Spreuken 3:6
Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.
Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
4En vind gunst en goed verstand, in de ogen Gods en der mensen.
5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.
25Laat uw ogen rechtuit zien, en uw oogleden zich recht voor u heen houden.
26Weeg den gang uws voets, en laat al uw wegen wel gevestigd zijn.
27Wijk niet ter rechter hand of ter linkerhand, wend uw voet af van het kwade.
3Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden.
9Het hart des mensen overdenkt zijn weg; maar de HEERE stiert zijn gang.
5Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken;
6En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.
8Opdat zij de paden des rechts houden; en Hij zal den weg Zijner gunstgenoten bewaren.
9Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.
11Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.
12In uw gaan zal uw tred niet benauwd worden, en indien gij loopt, zult gij niet struikelen.
7Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van het kwade.
20Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.
23Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.
23Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte.
21Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.
5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.
6En houdt de geboden des HEEREN, uws Gods, om in Zijn wegen te wandelen, en om Hem te vrezen.
4Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.
21En uw oren zullen horen het woord desgenen, die achter u is, zeggende: Dit is de weg, wandelt in denzelven; als gij zoudt afwijken ter rechterhand of ter linkerhand.
9Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.
23Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.
24De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?
19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.
6Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.
3Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.
3En neem waar de wacht des HEEREN, uws Gods, om te wandelen in Zijn wegen, om te onderhouden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en Zijn getuigenissen, gelijk geschreven is in de wet van Mozes; opdat gij verstandelijk handelt in al wat gij doen zult, en al waarheen gij u wenden zult;
17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.
11Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.
7Het pad des rechtvaardigen is geheel effen, den gang des rechtvaardigen weegt Gij recht.
10Caph. Alle paden des HEEREN zijn goedertierenheid en waarheid, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.
17De baan der oprechten is van het kwaad af te wijken; hij behoedt zijn ziel, die zijn weg bewaart.
7Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.
22Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken.
13Ook zal de HEERE het goede geven; en ons land zal zijn vrucht geven. [ (Psalms 85:14) De gerechtigheid zal voor Zijn aangezicht henengaan, en Hij zal ze zetten op den weg Zijner voetstappen. ]
9Efraim! wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb hem verhoord, en zal op hem zien; Ik zal hem zijn als een groenende denneboom; uw vrucht is uit Mij gevonden. [ (Hosea 14:10) Wie is wijs? die versta deze dingen; wie is verstandig? die bekenne ze; want des HEEREN wegen zijn recht, en de rechtvaardigen zullen daarin wandelen, maar de overtreders zullen daarin vallen. ]
3Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.
1Een lied Hammaaloth. Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt.
6Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.
3Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil.
19Opdat uw vertrouwen op den HEERE zij, maak ik u die heden bekend; gij ook maak ze bekend.
15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.
9Vereer den HEERE van uw goed, en van de eerstelingen al uwer inkomsten;
6Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.
3Dat ons de HEERE, uw God, bekend make den weg, dien wij zullen ingaan, en de zaak, die wij zullen doen.
2Alle weg des mensen is recht in zijn ogen; maar de HEERE weegt de harten.
105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.