Spreuken 8:2

Statenvertaling (States Bible)

Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse, waar paden zijn, staat Zij;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 9:3 : 3 Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad:
  • Spr 9:14 : 14 En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem?

  • Spr 1:20-21
    2 verzen
    85%

    20De opperste Wijsheid roept overluid daar buiten; Zij verheft haar stem op de straten.

    21Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad;

  • Spr 8:3-4
    2 verzen
    85%

    3Aan de zijde der poorten, voor aan de stad, aan den ingang der deuren roept Zij overluid:

    4Tot u, o mannen! roep Ik, en Mijn stem is tot de mensenkinderen.

  • Spr 9:13-16
    4 verzen
    82%

    13Een zotte vrouw is woelachtig, de slechtigheid zelve, en weet niet met al.

    14En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad;

    15Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende:

    16Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:

  • Spr 9:1-4
    4 verzen
    80%

    1De opperste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd; Zij heeft Haar zeven pilaren gehouwen.

    2Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht.

    3Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad:

    4Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:

  • Spr 7:10-12
    3 verzen
    78%

    10En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede;

    11Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;

    12Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

  • Spr 8:11-12
    2 verzen
    75%

    11Want wijsheid is beter dan robijnen, en al wat men begeren mag, is met haar niet te vergelijken.

    12Ik, Wijsheid, woon bij de kloekzinnigheid, en vinde de kennis van alle bedachtzaamheid.

  • Spr 3:14-18
    5 verzen
    75%

    14Want haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud.

    15Zij is kostelijker dan robijnen en al; wat u lusten mag, is met haar niet te vergelijken.

    16Langheid der dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer.

    17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

    18Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.

  • 8Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.

  • Spr 4:6-9
    4 verzen
    74%

    6Verlaat ze niet, en zij zal u behoeden; heb ze lief, en zij zal u bewaren.

    7De wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting.

    8Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult.

    9Zij zal uw hoofd een aangenaam toevoegsel geven, een sierlijke kroon zal zij u leveren.

  • 12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?

  • Spr 5:5-6
    2 verzen
    73%

    5Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.

    6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.

  • 20Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?

  • 25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

  • 28In het volle geklank der bazuin, zegt het: Heah! en ruikt den krijg van verre, den donder der vorsten en het gejuich.

  • 34Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.

  • 20Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts;

  • 14Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de Sterkte.

  • 18Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.

  • 8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

  • 20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.

  • 9Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.

  • Spr 2:3-4
    2 verzen
    70%

    3Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;

    4Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;

  • 31Thau. Geef haar van de vrucht harer handen, en laat haar werken haar prijzen in de poorten.

  • 7Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn stoel op de straat liet bereiden.

  • 31Als gij uw verwelfsel bouwt aan het hoofd van iederen weg, en uw hoge plaats maakt in elke straat, en niet zijt geweest als een hoer, het hoerenloon beschimpende.

  • 26Pe. Zij doet haar mond open met wijsheid; en op haar tong is leer der goeddadigheid.

  • 4Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en heet het verstand uw bloedvriend;

  • 6Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit;

  • 8Indien gij het niet weet, o gij schoonste onder de vrouwen! zo ga uit op de voetstappen der schapen, en weid uw geiten bij de woningen der herderen.