Psalmen 49:19

Statenvertaling (States Bible)

Hoewel hij zijn ziel in zijn leven zegent, en zij u loven, omdat gij uzelven goed doet;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 33:30 : 30 Opdat hij zijn ziel afkere van het verderf, en hij verlicht worde met het licht der levenden.
  • Gen 15:15 : 15 En gij zult tot uw vaderen gaan met vrede; gij zult in goeden ouderdom begraven worden.
  • Ps 56:13 : 13 O God! op mij zijn Uw geloften; ik zal U dankzeggingen vergelden; [ (Psalms 56:14) Want Gij hebt mijn ziel gered van den dood; ook niet mijn voeten van aanstoot, om voor Gods aangezicht te wandelen in het licht der levenden? ]
  • Pred 3:21 : 21 Wie merkt, dat de adem van de kinderen der mensen opvaart naar boven, en de adem der beesten nederwaarts vaart in de aarde?
  • Pred 12:7 : 7 En dat het stof wederom tot aarde keert, als het geweest is; en de geest weder tot God keert, Die hem gegeven heeft.
  • Matt 8:12 : 12 En de kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; aldaar zal wening zijn, en knersing der tanden.
  • Matt 22:13 : 13 Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden.
  • Luk 12:20 : 20 Maar God zeide tot hem: Gij dwaas! in dezen nacht zal men uw ziel van u afeisen; en hetgeen gij bereid hebt, wiens zal het zijn?
  • Luk 16:22-23 : 22 En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham. 23 En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot.
  • Jud 1:13 : 13 Wilde baren der zee, hun eigen schande opschuimende; dwalende sterren, denwelken de donkerheid der duisternis in der eeuwigheid bewaard wordt.
  • 1 Kon 16:6 : 6 En Baesa ontsliep met zijn vaderen, en werd begraven te Thirza; en zijn zoon Ela regeerde in zijn plaats.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 49:17-18
    2 verzen
    78%

    17Vrees niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt;

    18Want hij zal in zijn sterven niet met al medenemen, zijn eer zal hem niet nadalen.

  • Job 18:17-20
    4 verzen
    78%

    17Zijn gedachtenis zal vergaan van de aarde, en hij zal geen naam hebben op de straten.

    18Men zal hem stoten van het licht in de duisternis, en men zal hem van de wereld verjagen.

    19Hij zal geen zoon, noch neef hebben onder zijn volk; en niemand zal in zijn woningen overig zijn.

    20Over zijn dag zullen de nakomelingen verbaasd zijn, en de ouden met schrik bevangen worden.

  • Job 20:7-11
    5 verzen
    77%

    7Zal hij, gelijk zijn drek, in eeuwigheid vergaan; die hem gezien hadden, zullen zeggen: Waar is hij?

    8Hij zal wegvlieden als een droom, dat men hem niet vinden zal, en hij zal verjaagd worden als een gezicht des nachts.

    9Het oog, dat hem zag, zal het niet meer doen; en zijn plaats zal hem niet meer aanschouwen.

    10Zijn kinderen zullen zoeken den armen te behagen; en zijn handen zullen zijn vermogen moeten weder uitkeren.

    11Zijn beenderen zullen vol van zijn verborgene zonden zijn; van welke elkeen met hem op het stof nederliggen zal.

  • Ps 49:9-10
    2 verzen
    76%

    9(Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);

    10Dat hij ook voortaan geduriglijk zou leven, en de verderving niet zien.

  • Job 7:9-10
    2 verzen
    75%

    9Een wolk vergaat en vaart henen; alzo die in het graf daalt, zal niet weder opkomen.

    10Hij zal niet meer wederkeren tot zijn huis, en zijn plaats zal hem niet meer kennen.

  • 19Rijk ligt hij neder, en wordt niet weggenomen; doet hij zijn ogen open, zo is hij er niet.

  • 32Eindelijk wordt hij naar de graven gebracht, en is gedurig in den aardhoop.

  • Job 15:29-30
    2 verzen
    75%

    29Hij zal niet rijk worden, en zijn vermogen zal niet bestaan; en hun volmaaktheid zal zich niet uitbreiden op de aarde.

    30Hij zal van de duisternis niet ontwijken, de vlam zal zijn scheut verdrogen; hij zal wijken door het geblaas zijns monds.

  • Job 18:5-6
    2 verzen
    74%

    5Ja, het licht der goddelozen zal uitgeblust worden, en de vonk zijns vuurs zal niet glinsteren.

    6Het licht zal verduisteren in zijn tent, en zijn lamp zal over hem uitgeblust worden.

  • 20Zo zal zij toch komen tot het geslacht harer vaderen; tot in eeuwigheid zullen zij het licht niet zien. [ (Psalms 49:21) De mens, die in waarde is, en geen verstand heeft, wordt gelijk als de beesten, die vergaan. ]

  • Pred 6:4-6
    3 verzen
    74%

    4Want met ijdelheid komt zij, en in duisternis gaat zij weg, en met duisternis wordt haar naam bedekt.

    5Ook heeft zij de zon niet gezien, noch bekend; zij heeft meer rust dan hij.

    6Ja, al leefde hij schoon tweemaal duizend jaren, en het goede niet zag; gaan zij niet allen naar een plaats?

  • Job 14:21-22
    2 verzen
    73%

    21Zijn kinderen komen tot eer, en hij weet het niet; of zij worden klein, en hij let niet op hen.

    22Maar zijn vlees, nog aan hem zijnde, heeft smart; en zijn ziel, in hem zijnde, heeft rouw.

  • 12Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen van geslacht tot geslacht; zij noemen de landen naar hun namen.

  • 28Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet.

  • 4Zijn geest gaat uit, hij keert wederom tot zijn aarde; te dienzelfden dage vergaan zijn aanslagen.

  • 15Zijn overgeblevenen zullen in den dood begraven worden, en zijn weduwen zullen niet wenen.

  • 14Deze hun weg is een dwaasheid van hen; nochtans hebben hun nakomelingen een welbehagen in hun woorden. Sela.

  • 48Gedenk van hoedanige eeuw ik ben; waarom zoudt Gij aller mensenkinderen tevergeefs geschapen hebben?

  • 22En zijn ziel nadert ten verderve, en zijn leven tot de dingen, die doden.

  • 12Alzo ligt de mens neder, en staat niet op; totdat de hemelen niet meer zijn, zullen zij niet opwaken, noch uit hun slaap opgewekt worden.

  • 21Eer ik henenga (en niet wederkom) in een land der duisternis en der schaduwe des doods;

  • 20Gij zult bij dezelve niet gevoegd worden in de begrafenis; want gij hebt uw land verdorven, en uw volk gedood; het zaad der boosdoeners zal in der eeuwigheid niet genoemd worden.

  • 14Gelijk als hij voortgekomen is uit zijner moeders buik, alzo zal hij naakt wederkeren, gaande gelijk hij gekomen was; en hij zal niet medenemen van zijn arbeid, dat hij met zijn hand zou wegdragen.

  • 23Hij zal sterven, omdat hij zonder tucht geweest is, en in de grootheid zijner dwaasheid zal hij verdwalen.

  • 17Ziet, wat ik gezien heb, een goede zaak, die schoon is: te eten en te drinken, en te genieten het goede van al zijn arbeid, die hij bearbeid heeft onder de zon, gedurende het getal der dagen zijns levens, hetwelk God hem geeft; want dat is zijn deel.

  • 15En gij zult tot uw vaderen gaan met vrede; gij zult in goeden ouderdom begraven worden.

  • 2Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet.

  • 5Want de levenden weten, dat zij sterven zullen, maar de doden weten niet met al; zij hebben ook geen loon meer, maar hun gedachtenis is vergeten.

  • 22Hij gelooft niet uit de duisternis weder te keren, maar dat hij beloerd wordt ten zwaarde.

  • 12Maar in de plaats, waarhenen zij hem gevankelijk hebben weggevoerd, zal hij sterven, en dit land zal hij niet meer zien.

  • 11Ik zeide: Ik zal den HEERE niet meer zien, den HEERE, in het land der levenden; ik zal de mensen niet meer aanschouwen met de inwoners der wereld.

  • 16Zij zullen ondervaren met de handbomen des grafs, als er rust te zamen in het stof wezen zal.

  • 25De ander daarentegen sterft met een bittere ziel, en hij heeft van het goede niet gegeten.

  • 21Want wat lust zou hij na zich aan zijn huis hebben, als het getal zijner maanden afgesneden is?