Job 3:2

Statenvertaling (States Bible)

Want Job antwoordde en zeide:

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Richt 18:14 : 14 Toen antwoordden de vijf mannen, die gegaan waren om het land van Lais te verspieden, en zeiden tot hun broederen: Weet gijlieden ook, dat in die huizen een efod is, en terafim, en een gesneden en een gegoten beeld? Zo weet nu, wat u te doen zij.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Daarna opende Job zijn mond, en vervloekte zijn dag.

  • Job 23:1-2
    2 verzen
    85%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Ook heden is mijn klacht wederspannigheid; mijn plage is zwaar boven mijn zuchten.

  • Job 19:1-2
    2 verzen
    85%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Hoe lang zult gijlieden mijn ziel bedroeven, en mij met woorden verbrijzelen?

  • Job 9:1-2
    2 verzen
    84%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God?

  • Job 21:1-3
    3 verzen
    84%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Hoort aandachtelijk mijn rede, en laat dit zijn uw vertroostingen.

    3Verdraagt mij, en ik zal spreken; en nadat ik gesproken zal hebben, spot dan.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 3De dag verga, waarin ik geboren ben, en de nacht, waarin men zeide: Een knechtje is ontvangen;

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • Job 40:1-3
    3 verzen
    83%

    1En de HEERE antwoordde Job uit een onweder, en zeide:

    2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

    3Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?

  • Job 16:1-2
    2 verzen
    83%

    1Maar Job antwoordde en zeide:

    2Ik heb vele dergelijke dingen gehoord; gij allen zijt moeilijke vertroosters.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide:

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide:

  • Job 38:1-2
    2 verzen
    75%

    1Daarna antwoordde de HEERE Job uit een onweder, en zeide:

    2Wie is hij, die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap?

  • Job 33:1-2
    2 verzen
    75%

    1En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.

    2Zie nu, ik heb mijn mond opengedaan; mijn tong spreekt onder mijn gehemelte.

  • Job 42:6-7
    2 verzen
    74%

    6Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.

    7Het geschiedde nu, nadat de HEERE die woorden tot Job gesproken had, dat de HEERE tot Elifaz, den Themaniet, zeide: Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job.

  • Job 1:21-22
    2 verzen
    73%

    21En hij zeide: Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren. De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!

    22In dit alles zondigde Job niet, en schreef Gode niets ongerijmds toe.

  • Job 2:9-10
    2 verzen
    73%

    9Toen zeide zijn huisvrouw tot hem: Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf.

    10Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.

  • 6Strooi de verbolgenheden uws toorns uit, en zie allen hoogmoedige, en verneder hem!

  • 1Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • 3Maar ik zal tot den Almachtige spreken, en ben belust mij te verdedigen voor God.

  • Job 33:31-32
    2 verzen
    72%

    31Merk op, o Job! Hoor naar mij; zwijg, en ik zal spreken.

    32Zo er redenen zijn, antwoord mij; spreek, want ik heb lust u te rechtvaardigen.

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 1Toen antwoordde Elifaz, de Themaniet, en zeide:

  • 35Dat Job niet met wetenschap gesproken heeft, en zijn woorden niet met kloek verstand geweest zijn.

  • 3Zijn toorn ontstak ook tegen zijn drie vrienden, omdat zij, geen antwoord vindende, nochtans Job verdoemden.

  • 9Toen antwoordde de satan den HEERE, en zeide: Is het om niet, dat Job God vreest?

  • 1Verder antwoordde Elihu, en zeide:

  • 1Aleph. Ik ben de man, die ellende gezien heeft door de roede Zijner verbolgenheid.

  • 1Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:

  • 16Zo heeft Job in ijdelheid zijn mond geopend, en zonder wetenschap woorden vermenigvuldigd.