Job 31:14

Statenvertaling (States Bible)

(Want wat zou ik doen, als God opstond? En als Hij bezoeking deed, wat zou ik Hem antwoorden?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 9:32 : 32 Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.
  • Job 10:2 : 2 Ik zal tot God zeggen: Verdoem mij niet; doe mij weten, waarover Gij met mij twist.
  • Ps 7:6 : 6 Zo vervolge de vijand mijn ziel, en achterhale ze, en vertrede mijn leven ter aarde, en doe mijn eer in het stof wonen! Sela.
  • Ps 9:12 : 12 Psalmzingt den HEERE, Die te Sion woont; verkondigt onder de volken Zijn daden.
  • Ps 9:19 : 19 Want de nooddruftige zal niet voor altoos vergeten worden, noch de verwachting der ellendigen in eeuwigheid verloren zijn.
  • Ps 10:12-15 : 12 Sta op, HEERE God! hef Uw hand op, vergeet de ellendigen niet. 13 Waarom lastert de goddeloze God? zegt in zijn hart: Gij zult het niet zoeken? 14 Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, Gij zijt geweest een Helper van den wees. 15 Breek den arm des goddelozen en bozen. zoek zijn goddeloosheid, totdat Gij haar niet vindt.
  • Ps 44:21 : 21 Zo wij den Naam onzes Gods hadden vergeten, en onze handen tot een vreemden God uitgebreid.
  • Ps 76:9 : 9 Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil,
  • Ps 143:2 : 2 En ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.
  • Jes 10:3 : 3 Maar wat zult gijlieden doen ten dage der bezoeking, en der verwoesting, die van verre komen zal? Tot wien zult gij vlieden om hulp, en waar zult gij uw heerlijkheid laten?
  • Hos 9:7 : 7 De dagen der bezoeking zijn gekomen, de dagen der vergelding zijn gekomen; die van Israel zullen het gewaar worden; de profeet is een dwaas, de man des geestes is onzinnig; om de grootheid uwer ongerechtigheid is de haat ook groot.
  • Micha 7:4 : 4 De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uwer wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hunlieder verwarring wezen.
  • Zach 2:13 : 13 Zwijg, alle vlees, voor het aangezicht des HEEREN! want Hij is ontwaakt uit Zijn heilige woning.
  • Marc 7:2 : 2 En ziende, dat sommigen van Zijn discipelen met onreine, dat is, met ongewassen handen brood aten, berispten zij hen.
  • Rom 3:19 : 19 Wij weten nu, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen, die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
  • Jak 2:13 : 13 Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over dengene, die geen barmhartigheid gedaan heeft; en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 13Zo ik versmaad heb het recht mijns knechts, of mijner dienstmaagd, als zij geschil hadden met mij;

  • 15Heeft Hij niet, Die mij in den buik maakte, hem ook gemaakt en Een ons in de baarmoeder bereid?)

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • Job 9:14-15
    2 verzen
    76%

    14Hoeveel te min zal ik Hem antwoorden, en mijn woorden uitkiezen tegen Hem?

    15Denwelken ik, zo ik rechtvaardig ware, niet zou antwoorden; mijn Rechter zal ik om genade bidden.

  • 32Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.

  • 22Roep dan, en ik zal antwoorden; of ik zal spreken, en geef mij antwoord.

  • 2Want wat is het deel Gods van boven, of de erve des Almachtigen uit de hoogten?

  • 5Zo gij kunt, antwoord mij; schik u voor mijn aangezicht, stel u.

  • 31Wie zal hem in het aangezicht zijn weg vertonen? Als hij wat doet, wie zal hem vergelden?

  • 4Is (mij aangaande) mijn klacht tot den mens? Doch of het zo ware, waarom zou mijn geest niet verdrietig zijn?

  • 19Wie is hij, die met mij twist? Wanneer ik nu zweeg, zo zou ik den geest geven.

  • Job 14:13-15
    3 verzen
    74%

    13Och, of Gij mij in het graf verstaakt, mij verborgt, totdat Uw toorn zich afkeerde; dat Gij mij een bepaling steldet, en mijner gedachtig waart!

    14Als een man gestorven is, zal hij weder leven? Ik zou al de dagen mijns strijds hopen, totdat mijn verandering komen zou.

    15Dat Gij zoudt roepen, en ik U zou antwoorden, dat Gij tot het werk Uwer handen zoudt begerig zijn.

  • 9Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt?

  • 32Behalve wat ik zie, leer Gij mij; heb ik onrecht gewrocht, ik zal het niet meer doen.

  • 29Ik zal toch goddeloos zijn; waarom dan zal ik ijdellijk arbeiden?

  • 8Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!

  • 5Ik zou de redenen weten, die Hij mij antwoorden zou; en verstaan, wat Hij mij zeggen zou.

  • Job 33:12-13
    2 verzen
    73%

    12Zie, hierin zijt gij niet rechtvaardig, antwoord ik u; want God is meerder dan een mens.

    13Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

  • 17Zou een mens rechtvaardiger zijn dan God? Zou een man reiner zijn dan zijn Maker?

  • Job 7:20-21
    2 verzen
    73%

    20Heb ik gezondigd, wat zal ik U doen, o Mensenhoeder? Waarom hebt Gij mij U tot een tegenloop gesteld, dat ik mijzelven tot een last zij?

    21En waarom vergeeft Gij niet mijn overtreding, en doet mijn ongerechtigheid niet weg? Want nu zal ik in het stof liggen; en Gij zult mij vroeg zoeken, maar ik zal niet zijn.

  • Job 38:3-4
    2 verzen
    73%

    3Gord nu, als een man, uw lenden, zo zal Ik u vragen, en onderricht Mij.

    4Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.

  • Job 40:2-4
    3 verzen
    73%

    2Gord nu als een man uw lenden; Ik zal u vragen, en onderricht Mij.

    3Zult gij ook Mijn oordeel te niet maken? Zult Gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt?

    4Hebt gij een arm gelijk God? En kunt gij, gelijk Hij, met de stem donderen?

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • Job 15:13-14
    2 verzen
    72%

    13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

    14Wat is de mens, dat hij zuiver zou zijn, en die geboren is van een vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn?

  • 14Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden.

  • 4Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij.

  • 2Ik zal tot God zeggen: Verdoem mij niet; doe mij weten, waarover Gij met mij twist.

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 29Als Hij stilt, wie zal dan beroeren? Als Hij het aangezicht verbergt, wie zal Hem dan aanschouwen, zowel voor een volk, als voor een mens alleen?

  • 1Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide:

  • 19Zo het aan de kracht komt, zie, Hij is sterk; en zo het aan het recht komt, wie zal mij dagvaarden?

  • 17Wat is de mens, dat Gij hem groot acht, en dat Gij Uw hart op hem zet?

  • 15Hierom word ik voor Zijn aangezicht beroerd; aanmerk het, en vrees voor Hem;

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 7Daar zou de oprechte met Hem pleiten; en ik zou mij in eeuwigheid van mijn Rechter vrijmaken.

  • 15Wat is de Almachtige, dat wij Hem zouden dienen? En wat baat zullen wij hebben, dat wij Hem aanlopen zouden?

  • 6Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?

  • 1Maar Job antwoordde en zeide:

  • 28Dat ware ook een misdaad bij den rechter; want ik zou den God van boven verzaakt hebben.

  • 14Waarom zou ik mijn vlees in mijn tanden nemen, en mijn ziel in mijn hand stellen?

  • 4Is het om uw vreze, dat Hij u bestraft, dat Hij met u in het gericht komt?