Job 32:14

Statenvertaling (States Bible)

Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 9:14-15
    2 verzen
    80%

    14Hoeveel te min zal ik Hem antwoorden, en mijn woorden uitkiezen tegen Hem?

    15Denwelken ik, zo ik rechtvaardig ware, niet zou antwoorden; mijn Rechter zal ik om genade bidden.

  • 32Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.

  • Job 32:15-17
    3 verzen
    79%

    15Zij zijn ontzet, zij antwoorden niet meer; zij hebben de woorden van zich verzet.

    16Ik heb dan gewacht, maar zij spreken niet; want zij staan stil; zij antwoorden niet meer.

    17Ik zal mijn deel ook antwoorden, ik zal mijn gevoelen ook vertonen.

  • Job 32:12-13
    2 verzen
    78%

    12Als ik nu acht op u gegeven heb, ziet, er is niemand, die Job overreedde, die uit ulieden zijn redenen beantwoordde;

    13Opdat gij niet zegt: Wij hebben de wijsheid gevonden; God heeft hem nedergestoten, geen mens.

  • Job 33:12-13
    2 verzen
    78%

    12Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens.

    13Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

  • 5Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid!

  • Job 23:5-6
    2 verzen
    76%

    5Ik zou de redenen weten, die Hij mij antwoorden zou; en verstaan, wat Hij mij zeggen zou.

    6Zou Hij naar de grootheid Zijner macht met mij twisten? Neen; maar Hij zou acht op mij slaan.

  • 14Ik daarentegen ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, die zijn mond niet opendoet.

  • 3Zo Hij lust heeft, om met hem te twisten, niet een uit duizend zal hij Hem beantwoorden.

  • 30(Ook heb ik mijn gehemelte niet toegelaten te zondigen, mits door een vloek zijn ziel te begeren).

  • Job 13:19-20
    2 verzen
    74%

    19Wie is hij, die met mij twist? Wanneer ik nu zweeg, zo zou ik den geest geven.

    20Alleenlijk doe twee dingen niet met mij; dan zal ik mij van Uw aangezicht niet verbergen.

  • Job 33:31-33
    3 verzen
    73%

    31Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.

    32Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.

    33Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.

  • Job 9:34-35
    2 verzen
    73%

    34Dat Hij van op mij Zijn roede wegdoe, en dat Zijn verschrikking mij niet verbaasd make;

    35Zo zal ik spreken, en Hem niet vrezen; want zodanig ben ik niet bij mij.

  • 3Zal er een einde zijn aan de winderige woorden? Of wat stijft u, dat gij alzo antwoordt?

  • 22Roep dan, en ik zal antwoorden; of ik zal spreken, en geef mij antwoord.

  • Job 32:20-22
    3 verzen
    73%

    20Ik zal spreken, opdat ik voor mij lucht krijge; ik zal mijn lippen openen, en zal antwoorden.

    21Och, dat ik niemands aangezicht aanneme, en tot den mens geen bijnamen gebruike!

    22Want ik weet geen bijnamen te gebruiken; in kort zou mijn Maker mij wegnemen.

  • Job 34:32-35
    4 verzen
    73%

    32Behalve wat ik zie, leer Gij mij; heb ik onrecht gewrocht, ik zal het niet meer doen.

    33Zal het van u zijn, hoe Hij iets vergelden zal, dewijl gij Hem versmaadt? Zoudt gij dan verkiezen, en niet ik? Wat weet gij dan? Spreek.

    34De lieden van verstand zullen met mij zeggen, en een wijs man zal naar mij horen;

    35Dat Job niet met wetenschap gesproken heeft, en zijn woorden niet met kloek verstand geweest zijn.

  • Job 40:2-3
    2 verzen
    72%

    2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

    3Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?

  • 14(Want wat zou ik doen, als God opstond? En als Hij bezoeking deed, wat zou ik Hem antwoorden?

  • 20Zal het Hem verteld worden, als ik zo zou spreken? Denkt iemand dat, gewisselijk, hij zal verslonden worden.

  • 19Een knecht zal door de woorden niet getuchtigd worden; hoewel hij u verstaat, nochtans zal hij niet antwoorden.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 3Bestraffende door woorden, die niet baten, en door redenen, met dewelke hij geen voordeel doet?

  • 19Zou Hij uw rijkdom achten, dat gij niet in benauwdheid zoudt zijn; of enige versterkingen van kracht?

  • 5Zo gij kunt, antwoord mij; schik u voor mijn aangezicht, stel u.

  • 13Gewisselijk zal God de ijdelheid niet verhoren, en de Almachtige zal die niet aanschouwen.

  • 4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.

  • 3En ik heb geen wijsheid geleerd, noch de wetenschap der heiligen gekend.

  • 2Ik zal tot God zeggen: Verdoem mij niet; doe mij weten, waarover Gij met mij twist.

  • 3Zijn toorn ontstak ook tegen zijn drie vrienden, omdat zij, geen antwoord vindende, nochtans Job verdoemden.

  • 22Na mijn woord spraken zij niet weder, en mijn rede drupte op hen.

  • 10Uit zijn mond gaan fakkelen, vurige vonken raken er uit.

  • 2Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?

  • 8Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;