Psalmen 69:33

Statenvertaling (States Bible)

De zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en gij, die God zoekt, ulieder hart zal leven.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 68:6 : 6 Hij is een Vader der wezen, en een Rechter der weduwen; God, in de woonstede Zijner heiligheid.
  • Ps 72:12-14 : 12 Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft. 13 Hij zal den arme en nooddruftige verschonen, en de zielen der nooddruftigen verlossen. 14 Hij zal hun zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in zijn ogen.
  • Ps 102:17 : 17 Als de HEERE Sion zal opgebouwd hebben, in Zijn heerlijkheid zal verschenen zijn,
  • Ps 102:20 : 20 Omdat Hij uit de hoogte Zijns heiligdoms zal hebben nederwaarts gezien; dat de HEERE uit den hemel op de aarde geschouwd zal hebben;
  • Ps 107:10 : 10 Die in duisternis en de schaduw des doods zaten, gebonden met verdrukking en ijzer;
  • Ps 146:7 : 7 Die den verdrukte recht doet, Die den hongerige brood geeft; de HEERE maakt de gevangenen los.
  • Jes 66:2 : 2 Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.
  • Zach 9:11-12 : 11 U ook aangaande, o Sion! door het bloed uws verbonds, heb Ik uw gebondenen uit den kuil, daar geen water in is, uitgelaten. 12 Keert gijlieden weder tot de sterkte, gij gebondenen, die daar hoopt! ook heden verkondig Ik, dat Ik u dubbel zal wedergeven;
  • Luk 4:18 : 18 De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;
  • Hand 5:18-19 : 18 En sloegen hun handen aan de apostelen, en zetten hen in de gemene gevangenis. 19 Maar de engel des Heeren opende des nachts de deuren der gevangenis en leidde hen uit, en zeide:
  • Hand 12:4-9 : 4 Denwelken ook gegrepen hebbende, hij in de gevangenis zette, en gaf hem over aan vier wachten, elk van vier krijgsknechten, om hem te bewaren, willende na het paas feest hem voorbrengen voor het volk. 5 Petrus dan werd in de gevangenis bewaard; maar van de Gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan. 6 Toen hem nu Herodes zou voorbrengen, sliep Petrus dienzelfden nacht tussen twee krijgsknechten, gebonden met twee ketenen; en de wachters voor de deur bewaarden den gevangenis. 7 En ziet, een engel des Heeren stond daar, en een licht scheen in de woning, en slaande de zijde van Petrus, wekte hij hem op, zeggende: Sta haastelijk op. En zijn ketenen vielen af van de handen. 8 En de engel zeide tot hem: Omgord u, en bind uw schoenzolen aan. En hij deed alzo. En hij zeide tot hem: Werp uw mantel om, en volg mij. 9 En uitgaande volgde hij hem, en wist niet, dat het waarachtig was, hetgeen door den engel geschiedde, maar hij meende, dat hij een gezicht zag. 10 En als zij door de eerste en tweede wacht gegaan waren, kwamen zij aan de ijzeren poort, die naar de stad leidt; dewelke van zelve hun geopend werd. En uitgegaan zijnde, gingen zij een straat voort, en terstond scheidde de engel van hem. 11 En Petrus, tot zichzelven gekomen zijnde, zeide: Nu weet ik waarachtiglijk dat de Heere Zijn engel uitgezonden heeft, en mij verlost heeft uit de hand van Herodes, en uit al de verwachting van het volk der Joden.
  • Ef 3:1 : 1 Om deze oorzaak ben ik Paulus de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen zijt.
  • Opb 2:10 : 10 Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. Ziet, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.
  • Ps 10:17 : 17 HEERE! Gij hebt den wens der zachtmoedigen gehoord; Gij zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken;
  • Ps 12:5 : 5 Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?
  • Ps 34:6 : 6 He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 17Als de HEERE Sion zal opgebouwd hebben, in Zijn heerlijkheid zal verschenen zijn,

  • 32En het zal den HEERE aangenamer zijn dan een os, of een gehoornde var, die de klauwen verdeelt.

  • 34Want de HEERE hoort de nooddruftigen, en Hij veracht Zijn gevangenen niet.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 24Gij, die den HEERE vreest! prijst Hem; al gij zaad van Jakob! vereert Hem; en ontziet u voor Hem, al gij zaad van Israel!

