Job 34:1

Statenvertaling (States Bible)

Verder antwoordde Elihu, en zeide:

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 35:1-2
    2 verzen
    91%

    1Elihu antwoordde verder, en zeide:

    2Houdt gij dat voor recht, dat gij gezegd hebt: Mijn gerechtigheid is meerder dan Gods?

  • Job 36:1-2
    2 verzen
    88%

    1Elihu ging nog voort, en zeide:

    2Verbeid mij een weinig, en ik zal u aanwijzen, dat er nog redenen voor God zijn.

  • 2Hoort, gij wijzen, mijn woorden, en gij verstandigen, neigt de oren naar mij.

  • Job 40:1-3
    3 verzen
    79%

    1En de HEERE antwoordde Job uit een onweder, en zeide:

    2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

    3Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • Job 32:2-7
    6 verzen
    78%

    2Zo ontstak de toorn van Elihu, den zoon van Baracheel, den Buziet, van het geslacht van Ram; tegen Job werd zijn toorn ontstoken, omdat hij zijn ziel meer rechtvaardigde dan God.

    3Zijn toorn ontstak ook tegen zijn drie vrienden, omdat zij, geen antwoord vindende, nochtans Job verdoemden.

    4Doch Elihu had gewacht op Job in het spreken, omdat zij ouder van dagen waren dan hij.

    5Als dan Elihu zag, dat er geen antwoord was in den mond van die drie mannen, ontstak zijn toorn.

    6Hierom antwoordde Elihu, de zoon van Baracheel, den Buziet, en zeide: Ik ben minder van dagen, maar gijlieden zijt stokouden; daarom heb ik geschroomd en gevreesd, ulieden mijn gevoelen te vertonen.

    7Ik zeide: Laat de dagen spreken, en de veelheid der jaren wijsheid te kennen geven.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • Job 34:34-36
    3 verzen
    77%

    34De lieden van verstand zullen met mij zeggen, en een wijs man zal naar mij horen;

    35Dat Job niet met wetenschap gesproken heeft, en zijn woorden niet met kloek verstand geweest zijn.

    36Mijn Vader, laat Job beproefd worden tot het einde toe, om zijner antwoorden wil onder de ongerechtige lieden.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • 1Daarna antwoordde de HEERE Job uit een onweder, en zeide:

  • 16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

  • 1Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

  • Job 33:31-33
    3 verzen
    73%

    31Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.

    32Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.

    33Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

  • 4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.

  • 6Strooi de verbolgenheden uws toorns uit, en zie allen hoogmoedige, en verneder hem!

  • 3Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God.

  • 7Het geschiedde nu, nadat de HEERE die woorden tot Job gesproken had, dat de HEERE tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.

  • 2Want Job antwoordde en zeide:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 8Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;