Psalmen 82:3

Statenvertaling (States Bible)

Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 10:18 : 18 Om den wees en verdrukte recht te doen; opdat een mens van de aarde niet meer voortvare geweld te bedrijven.
  • Jer 22:16 : 16 Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE.
  • Deut 24:17 : 17 Gij zult het recht van den vreemdeling en van den wees niet buigen, en gij zult het kleed der weduwe niet te pand nemen.
  • Jer 22:3 : 3 Zo zegt de HEERE: Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den vreemdeling niet, den wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.
  • Deut 10:18 : 18 Die het recht van den wees en van de weduwe doet; en den vreemdeling liefheeft, dat Hij hem brood en kleding geve.
  • Jak 1:27 : 27 De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en den Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld.
  • Jes 1:17 : 17 Leert goed doen, zoekt het recht, helpt den verdrukte, doet den wees recht, handelt de twistzaak der weduwe.
  • Jes 1:23 : 23 Uw vorsten zijn afvalligen, en metgezellen der dieven, een ieder van hen heeft de geschenken lief, en zij jagen de vergeldingen na; den wezen doen zij geen recht, en de twistzaak der weduwen komt voor hen niet.
  • Jer 5:28 : 28 Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 4Verlost den arme en den behoeftige, rukt hem uit der goddelozen hand.

  • Spr 31:8-9
    2 verzen
    82%

    8Open uw mond voor den stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden.

    9Open uw mond; oordeel gerechtelijk, en doe den verdrukte en nooddruftige recht.

  • 2Hoe lang zult gijlieden onrecht oordelen, en het aangezicht der goddelozen aannemen? Sela.

  • 4Hij zal de ellendigen des volks richten; hij zal de kinderen des nooddruftigen verlossen, en den verdrukker verbrijzelen.

  • 2Om de armen van het recht af te wenden, en om het recht der ellendigen Mijns volks te roven, opdat de weduwen hun buit worden, en opdat zij de wezen mogen plunderen!

  • 12Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is.

  • 18Om den wees en verdrukte recht te doen; opdat een mens van de aarde niet meer voortvare geweld te bedrijven.

  • 2Zo zal hij Uw volk richten met gerechtigheid, en Uw ellendigen met recht.

  • 6Gij zult het recht uws armen niet buigen in zijn twistige zaak.

  • Spr 22:22-23
    2 verzen
    77%

    22Beroof den arme niet, omdat hij arm is; en verbrijzel den ellendige niet in de poort.

    23Want de HEERE zal hun twistzaak twisten, en Hij zal dengenen, die hen beroven, de ziel roven.

  • 17Leert goed doen, zoekt het recht, helpt den verdrukte, doet den wees recht, handelt de twistzaak der weduwe.

  • Ps 72:12-13
    2 verzen
    76%

    12Want hij zal den nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders den ellendige, en die geen helper heeft.

    13Hij zal den arme en nooddruftige verschonen, en de zielen der nooddruftigen verlossen.

  • 3Zo zegt de HEERE: Doet recht en gerechtigheid, en redt den beroofde uit de hand des verdrukkers; en onderdrukt den vreemdeling niet, den wees noch de weduwe; doet geen geweld en vergiet geen onschuldig bloed in deze plaats.

  • 12Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 16Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE.

  • 14Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, Gij zijt geweest een Helper van den wees.

  • Jes 3:13-14
    2 verzen
    74%

    13De HEERE stelt Zich om te pleiten, en Hij staat, om de volken te richten.

    14De HEERE komt ten gerichte tegen de oudsten Zijns volks en deszelfs vorsten, want gijlieden hebt dezen wijngaard verteerd; de roof des ellendigen is in uwe huizen.

  • 21Laat den verdrukte niet beschaamd wederkeren; laat den ellendige en nooddruftige Uw Naam prijzen.

  • 15Hij zal den ellendige in zijn ellende vrijmaken, en in de onderdrukking zal Hij het voor hunlieder oor openbaren.

  • 28Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet.

  • 14Een koning, die de armen in trouw recht doet, diens troon zal in eeuwigheid bevestigd worden.

  • 3Een arm man, die de geringen verdrukt, is een wegvagende regen, zodat er geen brood zij.

  • 31Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem.

  • 15Gij zult geen onrecht doen in het gericht; gij zult het aangezicht des geringen niet aannemen, noch het aangezicht des groten voortrekken; in gerechtigheid zult gij uw naaste richten.

  • 31Want Hij zal den nooddruftige ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die zijn ziel veroordelen.

  • 6Hij laat den goddeloze niet leven, en het recht der ellendigen beschikt Hij.

  • 73%

    4Hoort dit, gij, die den nooddruftige opslokt! en dat om te vernielen de ellendigen des lands;

  • 3Ook zult gij den geringe niet voortrekken en zijn twistige zaak.

  • 22Gij zult geen weduwe noch wees beledigen.

  • 4Zij doen de nooddruftigen wijken van den weg; te zamen versteken zich de ellendigen des lands.

  • 1Doe mij recht, o God! en twist Gij mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van den man des bedrogs en des onrechts.

  • 9De weduwen hebt gij ledig weggezonden, en de armen der wezen zijn verbrijzeld.

  • 28Opdat Hij op hem het geroep des armen brenge, en het geroep der ellendigen verhore.

  • 6De HEERE doet gerechtigheid en gerichten al dengenen, die onderdrukt worden.

  • 7De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak der armen; maar de goddeloze begrijpt de wetenschap niet.

  • 9Zij rukken het weesje van de borst, en dat over den arme is, nemen zij te pand.

  • 19Vervloekt zij, die het recht van den vreemdeling, van den wees en van de weduwe buigt! En al het volk zal zeggen: Amen.

  • 5Zingt Gode, psalmzingt Zijn Naam; hoogt de wegen voor Dien, Die in de vlakken velden rijdt, omdat Zijn Naam is HEERE; en springt op van vreugde voor Zijn aangezicht.

  • 15Maar Hij verlost den behoeftige van het zwaard, van hun mond, en van de hand des sterken.

  • 6Gijlieden beschaamt den raad des ellendigen, omdat de HEERE zijn Toevlucht is.

  • 17Gij zult het recht van den vreemdeling en van den wees niet buigen, en gij zult het kleed der weduwe niet te pand nemen.

  • 10Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk! U, Die den ellendige redt van dien, die sterker is dan hij, en den ellendige en nooddruftige van zijn berover.

  • 5Die daar zeggen: Wij zullen de overhand hebben met onze tong; onze lippen zijn onze! Wie is heer over ons?

  • 13Zingt den HEERE, prijst den HEERE; want Hij heeft de ziel des nooddruftigen uit de hand der boosdoeners verlost.

  • 16Ik was den nooddruftigen een vader; en het geschil, dat ik niet wist, dat onderzocht ik.