Spreuken 7:24

Statenvertaling (States Bible)

Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 5:7 : 7 Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.
  • Spr 4:1 : 1 Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.
  • Spr 8:32-33 : 32 Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren. 33 Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.
  • 1 Kor 4:14-15 : 14 Ik schrijf deze dingen niet om u te beschamen, maar als mijn lieve kinderen vermaan ik u. 15 Want al hadt gij tien duizend leermeesters in Christus, zo hebt gij toch niet vele vaders; want in Christus Jezus heb ik u door het Evangelie geteeld.
  • Gal 4:19 : 19 Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge.
  • 1 Joh 2:1 : 1 Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 7Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.

  • Spr 8:32-34
    3 verzen
    83%

    32Nu dan, kinderen! hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren.

    33Hoort de tucht, en wordt wijs, en verwerpt die niet.

    34Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.

  • Spr 4:20-21
    2 verzen
    81%

    20Mijn zoon! merk op mijn woorden, neig uw oor tot mijn redenen.

    21Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten.

  • Spr 4:1-2
    2 verzen
    81%

    1Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten.

    2Dewijl ik ulieden goede leer geve, verlaat mijn wet niet.

  • 1Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;

  • 1Mijn zoon, bewaar mijn redenen, en leg mijn geboden bij u weg.

  • 16Zo er dan verstand bij u is, hoor dit; neig de oren tot de stem mijner woorden.

  • 23Neemt ter ore en hoort mijn stem, merkt op en hoort mijn rede!

  • 8Nu dan, mijn zoon! hoor mijn stem in hetgeen ik u gebiede.

  • 26Mijn zoon! geef mij uw hart, en laat uw ogen mijn wegen bewaren.

  • 1Een onderwijzing van Asaf. O mijn volk! neem mijn leer ter oren; neigt ulieder oor tot de redenen mijns monds.

  • Spr 2:1-2
    2 verzen
    75%

    1Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt;

    2Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;

  • 25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • 10Hoor, mijn zoon! en neem mijn redenen aan, en de jaren des levens zullen u vermenigvuldigd worden.

  • 11Caph. De jonge leeuwen lijden armoede, en hongeren; maar die den HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • 8Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;

  • 1Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds.

  • 17Hoort naarstiglijk mijn rede, en mijn aanwijzing met uw oren.

  • 27Laat af, mijn zoon, horende de tucht, af te dwalen van de redenen der wetenschap.

  • 12Begeef uw hart tot de tucht, en uw oren tot de redenen der wetenschap.

  • 17Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;

  • 6Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.

  • 2Hoort, gij wijzen, mijn woorden, en gij verstandigen, neigt de oren naar mij.

  • 1En gewisselijk, o Job! hoor toch mijn redenen, en neem al mijn woorden ter ore.

  • Spr 4:4-5
    2 verzen
    72%

    4Hij nu leerde mij, en zeide tot mij: Uw hart houde mijn woorden vast, onderhoud mijn geboden, en leef.

    5Verkrijg wijsheid, verkrijg verstand; vergeet niet, en wijk niet van de redenen mijns monds.

  • 23Totdat hem de pijl zijn lever doorsneed; gelijk een vogel zich haast naar den strik, en niet weet, dat dezelve tegen zijn leven is.

  • 4Tot u, o mannen! roep Ik, en Mijn stem is tot de mensenkinderen.

  • 1Mijn zoon! vergeet mijn wet niet, maar uw hart beware mijn geboden.

  • 15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  • 15Indien ik zou zeggen: Ik zal ook alzo spreken; ziet, zo zou ik trouweloos zijn aan het geslacht Uwer kinderen.

  • 23Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.

  • 6Hoort, want ik zal vorstelijke dingen spreken, en de opening Mijner lippen zal enkel billijkheid zijn.

  • 33Zo niet, hoor naar mij; zwijg, en ik zal u wijsheid leren.

  • 2Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat!

  • 10Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;

  • 21Mijn zoon! laat ze niet afwijken van uw ogen; bewaar de bestendige wijsheid en bedachtzaamheid.

  • 8Zeker, gij hebt gezegd voor mijn oren, en ik heb de stem der woorden gehoord;

  • 22Ontvang toch de wet uit Zijn mond, en leg Zijn redenen in uw hart.

  • 15Mijn zoon! zo uw hart wijs is, mijn hart zal blijde zijn, ja, ik.

  • 21Geef ook uw hart niet tot alle woorden, die men spreekt, opdat gij niet hoort, dat uw knecht u vloekt.

  • 21Zij hoorden mij aan, en wachtten, en zwegen op mijn raad.

  • 5Opdat zij u bewaren voor een vreemde vrouw, voor de onbekende, die met haar redenen vleit.

  • 11Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader wat te antwoorden heb.