Spreuken 8:3

Statenvertaling (States Bible)

Aan de zijde der poorten, voor aan de stad, aan den ingang der deuren roept Zij overluid:

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 29:7 : 7 Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn stoel op de straat liet bereiden.
  • Matt 22:9 : 9 Daarom gaat op de uitgangen der wegen, en zovelen als gij er zult vinden, roept ze tot de bruiloft.
  • Luk 14:21-23 : 21 En dezelve dienstknecht weder gekomen zijnde, boodschapte deze dingen zijn heer. Toen werd de heer des huizes toornig, en zeide tot zijn dienstknecht: Ga haastelijk uit in de straten en wijken der stad, en breng de armen, en verminkten, en kreupelen, en blinden hier in. 22 En de dienstknecht zeide: Heer, het is geschied, gelijk gij bevolen hebt, en nog is er plaats. 23 En de heer zeide tot den dienstknecht: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat mijn huis vol worde;
  • Joh 18:20 : 20 Jezus antwoordde hem: Ik heb vrijuit gesproken tot de wereld; Ik heb allen tijd geleerd in de synagoge en in den tempel, waar de Joden van alle plaatsen samenkomen; en in het verborgen heb Ik niets gesproken.
  • Hand 5:20 : 20 Gaat heen, en staat, en spreekt in den tempel tot het volk al de woorden dezes levens.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 1:20-21
    2 verzen
    88%

    20De opperste Wijsheid roept overluid daar buiten; Zij verheft haar stem op de straten.

    21Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad;

  • Spr 8:1-2
    2 verzen
    85%

    1Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem?

    2Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse, waar paden zijn, staat Zij;

  • Spr 9:2-4
    3 verzen
    82%

    2Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht.

    3Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad:

    4Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:

  • Spr 9:13-16
    4 verzen
    80%

    13Een zotte vrouw is woelachtig, de slechtigheid zelve, en weet niet met al.

    14En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad;

    15Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende:

    16Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij:

  • Spr 7:8-13
    6 verzen
    78%

    8Voorbijgaande op de straat, nevens haar hoek, en hij trad op den weg van haar huis.

    9In de schemering, in den avond des daags, in den zwarten nacht en de donkerheid;

    10En ziet, een vrouw ontmoette hem in hoerenversiersel, en met het hart op haar hoede;

    11Deze was woelachtig en wederstrevig, haar voeten bleven in haar huis niet;

    12Nu buiten, dan op de straten zijnde, en bij alle hoeken loerende;

    13En zij greep hem aan, en kuste hem; zij sterkte haar aangezicht, en zeide tot hem:

  • 34Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren.

  • 4Tot u, o mannen! roep Ik, en Mijn stem is tot de mensenkinderen.

  • 26En haar poorten zullen treuren, en leed dragen, en zij zal, ledig gemaakt zijnde, op de aarde zitten.

  • 31Thau. Geef haar van de vrucht harer handen, en laat haar werken haar prijzen in de poorten.

  • 8Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;

  • 7Toen ik uitging naar de poort door de stad, toen ik mijn stoel op de straat liet bereiden.

  • Jer 17:19-20
    2 verzen
    70%

    19Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem;

    20En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat!

  • 6Want door het venster van mijn huis, door mijn tralie keek ik uit;

  • 23Nun. Haar man is bekend in de poorten, als hij zit met de oudsten des lands.

  • Spr 3:17-18
    2 verzen
    69%

    17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

    18Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.

  • 2Sta in de poort van des HEEREN huis, en roep aldaar dit woord uit, en zeg: Hoort des HEEREN woord, o gans Juda! gij, die door deze poorten ingaat, om den HEERE aan te bidden.

  • Spr 7:25-27
    3 verzen
    69%

    25Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaalt niet op haar paden.

    26Want zij heeft veel gewonden nedergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele.

    27Haar huis zijn wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods.

  • Hoogl 3:2-3
    2 verzen
    69%

    2Ik zal nu opstaan, en in de stad omgaan, in de wijken en in de straten; ik zal Hem zoeken, Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet.

    3De wachters, die in de stad omgingen, vonden mij: ik zeide: Hebt gij Dien gezien, Dien mijn ziel liefheeft?

  • Ps 118:19-20
    2 verzen
    69%

    19Doet mij de poorten der gerechtigheid open, ik zal daardoor ingaan, ik zal den HEERE loven.

    20Dit is de poort des HEEREN, door dewelke de rechtvaardigen zullen ingaan.

  • 18Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.

  • 7Gelijk een bornput zijn water opgeeft, alzo geeft zij haar boosheid op; geweld en verstoring wordt in haar gehoord, weedom en plaging is steeds voor Mijn aangezicht.

  • 16Toen riep een wijze vrouw uit de stad: Hoort, hoort, zegt toch tot Joab: Nader tot hiertoe, dat ik tot u spreke.

  • 26En deze vrouw kwam tegen het aanbreken van den morgenstond, en viel neder voor de deur van het huis des mans, waarin haar heer was, totdat het licht werd.

  • 4En de twee deuren naar de straat zullen gesloten worden, als er is een nederig geluid der maling, en hij opstaat op de stem van het vogeltje, en al de zangeressen nedergebogen zullen worden.

  • 21Zij bewoog hem door de veelheid van haar onderricht, zij dreef hem aan door het gevlei harer lippen.

  • 2Beth. Zij weent steeds des nachts, en haar tranen lopen over haar kinnebakken; zij heeft geen trooster onder al haar liefhebbers; al haar vrienden hebben trouwelooslijk met haar gehandeld, zij zijn haar tot vijanden geworden.

  • Ps 55:10-11
    2 verzen
    67%

    10Verslind hen, HEERE! deel hun tong; want ik zie wrevel en twist in de stad.

    11Dag en nacht omringen zij haar op haar muren; en ongerechtigheid en overlast is binnen in haar.

  • 7De wachters, die in de stad omgingen, vonden mij, zij sloegen mij, zij verwondden mij; de wachters op de muren namen mijn sluier van mij.

  • 8Verhef ze, en zij zal u verhogen; zij zal u vereren, als gij haar omhelzen zult.

  • 10Wie is zij, die er uitziet als de dageraad, schoon, gelijk de maan, zuiver als de zon, schrikkelijk als slagorden met banieren?

  • 9Zo zij een muur is, wij zullen een paleis van zilver op haar bouwen; en zo zij een deur is, wij zullen haar rondom bezetten met cederen planken.