Job 13:22

Statenvertaling (States Bible)

Roep dan, en ik zal antwoorden; of ik zal spreken, en geef mij antwoord.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 14:15 : 15 Dat Gij zoudt roepen, en ik U zou antwoorden, dat Gij tot het werk Uwer handen zoudt begerig zijn.
  • Job 38:3 : 3 Gord nu, als een man, uw lenden, zo zal Ik u vragen, en onderricht Mij.
  • Job 40:4-5 : 4 Hebt gij een arm gelijk God? En kunt gij, gelijk Hij, met de stem donderen? 5 Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid!
  • Job 42:3-6 : 3 Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist. 4 Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij. 5 Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog. 6 Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.
  • Job 9:16 : 16 Indien ik roep, en Hij mij antwoordt; ik zal niet geloven, dat Hij mijn stem ter ore genomen heeft.
  • Job 9:32 : 32 Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 15Dat Gij zoudt roepen, en ik U zou antwoorden, dat Gij tot het werk Uwer handen zoudt begerig zijn.

  • Job 33:31-33
    3 verzen
    81%

    31Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.

    32Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.

    33Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.

  • 4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.

  • Job 13:23-24
    2 verzen
    80%

    23Hoeveel misdaden en zonden heb ik? Maak mijn overtreding en mijn zonden mij bekend.

    24Waarom verbergt Gij Uw aangezicht, en houdt mij voor Uw vijand?

  • Job 13:19-21
    3 verzen
    79%

    19Wie is hij, die met mij twist? Wanneer ik nu zweeg, zo zou ik den geest geven.

    20Alleenlijk doe twee dingen niet met mij; dan zal ik mij van Uw aangezicht niet verbergen.

    21Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.

  • 6Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

  • 5Ik zou de redenen weten, die Hij mij antwoorden zou; en verstaan, wat Hij mij zeggen zou.

  • 5Zo gij kunt, antwoord mij; schik u voor mijn aangezicht, stel u.

  • 4Ik zal u antwoord geven, en uw vrienden met u.

  • 9Dan zult gij roepen, en de HEERE zal antwoorden; gij zult schreeuwen, en Hij zal zeggen: Ziet, hier ben Ik. Zo gij uit het midden van u wegdoet het juk, het uitsteken des vingers, en het spreken der ongerechtigheid;

  • 1Roep nu, zal er iemand zijn, die u antwoorde? En tot wien van de heiligen zult gij u keren?

  • 13Houdt stil van mij, opdat ik spreke, en er ga over mij, wat het zij.

  • Job 9:14-16
    3 verzen
    76%

    14Hoeveel te min zal ik Hem antwoorden, en mijn woorden uitkiezen tegen Hem?

    15Denwelken ik, zo ik rechtvaardig ware, niet zou antwoorden; mijn Rechter zal ik om genade bidden.

    16Indien ik roep, en Hij mij antwoordt; ik zal niet geloven, dat Hij mijn stem ter ore genomen heeft.

  • 3Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.

  • 8Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;

  • 12Dan zult gij Mij aanroepen, en henengaan, en tot Mij bidden; en Ik zal naar u horen.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 7Hoor, HEERE! mijn stem, als ik roep; en wees mij genadig, en antwoord mij.

  • 14(Want wat zou ik doen, als God opstond? En als Hij bezoeking deed, wat zou ik Hem antwoorden?

  • 2Ik zal tot God zeggen: Verdoem mij niet; doe mij weten, waarover Gij met mij twist.

  • 3Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?

  • 3Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God.

  • 1Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 3Gord nu, als een man, uw lenden, zo zal Ik u vragen, en onderricht Mij.

  • 8Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!

  • 20Ik zal spreken, opdat ik voor mij lucht krijge; ik zal mijn lippen openen, en zal antwoorden.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 35Och, of ik een hadde, die mij hoorde! Zie, mijn oogmerk is, dat de Almachtige mij antwoorde, en dat mijn tegenpartij een boek schrijve.

  • 2O HEERE! hoor mijn gebed, en laat mijn geroep tot U komen.

  • 32Behalve wat ik zie, leer Gij mij; heb ik onrecht gewrocht, ik zal het niet meer doen.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 73%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • 3Verdraagt mij, en ik zal spreken; en nadat ik gesproken zal hebben, spot dan.

  • 2O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking.

  • 6Dat Gij onderzoekt naar mijn ongerechtigheid, en naar mijn zonde verneemt?

  • 3Ik heb aangehoord een bestraffing, die mij schande aandoet; maar de geest zal uit mijn verstand voor mij antwoorden.

  • 32Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 7In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide: