Job 30:24

Statenvertaling (States Bible)

Maar Hij zal tot een aardhoop de hand niet uitsteken; is er bij henlieden geschrei in zijn verdrukking?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Richt 5:31 : 31 Alzo moeten omkomen al Uw vijanden, o HEERE! die Hem daarentegen liefhebben, moeten zijn, als wanneer de zon opgaat in haar kracht. En het land was stil, veertig jaren.
  • Job 19:7 : 7 Ziet, ik roep, geweld! doch word niet verhoord; ik schreeuw, doch er is geen recht.
  • Ps 35:25 : 25 Laat hen niet zeggen in hun hart: Heah, onze ziel! laat hen niet zeggen: Wij hebben hem verslonden!
  • Matt 27:39-44 : 39 En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, 40 En zeggende: Gij, Die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Indien Gij de Zone Gods zijt, zo kom af van het kruis. 41 En desgelijks ook de overpriesters met de Schriftgeleerden, en ouderlingen, en Farizeen, Hem bespottende, zeiden: 42 Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning Israels is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven. 43 Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon. 44 En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 25Weende ik niet over hem, die harde dagen had? Was mijn ziel niet beangst over den nooddruftige?

  • Job 33:21-22
    2 verzen
    75%

    21Dat zijn vlees verdwijnt uit het gezicht, en zijn beenderen, die niet gezien werden, uitsteken;

    22En zijn ziel nadert ten verderve, en zijn leven tot de dingen, die doden.

  • 32Eindelijk wordt hij naar de graven gebracht, en is gedurig in den aardhoop.

  • 19Rijk ligt hij neder, en wordt niet weggenomen; doet hij zijn ogen open, zo is hij er niet.

  • 9Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt?

  • Job 24:21-23
    3 verzen
    74%

    21De onvruchtbare, die niet baart, teert hij af, en aan de weduwe doet hij niets goeds.

    22Ook trekt hij de machtigen door zijn kracht; staat hij op, zo is men des levens niet zeker.

    23Stelt hem God in gerustigheid, zo steunt hij daarop; nochtans zijn Zijn ogen op hun wegen.

  • 22En God zal dit over hem werpen, en niet sparen; van Zijn hand zal hij snellijk vlieden.

  • 19Zou Hij uw rijkdom achten, dat gij niet in benauwdheid zoudt zijn; of enige versterkingen van kracht?

  • Job 15:28-29
    2 verzen
    73%

    28En heeft bewoond verdelgde steden, en huizen, die men niet bewoonde, die gereed waren tot steen hopen te worden.

    29Hij zal niet rijk worden, en zijn vermogen zal niet bestaan; en hun volmaaktheid zal zich niet uitbreiden op de aarde.

  • 15Zijn overgeblevenen zullen in den dood begraven worden, en zijn weduwen zullen niet wenen.

  • 24Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.

  • 20Ik schrei tot U, maar Gij antwoordt mij niet; ik sta, maar Gij acht niet op mij.

  • 12Uit de stad zuchten de lieden, en de ziel der verwonden schreeuwt uit; nochtans beschikt God niets ongerijmds.

  • 10Hij zal niet meer wederkeren tot zijn huis, en zijn plaats zal hem niet meer kennen.

  • 22Maar zijn vlees, nog aan hem zijnde, heeft smart; en zijn ziel, in hem zijnde, heeft rouw.

  • 23Want ik weet, dat Gij mij ter dood brengen zult, en tot het huis der samenkomst aller levenden.

  • 9Elk een zijner niezingen doet een licht schijnen; en zijn ogen zijn als de oogleden des dageraads.

  • 21Die verlangen naar den dood, maar hij is er niet; en graven daarnaar meer dan naar verborgene schatten;

  • 18Dat Hij zijn ziel van het verderf afhoude; en zijn leven, dat het door het zwaard niet doorga.

  • 22Als zijn genoegzaamheid zal vol zijn, zal hem bang zijn; alle hand des ellendigen zal over hem komen.

  • 13De HEERE zal richten tussen mij en tussen u, en de HEERE zal mij wreken aan u; maar mijn hand zal niet tegen u zijn.

  • 48Gedenk van hoedanige eeuw ik ben; waarom zoudt Gij aller mensenkinderen tevergeefs geschapen hebben?

  • Job 15:24-25
    2 verzen
    71%

    24Angst en benauwdheid verschrikken hem; zij overweldigt hem, gelijk een koning, bereid ten strijde.

    25Want hij strekt tegen God zijn hand uit, en tegen den Almachtige stelt hij zich geweldiglijk aan.

  • 41En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, en mijn haters, die vernielde ik.

  • 20Omdat hij geen rust in zijn buik gekend heeft, zo zal hij van zijn gewenst goed niet uitbehouden.

  • 11Red degenen, die ter dood gegrepen zijn; want zij wankelen ter doding, zo gij u onthoudt.

  • 28Opdat Hij op hem het geroep des armen brenge, en het geroep der ellendigen verhore.

  • 4Want er zijn geen banden tot hun dood toe, en hun kracht is fris.

  • 20In een ogenblik sterven zij; zelfs ter middernacht wordt een volk geschud, dat het doorga; en de machtige wordt weggenomen zonder hand.

  • 2Waartoe zou mij ook geweest zijn de krachten hunner handen? Zij was door ouderdom in hen vergaan.

  • 7Zij nemen hem op den schouder, zij dragen hem, en zetten hem aan zijn plaats; daar staat hij, hij wijkt van zijn stede niet; ja, roept iemand tot hem, zo antwoordt hij niet, hij verlost hem niet uit zijn benauwdheid.

  • 70%

    5Keer weder, HEERE, red mijn ziel; verlos mij, om Uwer goedertierenheid wil.

  • 14Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden.

  • 10Zijn kinderen zullen zoeken den armen te behagen; en zijn handen zullen zijn vermogen moeten weder uitkeren.

  • 18Want het graf zal U niet loven, de dood zal U niet prijzen; die in den kuil nederdalen, zullen op Uw waarheid niet hopen.

  • 23Gewisselijk, Hij legt den mens niet te veel op, dat hij tegen God in het gericht zou mogen treden.

  • 17Vrees niet, wanneer een man rijk wordt, wanneer de eer van zijn huis groot wordt;

  • 28Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet.

  • 70%

    2Al groeven zij tot in de hel, zo zal Mijn hand ze van daar halen, en al klommen zij in den hemel, zo zal Ik ze van daar doen nederdalen.

  • 2Nochtans is Hij ook wijs, en Hij doet het kwaad komen, en trekt Zijn woorden niet terug; maar Hij zal Zich opmaken tegen het huis der boosdoeners, en tegen de hulp dergenen, die ongerechtigheid werken.

  • 8Al mijn haters mompelen te zamen tegen mij; ze bedenken tegen mij, hetgeen mij kwaad is, zeggende:

  • 12Alzo ligt de mens neder, en staat niet op; totdat de hemelen niet meer zijn, zullen zij niet opwaken, noch uit hun slaap opgewekt worden.

  • 18Hij is licht op het vlakke der wateren; vervloekt is hun deel op de aarde; hij wendt zich niet tot den weg der wijngaarden.

  • 14Gelijk als hij voortgekomen is uit zijner moeders buik, alzo zal hij naakt wederkeren, gaande gelijk hij gekomen was; en hij zal niet medenemen van zijn arbeid, dat hij met zijn hand zou wegdragen.

  • 13Zij breken mijn pad af, zij bevorderen mijn ellende; zij hebben geen helper van doen.