Job 8:22

Statenvertaling (States Bible)

Uw haters zullen met schaamte bekleed worden; en de tent der goddelozen zal niet meer zijn.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 35:26 : 26 Laat hen beschaamd en te zamen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande bekleed worden, die zich tegen mij groot maken.
  • Ps 109:29 : 29 Laat mijn tegenstanders met schande bekleed worden, en dat zij met hun beschaamdheid zich bedekken, als met een mantel.
  • Ps 132:18 : 18 Ik zal zijn vijanden met schaamte bekleden; maar op hem zal zijn kroon bloeien.
  • 1 Petr 5:5 : 5 Desgelijks gij jongen, zijt den ouden onderdanig; en zijt allen elkander onderdanig; zijt met de ootmoedigheid bekleed; want God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade.
  • Job 7:21 : 21 En waarom vergeeft Gij niet mijn overtreding, en doet mijn ongerechtigheid niet weg? Want nu zal ik in het stof liggen; en Gij zult mij vroeg zoeken, maar ik zal niet zijn.
  • Job 8:18 : 18 Maar als God hem verslindt uit zijn plaats, zo zal zij hem loochenen, zeggende: Ik heb u niet gezien.
  • Job 18:14 : 14 Zijn vertrouwen zal uit zijn tent uitgerukt worden; zulks zal hem doen treden tot den koning der verschrikkingen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 26Laat hen beschaamd en te zamen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande bekleed worden, die zich tegen mij groot maken.

  • Ps 83:16-17
    2 verzen
    75%

    16Vervolg hen alzo met Uw onweder, en verschrik hen met Uw draaiwind.

    17Maak hun aangezicht vol schande, opdat zij, o HEERE! Uw Naam zoeken.

  • 21Totdat Hij uw mond met gelach vervulle, en uw lippen met gejuich.

  • 11Ziet, zij zullen beschaamd en te schande worden, allen, die tegen u ontstoken zijn; zij zullen worden als niet, en die lieden, die met u twisten, zullen vergaan.

  • Ps 40:14-15
    2 verzen
    74%

    14Het behage U, HEERE! mij te verlossen; HEERE! haast U tot mijn hulp.

    15Laat hen te zamen beschaamd en schaamrood worden, die mijn ziel zoeken, om die te vernielen; laat hen achterwaarts gedreven worden, en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad.

  • 21Schin. Hij bewaart al zijn beenderen; niet een van die wordt gebroken.

  • Ps 109:28-29
    2 verzen
    74%

    28Laat hen vloeken, maar zegen Gij; laat hen zich opmaken, maar dat zij beschaamd worden; doch dat zich Uw knecht verblijde.

    29Laat mijn tegenstanders met schande bekleed worden, en dat zij met hun beschaamdheid zich bedekken, als met een mantel.

  • 25Stort over hen Uw gramschap uit; en de hittigheid Uws toorns grijpe hen aan.

  • Ps 129:5-6
    2 verzen
    73%

    5Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.

    6Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;

  • 20Die van U schandelijk spreken, en Uw vijanden ijdellijk verheffen.

  • 13Laat hen beschaamd worden, laat hen verteerd worden, die mijn ziel tegen zijn; laat hen met smaad en schande overdekt worden, die mijn kwaad zoeken.

  • Ps 52:5-6
    2 verzen
    72%

    5Gij hebt het kwade liever dan het goede, de leugen, dan gerechtigheid te spreken. Sela.

    6Gij hebt lief alle woorden van verslinding, en een tong des bedrogs.

  • 10Resch. De goddeloze zal het zien, en hij zal zich vertoornen; Schin. hij zal met zijn tanden knersen en smelten. Thau. de wens der goddelozen zal vergaan.

  • 22Maar de goddelozen zullen van de aarde uitgeroeid worden, en de trouwelozen zullen er van uitgerukt worden.

  • 20Zij worden beschaamd, omdat elkeen vertrouwde; als zij daartoe komen, zo worden zij schaamrood.

  • 19Zij zullen niet beschaamd worden in den kwade tijd, en in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden.

  • 11Het huis der goddelozen zal verdelgd worden; maar de tent der oprechten zal bloeien.

  • Ps 70:2-3
    2 verzen
    72%

    2Haast U, o God, om mij te verlossen, o HEERE, tot mijn hulp.

    3Laat hen beschaamd en schaamrood worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en te schande worden, die lust hebben aan mijn kwaad.

  • 8Want de koning vertrouwt op den HEERE, en door de goedertierenheid des Allerhoogsten zal hij niet wankelen.

  • 7Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;

  • 18Laat mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat mij niet beschaamd worden; laat hen verschrikt worden, maar laat mij niet verschrikt worden; breng over hen den dag des kwaads, en verbreek hen met een dubbele verbreking.

  • 10Zij haten in de poort dengene, die bestraft, en hebben een gruwel van dien, die oprechtelijk spreekt.

  • 71%

    5Want Gij zijt geen God, Die lust heeft aan goddeloosheid; de boze zal bij U niet verkeren.

  • 11Ga door, gij inwoneres van Safir! met blote schaamte; de inwoneres van Zaanan gaat niet uit; rouwklage is te Beth-haezel; hij zal zijn stand van ulieden nemen.

  • 10Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.

  • 40Daarna zullen zij tegen u een vergadering doen opkomen, en zullen u met stenen stenigen, en u met hun zwaarden doorsteken.

  • Job 22:18-19
    2 verzen
    71%

    18Hij had immers hun huizen met goed gevuld; daarom is de raad der goddelozen verre van mij.

    19De rechtvaardigen zagen het, en waren blijde, en de onschuldige bespotte hen;

  • 19Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten.

  • 8Maar God zal hen haastig met een pijl schieten; hun plagen zijn er.

  • 29Die zullen met u handelen uit haat, en al uw arbeid wegnemen, en u naakt en bloot laten, dat uw hoerenschaamte ontdekt worde, mitsgaders uw schandelijkheid en uw hoererijen.

  • Job 18:20-21
    2 verzen
    71%

    20Over zijn dag zullen de nakomelingen verbaasd zijn, en de ouden met schrik bevangen worden.

    21Gewisselijk, zodanige zijn de woningen des verkeerden, en dit is de plaats desgenen die God niet kent.

  • 5Die nabij en verre van u zijn, zullen u bespotten, gij onreine van naam en vol van onrust!

  • 10Gij hebt schaamte beraadslaagd voor uw huis; uitroeiende vele volken, zo hebt gij gezondigd tegen uw ziel.

  • 3Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak.

  • 30De rechtvaardige zal in eeuwigheid niet bewogen worden; maar de goddelozen zullen de aarde niet bewonen.

  • 15Loer niet, o goddeloze! op de woning des rechtvaardigen; verwoest zijn legerplaats niet.

  • 18Men zal hem stoten van het licht in de duisternis, en men zal hem van de wereld verjagen.

  • 5Hoort des HEEREN woord, gij, die voor Zijn woord beeft! Uw broeders, die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil, zeggen: Dat de HEERE heerlijk worde! Doch Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden.

  • 18Ik zal zijn vijanden met schaamte bekleden; maar op hem zal zijn kroon bloeien.

  • 17Daartoe zal Ik Mijn aangezicht tegen ulieden zetten, dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht uwer vijanden; en uw haters zullen over u heerschappij hebben, en gij zult vlieden, als u iemand vervolgt.

  • 5De rechtvaardige haat leugentaal; maar de goddeloze maakt zich stinkende, en doet zich schaamte aan.

  • 5Hebben dan de werkers der ongerechtigheid geen kennis, die Mijn volk opeten, alsof zij brood aten? Zij roepen God niet aan.