Job 9:1

Statenvertaling (States Bible)

Maar Job antwoordde en zeide:

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide:

  • Job 40:1-3
    3 verzen
    87%

    1En de HEERE antwoordde Job uit een onweder, en zeide:

    2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

    3Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?

  • Job 3:1-2
    2 verzen
    84%

    1Daarna opende Job zijn mond, en vervloekte zijn dag.

    2Want Job antwoordde en zeide:

  • Job 9:2-3
    2 verzen
    84%

    2Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God?

    3Zo Hij lust heeft, om met hem te twisten, niet een uit duizend zal hij Hem beantwoorden.

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • 1Daarna antwoordde de HEERE Job uit een onweder, en zeide:

  • 9Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Is het om niet, dat Job God vreest?

  • 6Strooi de verbolgenheden uws toorns uit, en zie allen hoogmoedige, en verneder hem!

  • 1Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

  • 1En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.

  • 1Verder antwoordde Elihu, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • Job 33:31-32
    2 verzen
    74%

    31Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.

    32Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.

  • Job 1:20-22
    3 verzen
    74%

    20Toen stond Job op, en scheurde zijn mantel, en schoor zijn hoofd, en viel op de aarde, en boog zich neder;

    21En hij zeide: Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren. De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!

    22In dit alles zondigde Job niet, en schreef Gode niets ongerijmds toe.

  • Job 9:14-15
    2 verzen
    74%

    14Hoeveel te min zal ik Hem antwoorden, en mijn woorden uitkiezen tegen Hem?

    15Denwelken ik, zo ik rechtvaardig ware, niet zou antwoorden; mijn Rechter zal ik om genade bidden.

  • 32Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.

  • 22Roep dan, en ik zal antwoorden; of ik zal spreken, en geef mij antwoord.

  • 1Elihu antwoordde verder, en zeide:

  • Job 42:6-7
    2 verzen
    73%

    6Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.

    7Het geschiedde nu, nadat de HEERE die woorden tot Job gesproken had, dat de HEERE tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.

  • 5Want Job heeft gezegd: Ik ben rechtvaardig, en God heeft mijn recht weggenomen.

  • 1Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job; en dezelve man was oprecht, en vroom, en godvrezende, en wijkende van het kwaad.

  • 7Toen zeide de HEERE tot den satan; Van waar komt gij? En de satan antwoordde den HEERE, en zeide: Van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen.

  • 3Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God.

  • 1Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijn ogen rechtvaardig was.

  • 14(Want wat zou ik doen, als God opstond? En als Hij bezoeking deed, wat zou ik Hem antwoorden?

  • 9Toen zeide zijn huisvrouw tot hem: Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf.

  • 1Elihu ging nog voort, en zeide: