Job 6:1

Statenvertaling (States Bible)

Maar Job antwoordde en zeide:

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 4:1 : 1 Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • Job 9:1-2
    2 verzen
    90%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God?

  • Job 16:1-2
    2 verzen
    90%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Ik heb vele dergelijke dingen gehoord; gij allen zijt moeilijke vertroosters.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • Job 23:1-2
    2 verzen
    90%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Ook heden is mijn klacht wederspannigheid; mijn plage is zwaar boven mijn zuchten.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide:

  • Job 40:1-3
    3 verzen
    85%

    1En de HEERE antwoordde Job uit een onweder, en zeide:

    2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

    3Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?

  • Job 3:1-2
    2 verzen
    83%

    1Daarna opende Job zijn mond, en vervloekte zijn dag.

    2Want Job antwoordde en zeide:

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • Job 40:6-7
    2 verzen
    81%

    6Strooi de verbolgenheden uws toorns uit, en zie allen hoogmoedige, en verneder hem!

    7Zie allen hoogmoedige, en breng hem ten onder; en verpletter de goddelozen in hun plaats!

  • 2Och, of mijn verdriet recht gewogen wierd, en men mijn ellende samen in een weegschaal ophief!

  • 1Daarna antwoordde de HEERE Job uit een onweder, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • 1Verder antwoordde Elihu, en zeide:

  • 1En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.

  • 1Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • 9Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Is het om niet, dat Job God vreest?

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 1En het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende:

  • Job 1:20-22
    3 verzen
    75%

    20Toen stond Job op, en scheurde zijn mantel, en schoor zijn hoofd, en viel op de aarde, en boog zich neder;

    21En hij zeide: Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren. De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!

    22In dit alles zondigde Job niet, en schreef Gode niets ongerijmds toe.

  • Job 33:31-32
    2 verzen
    74%

    31Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.

    32Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.

  • 1Elihu antwoordde verder, en zeide:

  • 36Mijn Vader, laat Job beproefd worden tot het einde toe, om zijner antwoorden wil onder de ongerechtige lieden.

  • Job 42:6-7
    2 verzen
    74%

    6Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.

    7Het geschiedde nu, nadat de HEERE die woorden tot Job gesproken had, dat de HEERE tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.

  • 1Elihu ging nog voort, en zeide:

  • Job 34:5-6
    2 verzen
    73%

    5Want Job heeft gezegd: Ik ben rechtvaardig, en God heeft mijn recht weggenomen.

    6Ik moet liegen in mijn recht; mijn pijl is smartelijk zonder overtreding.

  • 22Roep dan, en ik zal antwoorden; of ik zal spreken, en geef mij antwoord.

  • 5Ik zou de redenen weten, die Hij mij antwoorden zou; en verstaan, wat Hij mij zeggen zou.

  • 10Dat zou nog mijn troost zijn, en zou mij verkwikken in den weedom, zo Hij niet spaarde; want ik heb de redenen des Heiligen niet verborgen gehouden.

  • 1Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job; en dezelve man was oprecht, en vroom, en godvrezende, en wijkende van het kwaad.