Job 34:28

Statenvertaling (States Bible)

Opdat Hij op hem het geroep des armen brenge, en het geroep der ellendigen verhore.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jak 5:4 : 4 Ziet, het loon der werklieden, die uw landen gemaaid hebben, welke van u verkort is, roept; en het geschrei dergenen, die geoogst hebben, is gekomen tot in de oren van den Heere Sebaoth.
  • Job 35:9 : 9 Vanwege hun grootheid doen zij de onderdrukten roepen; zij schreeuwen vanwege den arm der groten.
  • Ex 3:7 : 7 En de HEERE zeide: Ik heb zeer wel gezien de verdrukking Mijns volks, hetwelk in Egypte is, en heb hun geschrei gehoord, vanwege hun drijvers; want Ik heb hun smarten bekend.
  • Ex 3:9 : 9 En nu, zie, het geschrei der kinderen Israels is tot Mij gekomen; en ook heb Ik gezien de verdrukking, waarmede de Egyptenaars hen verdrukken.
  • Ex 22:23-27 : 23 Indien gij hen enigszins beledigt, en indien zij enigszins tot Mij roepen, Ik zal hun geroep zekerlijk verhoren; 24 En Mijn toorn zal ontsteken, en Ik zal ulieden met het zwaard doden; en uw vrouwen zullen weduwen, en uw kinderen zullen wezen worden. 25 Indien gij Mijn volk, dat bij u arm is, geld leent, zo zult gij tegen hetzelve niet zijn, als een woekeraar; gij zult op hetzelve geen woeker leggen. 26 Indien gij enigszins uws naasten kleed te pand neemt, zo zult gij het hem wedergeven, eer de zon ondergaat; 27 Want dat alleen is zijn deksel, het is zijn kleed over zijn huid; waarin zou hij liggen? Het zal dan geschieden, wanneer hij tot Mij roept, dat Ik het zal horen; want Ik ben genadig!
  • Ps 12:5 : 5 Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?
  • Jes 5:7 : 7 Want de wijngaard van den HEERE der heirscharen is het huis van Israel, en de mannen van Juda zijn een plant Zijner verlustigingen; en Hij heeft gewacht naar recht, maar ziet, het is schurftheid, naar gerechtigheid, maar ziet, het is geschreeuw.
  • Ex 2:23-24 : 23 En het geschiedde na vele dezer dagen, als de koning van Egypte gestorven was, dat de kinderen Israels zuchtten en schreeuwden over den dienst; en hun gekrijt over hun dienst kwam op tot God. 24 En God hoorde hun gekerm, en God gedacht aan Zijn verbond met Abraham, met Izak, en met Jakob.
  • Job 22:9-9 : 9 De weduwen hebt gij ledig weggezonden, en de armen der wezen zijn verbrijzeld. 10 Daarom zijn strikken rondom u, en vervaardheid heeft u haastelijk beroerd.
  • Job 24:12 : 12 Uit de stad zuchten de lieden, en de ziel der verwonden schreeuwt uit; nochtans beschikt God niets ongerijmds.
  • Job 29:12-13 : 12 Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had. 13 De zegen desgenen, die verloren ging, kwam op mij; en het hart der weduwe deed ik vrolijk zingen.
  • Job 31:19-20 : 19 Zo ik iemand heb zien omkomen, omdat hij zonder kleding was, en dat de nooddruftige geen deksel had; 20 Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijner lammeren verwarmd werd;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 13Die zijn oor stopt voor het geschrei des armen, die zal ook roepen, en niet verhoord worden.

  • 15Hij zal den ellendige in zijn ellende vrijmaken, en in de onderdrukking zal Hij het voor hunlieder oor openbaren.

  • 24Gij, die den HEERE vreest! prijst Hem; al gij zaad van Jakob! vereert Hem; en ontziet u voor Hem, al gij zaad van Israel!

  • 17Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.

  • 29Als Hij stilt, wie zal dan beroeren? Als Hij het aangezicht verbergt, wie zal Hem dan aanschouwen, zowel voor een volk, als voor een mens alleen?

  • 6He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden.

  • 9Vanwege hun grootheid doen zij de onderdrukten roepen; zij schreeuwen vanwege den arm der groten.

  • 9Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt?

  • 23Indien gij hen enigszins beledigt, en indien zij enigszins tot Mij roepen, Ik zal hun geroep zekerlijk verhoren;

  • Job 30:24-25
    2 verzen
    76%

    24Maar Hij zal tot een aardhoop de hand niet uitsteken; is er bij henlieden geschrei in zijn verdrukking?

    25Weende ik niet over hem, die harde dagen had? Was mijn ziel niet beangst over den nooddruftige?

  • 12Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft.

  • 12Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had.

  • 44Nochtans zag Hij hun benauwdheid aan, als Hij hun geschrei hoorde.

  • 12Daar roepen zij; maar Hij antwoordt niet, vanwege den hoogmoed der bozen.

  • 15Samech. Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na.

  • 12Psalmzingt den HEERE, Die te Sion woont; verkondigt onder de volken Zijn daden.

  • 4Zij doen de nooddruftigen wijken van den weg; te zamen versteken zich de ellendigen des lands.

  • 16Zo is voor den arme verwachting; en de boosheid stopt haar mond toe.

  • Ps 82:3-4
    2 verzen
    73%

    3Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme.

    4Verlost den arme en den behoeftige, rukt hem uit der goddelozen hand.

  • 41En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, en mijn haters, die vernielde ik.

  • 28Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, zo voerde Hij hen uit hun angsten.

  • 4Alsdan zullen zij roepen tot den HEERE, doch Hij zal hen niet verhoren; maar zal Zijn aangezicht te dier tijd voor hen verbergen, gelijk als zij hun handelingen kwaad gemaakt hebben.

  • 19Hij heeft mijn ziel in vrede verlost van den strijd tegen mij; want met menigte zijn zij tegen mij geweest.

  • 31Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem.

  • 12Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is.

  • 28En Gij verlost het bedrukte volk; maar Uw ogen zijn tegen de hogen, Gij zult hen vernederen.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

  • 7De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak der armen; maar de goddeloze begrijpt de wetenschap niet.

  • 2O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking.

  • 33De zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en gij, die God zoekt, ulieder hart zal leven.

  • 5Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?

  • 17HEERE! Gij hebt den wens der zachtmoedigen gehoord; Gij zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken;

  • 7Ziet, ik roep, geweld! doch word niet verhoord; ik schreeuw, doch er is geen recht.

  • 3Een arm man, die de geringen verdrukt, is een wegvagende regen, zodat er geen brood zij.

  • 71%

    4Hoort dit, gij, die den nooddruftige opslokt! en dat om te vernielen de ellendigen des lands;

  • 8En zo zij, gebonden zijnde in boeien, vast gehouden worden met banden der ellende;

  • 38Zo mijn land tegen mij roept, en zijn voren te zamen wenen;

  • Spr 31:8-9
    2 verzen
    71%

    8Open uw mond voor den stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden.

    9Open uw mond; oordeel gerechtelijk, en doe den verdrukte en nooddruftige recht.

  • 16Die den arme verdrukt, om het zijne te vermeerderen, en den rijke geeft, komt zekerlijk tot gebrek.

  • 41Maar Hij brengt den nooddruftige uit de verdrukking in een hoog vertrek, en maakt de huisgezinnen als kudden.

  • 1Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN.

  • 16Omdat hij niet gedacht heeft weldadigheid te doen, maar heeft den ellendigen en den nooddruftigen man vervolgd, en den verslagene van hart, om hem te doden.

  • 27Daarom dat zij van achter Hem afgeweken zijn, en geen Zijner wegen verstaan hebben;

  • 17Als de HEERE Sion zal opgebouwd hebben, in Zijn heerlijkheid zal verschenen zijn,

  • 19Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.

  • 21Laat den verdrukte niet beschaamd wederkeren; laat den ellendige en nooddruftige Uw Naam prijzen.