Spreuken 2:19

Statenvertaling (States Bible)

Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Pred 7:26 : 26 En ik vond een bitterder ding, dan de dood: een vrouw, welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn; wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; daarentegen de zondaar zal van haar gevangen worden.
  • Ps 81:12 : 12 Maar Mijn volk heeft Mijn stem niet gehoord; en Israel heeft Mijner niet gewild.
  • Spr 4:18 : 18 Maar het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe.
  • Jer 13:23 : 23 Zal ook een Moorman zijn huid veranderen? of een luipaard zijn vlekken? Zo zult gijlieden ook kunnen goed doen, die geleerd zijt kwaad te doen.
  • Hos 4:14 : 14 Ik zal over uw dochteren geen bezoeking doen, omdat zij hoereren, en over uw bruiden, omdat zij overspel doen; want zij zelven scheiden zich af met de hoeren, en offeren met de snoodste hoeren; het volk dan, dat geen verstand heeft zal omgekeerd worden.
  • Matt 19:24-26 : 24 En wederom zeg Ik u: Het is lichter, dat een kemel ga door het oog van een naald, dan dat een rijke inga in het Koninkrijk Gods. 25 Zijn discipelen nu, dit horende, werden zeer verslagen, zeggende: Wie kan dan zalig worden? 26 En Jezus, hen aanziende, zeide tot hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk.
  • Heb 6:18 : 18 Opdat wij, door twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is dat God liege, een sterke vertroosting zouden hebben, wij namelijk, die de toevlucht genomen hebben, om de voorgestelde hoop vast te houden;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 2:15-18
    4 verzen
    88%

    15Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;

    16Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;

    17Die den leidsman harer jonkheid verlaat, en het verbond haars Gods vergeet;

    18Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.

  • Spr 5:4-6
    3 verzen
    82%

    4Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.

    5Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.

    6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

  • 20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • Spr 7:25-27
    3 verzen
    78%

    25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

    26Want zij heeft veel gewonden nedergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele.

    27Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods.

  • Spr 5:8-9
    2 verzen
    74%

    8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

    9Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;

  • Spr 4:13-15
    3 verzen
    74%

    13Grijp de tucht aan, laat niet af; bewaar ze, want zij is uw leven.

    14Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

    15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • Spr 3:17-18
    2 verzen
    74%

    17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

    18Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.

  • 16Een mens, die van den weg des verstands afdwaalt, zal in de gemeente der doden rusten.

  • 18De gangen haars wegs wenden zich ter zijde af; zij lopen op in het woeste, en vergaan.

  • 24De weg des levens is den verstandige naar boven; opdat hij afwijke van de hel, beneden.

  • 10Hij zal niet meer wederkeren tot zijn huis, en zijn plaats zal hem niet meer kennen.

  • 15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  • 13Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis;

  • 12Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.

  • Spr 9:15-16
    2 verzen
    71%

    15Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende:

    16Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:

  • 28In het pad der gerechtigheid is het leven; en in den weg van haar voetpad is de dood niet.

  • 26En ik vond een bitterder ding, dan de dood: een vrouw, welker hart netten en garen, en haar handen banden zijn; wie goed is voor Gods aangezicht, zal van haar ontkomen; daarentegen de zondaar zal van haar gevangen worden.

  • Hos 2:6-7
    2 verzen
    70%

    6En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelve niet aantreffen; en zij zal hen zoeken, maar niet vinden; dan zal zij zeggen: Ik zal henengaan, en keren weder tot mijn vorigen Man, want toen was mij beter dan nu.

    7Zij bekent toch niet, dat Ik haar het koren, en den most, en de olie gegeven heb, en haar het zilver en goud vermenigvuldigd heb, dat zij tot den Baal gebruikt hebben.

  • 22Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien.

  • 8Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.

  • 25Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.

  • 26Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

  • 18Maar hij weet niet, dat aldaar doden zijn; haar genoden zijn in de diepten der hel.

  • 19Alzo is de gerechtigheid ten leven, gelijk die het kwade najaagt, naar zijn dood jaagt.

  • 17De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart.

  • 4Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:

  • 6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

  • 5Doornen en strikken, zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken.

  • Spr 7:11-12
    2 verzen
    69%

    11Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;

    12Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

  • 19Hoewel hij zijn ziel in zijn leven zegent, en zij u loven, omdat gij uzelven goed doet;

  • 21Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.

  • 8Den weg des vredes kennen zij niet; en er is geen recht in hun gangen; hun paden maken zij verkeerd voor zich zelven, al wie daarop gaat, die kent den vrede niet.

  • 19Zo zijn de paden van een iegelijk, die gierigheid pleegt; zij zal de ziel van haar meester vangen.

  • 15Hebt gij het pad der eeuw waargenomen, dat de ongerechtige lieden betreden hebben?

  • 22Want weinige jaren in getal zullen er nog aankomen, en ik zal het pad henengaan, waardoor ik niet zal wederkeren.

  • 32O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.