  • 20Omdat Hij uit de hoogte Zijns heiligdoms zal hebben nederwaarts gezien; dat de HEERE uit den hemel op de aarde geschouwd zal hebben;

  • 6He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden.

  • Ps 72:12-13
    2 verzen
    74%

    12Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft.

    13Hij zal den arme en nooddruftige verschonen, en de zielen der nooddruftigen verlossen.

  • 11Laat het gekerm der gevangenen voor Uw aanschijn komen; behoud overig de kinderen des doods, naar de grootheid Uws arms.

  • 15Hij zal den ellendige in zijn ellende vrijmaken, en in de onderdrukking zal Hij het voor hunlieder oor openbaren.

  • 21Laat den verdrukte niet beschaamd wederkeren; laat den ellendige en nooddruftige Uw Naam prijzen.

  • 7Die den verdrukte recht doet, Die den hongerige brood geeft; de HEERE maakt de gevangenen los.

  • 18De goddelozen zullen terugkeren, naar de hel toe, alle godvergetende heidenen.

  • 28Opdat Hij op hem het geroep des armen brenge, en het geroep der ellendigen verhore.

  • 6Gijlieden beschaamt den raad des ellendigen, omdat de HEERE zijn Toevlucht is.

  • 1Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig.

  • 17Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.

  • 31Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem.

  • 7Die den geringe uit het stof opricht, en den nooddruftige uit den drek verhoogt;

  • 6Want de HEERE is hoog, nochtans ziet Hij de nederige aan, en den verhevene kent Hij van verre.

  • Ps 82:3-4
    2 verzen
    71%

    3Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme.

    4Verlost den arme en den behoeftige, rukt hem uit der goddelozen hand.

  • 13Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost.

  • 71%

    9Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.

  • 13De arme en de bedrieger ontmoeten elkander; de HEERE verlicht hun beider ogen.

  • 12Psalmzingt den HEERE, Die te Sion woont; verkondigt onder de volken Zijn daden.

  • 10Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk! U, Die den ellendige redt van dien, die sterker is dan hij, en den ellendige en nooddruftige van zijn berover.

  • 13Die zijn oor stopt voor het geschrei des armen, die zal ook roepen, en niet verhoord worden.

  • 17HEERE! Gij hebt den wens der zachtmoedigen gehoord; Gij zult hun hart sterken, Uw oor zal opmerken;

  • 21Die zijn naaste veracht, zondigt; maar die zich der nederigen ontfermt, die is welgelukzalig.

  • 17Die zich des armen ontfermt, leent den HEERE, en Hij zal hem zijn weldaad vergelden.

  • 7De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak der armen; maar de goddeloze begrijpt de wetenschap niet.

  • 31Want Hij zal den nooddruftige ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die zijn ziel veroordelen.

  • 6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

  • 5Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?

  • 16Omdat hij niet gedacht heeft weldadigheid te doen, maar heeft den ellendigen en den nooddruftigen man vervolgd, en den verslagene van hart, om hem te doden.

  • 19En de zachtmoedigen zullen vreugde op vreugde hebben in den HEERE; en de behoeftigen onder de mensen zullen zich in de Heilige Israels verheugen.

  • 29Laat hen uitgedelgd worden uit het boek des levens, en met de rechtvaardigen niet aangeschreven worden.

  • 12Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is.

  • 8Het rantsoen van ieders ziel is zijn rijkdom; maar de arme hoort het schelden niet.

  • 17Verhoor mij, o HEERE, want Uw goedertierenheid is goed; zie mij aan naar de grootheid Uwer barmhartigheden.

  • 4Hij zal de ellendigen des volks richten; hij zal de kinderen des nooddruftigen verlossen, en den verdrukker verbrijzelen.

  • Job 5:15-16
    2 verzen
    69%

    15Maar Hij verlost den behoeftige van het zwaard, van hun mond, en van de hand des sterken.

    16Zo is voor den arme verwachting; en de boosheid stopt haar mond toe.

  • 29De HEERE is ver van de goddelozen; maar het gebed der rechtvaardigen zal Hij verhoren.

  • 15Samech. Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na.

  • 19Hoe dan tot Dien, Die het aangezicht der vorsten niet aanneemt, en den rijke voor den arme niet kent? Want zij zijn allen Zijner handen werk.

  • 19Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds.

  • 12Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had.