 13 Ik weet uw werken, en waar gij woont; namelijk daar de troon des satans is, en gij houdt Mijn Naam, en hebt Mijn geloof niet verloochend, ook in die dagen, in welke Antipas, Mijn getrouwe getuige was, welke gedood is bij ulieden, daar de satan woont.
  • Opb 12:11 : 11 En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot den dood toe.
  • Gen 32:26 : 26 En Hij zeide: Laat Mij gaan, want de dageraad is opgegaan. Maar hij zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent.
  • Deut 32:47 : 47 Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.
  • Pred 7:12 : 12 Want de wijsheid is tot een schaduw, en het geld is tot een schaduw; maar de uitnemendheid der wetenschap is, dat de wijsheid haar bezitters het leven geeft.
  • Hoogl 3:4 : 4 Toen ik een weinigje van hen weggegaan was, vond ik Hem, Dien mijn ziel liefheeft; ik hield Hem vast, en liet Hem niet gaan, totdat ik Hem in mijner moeders huis gebracht had, en in de binnenste kamer van degene, die mij gebaard heeft.
  • Luk 24:27-29 : 27 En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was. 28 En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou. 29 En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.
  • Joh 4:39-42 : 39 En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb. 40 Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef; en Hij bleef aldaar twee dagen. 41 En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil; 42 En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.
  • Joh 6:68 : 68 Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.
  • Hand 2:42 : 42 En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.
  • Hand 11:23 : 23 Dewelke, daar gekomen zijnde, en de genade Gods ziende, werd verblijd, en vermaande hen allen, dat zij met een voornemen des harten bij den Heere zouden blijven.
  • 1 Thess 5:21 : 21 Beproeft alle dingen; behoudt het goede.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 4:4-8
    5 verzen
    79%

    4Hij nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden, en leef.

    5Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds.

    6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

    7De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting.

    8Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult.

  • Spr 4:10-12
    3 verzen
    78%

    10Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden.

    11Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.

    12In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult gij niet struikelen.

  • Spr 4:14-15
    2 verzen
    77%

    14Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

    15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • Spr 4:20-23
    4 verzen
    75%

    20Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.

    21Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten.

    22Want zij zijn het leven dengenen, die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees.

    23Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.

  • 18Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.

  • 25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • Spr 5:5-7
    3 verzen
    74%

    5Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.

    6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

    7Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.

  • Spr 6:20-24
    5 verzen
    73%

    20Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet.

    21Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals.

    22Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken.

    23Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;

    24Om u te bewaren voor de kwade vrouw, voor het gevlei der vreemde tong.

  • Spr 3:21-23
    3 verzen
    73%

    21Mijn zoon! laat ze niet afwijken van uw ogen; bewaar de bestendige wijsheid en bedachtzaamheid.

    22Want zij zullen het leven voor uw ziel zijn, en een aangenaamheid voor uw hals.

    23Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.

  • Spr 2:19-20
    2 verzen
    73%

    19Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;

    20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • 11Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;

  • 8Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;

  • 18Het is goed, dat gij daaraan vasthoudt, en trek ook uw hand van dit niet af; want die God vreest, dien ontgaat dat al.

  • 5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.

  • Spr 4:26-27
    2 verzen
    72%

    26Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.

    27Wijk niet ter rechter hand of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.

  • 17Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.

  • Spr 4:1-2
    2 verzen
    72%

    1Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.

    2Dewijl ik ulieden goede leer geve, verlaat mijn wet niet.

  • 15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  • 33Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.

  • 10Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver, en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud.

  • 1Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg.

  • 1Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.

  • 16Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen.

  • 14Des wijzen leer is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods.

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • 1Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt;

  • 25Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.

  • 26Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden.