Job 15:29

Statenvertaling (States Bible)

Hij zal niet rijk worden, en zijn vermogen zal niet bestaan; en hun volmaaktheid zal zich niet uitbreiden op de aarde.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 27:16-17 : 16 Zo hij zilver opgehoopt zal hebben als stof, en kleding bereid als leem; 17 Hij zal ze bereiden, maar de rechtvaardige zal ze aantrekken, en de onschuldige zal het zilver delen.
  • Ps 49:16-17 : 16 Maar God zal mijn ziel van het geweld des grafs verlossen, want Hij zal mij opnemen. Sela. 17 Vrees niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt;
  • Luk 12:19-21 : 19 En ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel! gij hebt vele goederen, die opgelegd zijn voor vele jaren, neem rust, eet, drink, wees vrolijk. 20 Maar God zeide tot hem: Gij dwaas! in dezen nacht zal men uw ziel van u afeisen; en hetgeen gij bereid hebt, wiens zal het zijn? 21 Alzo is het met dien, die zichzelven schatten vergadert, en niet rijk is in God.
  • Luk 16:2 : 2 En hij riep hem, en zeide tot hem: Hoe hoor ik dit van u? Geef rekenschap van uw rentmeesterschap; want gij zult niet meer kunnen rentmeester zijn.
  • Luk 16:19-22 : 19 En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. 20 En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; 21 En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren. 22 En het geschiedde, dat de bedelaar stierf, en van de engelen gedragen werd in den schoot van Abraham.
  • Jak 1:11 : 11 Want de zon is opgegaan met de hitte, en heeft het gras dor gemaakt, en zijn bloem is afgevallen, en de schone gedaante haars aanschijns is vergaan; alzo zal ook de rijke in zijn wegen verwelken.
  • Jak 5:1-3 : 1 Welaan nu, gij rijken, weent en huilt over uw ellendigheden, die over u komen. 2 Uw rijkdom is verrot, en uw klederen zijn van de motten gegeten geworden; 3 Uw goud en zilver is verroest; en hun roest zal u zijn tot een getuigenis, en zal uw vlees als een vuur verteren; gij hebt schatten vergaderd in de laatste dagen.
  • Job 20:22-28 : 22 Als zijn genoegzaamheid zal vol zijn, zal hem bang zijn; alle hand des ellendigen zal over hem komen. 23 Er zij wat om zijn buik te vullen; God zal over hem de hitte Zijns toorns zenden, en over hem regenen op zijn spijze. 24 Hij zij gevloden van de ijzeren wapenen, de stalen boog zal hem doorschieten. 25 Men zal het zwaard uittrekken, het zal uit het lijf uitgaan, en glinsterende uit zijn gal voortkomen; verschrikkingen zullen over hem zijn. 26 Alle duisternis zal verborgen zijn in zijn schuilplaatsen; een vuur, dat niet opgeblazen is, zal hem verteren; den overigen in zijn tent zal het kwalijk gaan. 27 De hemel zal zijn ongerechtigheid openbaren, en de aarde zal zich tegen hem opmaken. 28 De inkomste van zijn huis zal weggevoerd worden; het zal al henenvloeien in den dag Zijns toorns.
  • Job 22:15-20 : 15 Hebt gij het pad der eeuw waargenomen, dat de ongerechtige lieden betreden hebben? 16 Die rimpelachtig gemaakt zijn, als het de tijd niet was; een vloed is over hun grond uitgestort; 17 Die zeiden tot God: Wijk van ons! En wat had de Almachtige hun gedaan? 18 Hij had immers hun huizen met goed gevuld; daarom is de raad der goddelozen verre van mij. 19 De rechtvaardigen zagen het, en waren blijde, en de onschuldige bespotte hen; 20 Dewijl onze stand niet verdelgd is, maar het vuur hun overblijfsel verteerd heeft.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 15:30-32
    3 verzen
    84%

    30Hij zal van de duisternis niet ontwijken, de vlam zal zijn scheut verdrogen; hij zal wijken door het geblaas zijns monds.

    31Hij betrouwe niet op ijdelheid, waardoor hij verleid wordt; want ijdelheid zal zijn vergelding wezen.

    32Als zijn dag nog niet is, zal hij vervuld worden; want zijn tak zal niet groenen.

  • 28En heeft bewoond verdelgde steden, en huizen, die men niet bewoonde, die gereed waren tot steen hopen te worden.

  • Job 18:14-19
    6 verzen
    80%

    14Zijn vertrouwen zal uit zijn tent uitgerukt worden; zulks zal hem doen treden tot den koning der verschrikkingen.

    15Zij zal wonen in zijn tent, waar zij de zijne niet is; zijn woning zal met zwavel overstrooid worden.

    16Van onder zullen zijn wortelen verdorren, en van boven zal zijn tak afgesneden worden.

    17Zijn gedachtenis zal vergaan van de aarde, en hij zal geen naam hebben op de straten.

    18Men zal hem stoten van het licht in de duisternis, en men zal hem van de wereld verjagen.

    19Hij zal geen zoon, noch neef hebben onder zijn volk; en niemand zal in zijn woningen overig zijn.

  • 19Rijk ligt hij neder, en wordt niet weggenomen; doet hij zijn ogen open, zo is hij er niet.

  • 15Hij zal op zijn huis leunen, maar het zal niet bestaan; hij zal zich daaraan vasthouden, maar het zal niet staande blijven.

  • Ps 49:16-17
    2 verzen
    77%

    16Maar God zal mijn ziel van het geweld des grafs verlossen, want Hij zal mij opnemen. Sela.

    17Vrees niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt;

  • 10Hij zal niet meer wederkeren tot zijn huis, en zijn plaats zal hem niet meer kennen.

  • Job 20:7-9
    3 verzen
    76%

    7Zal hij, gelijk zijn drek, in eeuwigheid vergaan; die hem gezien hadden, zullen zeggen: Waar is hij?

    8Hij zal wegvlieden als een droom, dat men hem niet vinden zal, en hij zal verjaagd worden als een gezicht des nachts.

    9Het oog, dat hem zag, zal het niet meer doen; en zijn plaats zal hem niet meer aanschouwen.

  • 14Gelijk als hij voortgekomen is uit zijner moeders buik, alzo zal hij naakt wederkeren, gaande gelijk hij gekomen was; en hij zal niet medenemen van zijn arbeid, dat hij met zijn hand zou wegdragen.

  • Job 20:20-21
    2 verzen
    76%

    20Omdat hij geen rust in zijn buik gekend heeft, zo zal hij van zijn gewenst goed niet uitbehouden.

    21Er zal niets overig zijn, dat hij ete; daarom zal hij niet wachten naar zijn goed.

  • Job 27:14-15
    2 verzen
    76%

    14Indien zijn kinderen vermenigvuldigen, het is ten zwaarde; en zijn spruiten zullen van brood niet verzadigd worden.

    15Zijn overgeblevenen zullen in den dood begraven worden, en zijn weduwen zullen niet wenen.

  • 13Maar den goddeloze zal het niet welgaan, en hij zal de dagen niet verlengen; hij zal zijn gelijk een schaduw, omdat hij voor Gods aangezicht niet vreest.

  • 6Want hij zal zijn als de heide in de wildernis, die het niet gevoelt, wanneer het goede komt; maar blijft in dorre plaatsen in de woestijn, in zout en onbewoond land.

  • 19Hoewel hij zijn ziel in zijn leven zegent, en zij u loven, omdat gij uzelven goed doet;

  • Job 20:26-28
    3 verzen
    74%

    26Alle duisternis zal verborgen zijn in zijn schuilplaatsen; een vuur, dat niet opgeblazen is, zal hem verteren; den overigen in zijn tent zal het kwalijk gaan.

    27De hemel zal zijn ongerechtigheid openbaren, en de aarde zal zich tegen hem opmaken.

    28De inkomste van zijn huis zal weggevoerd worden; het zal al henenvloeien in den dag Zijns toorns.

  • 19Zou Hij uw rijkdom achten, dat gij niet in benauwdheid zoudt zijn; of enige versterkingen van kracht?

  • 21Het geluid der verschrikkingen is in zijn oren; in den vrede zelven komt de verwoester hem over.

  • 2Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet.

  • 24Maar Hij zal tot een aardhoop de hand niet uitsteken; is er bij henlieden geschrei in zijn verdrukking?

  • 10Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.

  • Job 20:17-18
    2 verzen
    73%

    17De stromen, rivieren, beken van honig en boter zal hij niet zien.

    18Den arbeid zal hij wedergeven en niet inslokken; naar het vermogen zijner verandering, zo zal hij van vreugde niet opspringen.

  • Jak 1:10-11
    2 verzen
    73%

    10En de rijke in zijn vernedering; want hij zal als een bloem van het gras voorbijgaan.

    11Want de zon is opgegaan met de hitte, en heeft het gras dor gemaakt, en zijn bloem is afgevallen, en de schone gedaante haars aanschijns is vergaan; alzo zal ook de rijke in zijn wegen verwelken.

  • 28Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar de rechtvaardigen zullen groenen als loof.

  • 18Hij is licht op het vlakke der wateren; vervloekt is hun deel op de aarde; hij wendt zich niet tot den weg der wijngaarden.

  • 24Want de schat is niet tot in eeuwigheid; of zal de kroon van geslacht tot geslacht zijn?

  • 9(Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);

  • Job 18:5-6
    2 verzen
    72%

    5Ja, het licht der goddelozen zal uitgeblust worden, en de vonk zijns vuurs zal niet glinsteren.

    6Het licht zal verduisteren in zijn tent, en zijn lamp zal over hem uitgeblust worden.

  • 3He. In zijn huis zal have en rijkdom wezen; Vau. en zijn gerechtigheid bestaat in eeuwigheid.

  • 12Hun binnenste gedachte is, dat hun huizen zullen zijn in eeuwigheid, hun woningen van geslacht tot geslacht; zij noemen de landen naar hun namen.

  • 3De HEERE laat de ziel des rechtvaardigen niet hongeren; maar de have der goddelozen stoot Hij weg.

  • 32Eindelijk wordt hij naar de graven gebracht, en is gedurig in den aardhoop.

  • 21Want wat lust zou hij na zich aan zijn huis hebben, als het getal zijner maanden afgesneden is?

  • 7Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;