Spreuken 22:19

Statenvertaling (States Bible)

Opdat uw vertrouwen op den HEERE zij, maak ik u die heden bekend; gij ook maak ze bekend.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 3:5 : 5 Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.
  • Jes 12:2 : 2 Ziet, God is mijn Heil, ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de Heere HEERE is mijn Sterkte en mijn Psalm, en Hij is mij tot Heil geworden.
  • Jes 26:4 : 4 Vertrouwt op den HEERE tot in der eeuwigheid; want in den Heere HEERE is een eeuwige rotssteen.
  • Jer 17:7 : 7 Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!
  • 1 Petr 1:21 : 21 Die door Hem gelooft in God, Welke Hem opgewekt heeft uit de doden, en Hem heerlijkheid gegeven heeft, opdat uw geloof en hoop op God zijn zou.
  • Ps 62:8 : 8 In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen mijner sterkte, mijn Toevlucht is in God.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 22:20-21
    2 verzen
    84%

    20Heb ik u niet heerlijke dingen geschreven van allerlei raad en wetenschap?

    21Om u bekend te maken de zekerheid van de redenen der waarheid; opdat gij de redenen der waarheid antwoorden moogt dengenen, die u zenden.

  • Spr 22:17-18
    2 verzen
    78%

    17Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;

    18Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.

  • Ps 31:19-20
    2 verzen
    74%

    19Laat de valse lippen stom worden, die hard spreken tegen den rechtvaardige, in hoogmoed en verachting.

    20O, hoe groot is Uw goed, dat Gij weggelegd hebt voor degenen, die U vrezen; dat Gij gewrocht hebt voor degenen, die op U betrouwen, in de tegenwoordigheid der mensenkinderen!

  • Job 22:21-22
    2 verzen
    73%

    21Gewen u toch aan Hem, en heb vrede; daardoor zal u het goede overkomen.

    22Ontvang toch de wet uit Zijn mond, en leg Zijn redenen in uw hart.

  • 19HEERE, om Uws knechts wil, en naar Uw hart, hebt Gij al dezen grote dingen gedaan, om al deze grote dingen bekend te maken.

  • 18De HEERE nu heeft het mij te kennen gegeven, dat ik het wete; toen hebt Gij mij hun handelingen doen zien.

  • 66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.

  • 12Om over te gaan in het verbond des HEEREN, uws Gods, en in Zijn vloek, hetwelk de HEERE, uw God, heden met u maakt;

  • 27Opdat zij weten, dat dit Uw hand is, dat Gij het, HEERE! gedaan hebt.

  • 17O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen.

  • 21Om Uws woords wil, en naar Uw hart hebt Gij al deze grote dingen gedaan, om aan Uw knecht bekend te maken.

  • 11Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem.

  • 152Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.

  • Ps 119:11-13
    3 verzen
    71%

    11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

    12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.

    13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

  • 11Ik onderwijs u in den weg der wijsheid; ik doe u treden in de rechte sporen.

  • 13Maar deze dingen hebt Gij verborgen in Uw hart; ik weet, dat dit bij U geweest is.

  • 5Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken;

  • 26Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden.

  • Spr 3:5-6
    2 verzen
    71%

    5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.

    6Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.

  • 3Wentel uw werken op den HEERE, en uw gedachten zullen bevestigd worden.

  • Ps 118:8-9
    2 verzen
    71%

    8Het is beter tot den HEERE toevlucht te nemen, dan op den mens te vertrouwen.

    9Het is beter tot den HEERE toevlucht te nemen, dan op prinsen te vertrouwen.

  • 20En het zal te dien dage geschieden, dat Ik verhoren zal, spreekt de HEERE; Ik zal den hemel verhoren, en die zal de aarde verhoren.

  • 14Samech. De verborgenheid des HEEREN is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.

  • 71%

    17Heden hebt gij den HEERE doen zeggen, dat Hij u tot een God zal zijn, en dat gij zult wandelen in Zijn wegen, en houden Zijn inzettingen, en Zijn geboden, en Zijn rechten, en dat gij Zijner stem zult gehoorzaam zijn.

    18En de HEERE heeft u heden doen zeggen, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zult zijn, gelijk als Hij u gesproken heeft, en dat gij al Zijn geboden zult houden;

    19Opdat Hij u alzo boven al de volken, die Hij gemaakt heeft, hoog zette, tot lof, en tot een naam, en tot heerlijkheid; en opdat gij een heilig volk zijt den HEERE, uw God, gelijk als Hij gesproken heeft.

  • 21Nu heb ik het u heden bekend gemaakt; maar gij hebt niet gehoord naar de stem des HEEREN, uws Gods, noch naar al hetgeen, met hetwelk Hij mij tot u gezonden heeft.

  • 14Want ik hoorde de naspraak van velen; vreze is van rondom, dewijl zij te zamen tegen mij raadslaan; zij denken mijn ziel te nemen.

  • 27Maar Ik weet uw zitten, en uw uitgaan, en uw inkomen, en uw woeden tegen Mij.

  • 27Ik heb u onder Mijn volk gesteld, tot een wachttoren, tot een vesting; opdat gij hun weg zoudt weten en proeven.

  • 27Zie dit, wij hebben het doorzocht, het is alzo; hoor het, en bemerk gij het voor u.

  • 42Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.

  • 24Die Uw knecht, mijn vader David, gehouden hebt, wat Gij tot hem gesproken hadt; want met Uw mond hebt Gij gesproken, en met Uw hand vervuld, gelijk het te dezen dage is.

  • 4En Hij heeft een nieuw lied in mijn mond gegeven, een lofzang onzen Gode; velen zullen het zien, en vrezen, en op den HEERE vertrouwen.

  • 22Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken.

  • 19Hoor gij, mijn zoon! en word wijs, en richt uw hart op den weg.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.

  • 17Ik zal u wijzen, hoor mij aan, en hetgeen ik gezien heb, dat zal ik vertellen;

  • 19De HEERE heeft tegen ulieden gesproken, gij overblijfsel van Juda! Gaat niet in Egypte; weet zekerlijk, dat ik heden tegen u betuigd heb.

  • 18Want Ik zal u zekerlijk bevrijden, en gij zult door het zwaard niet vallen; maar gij zult uw ziel tot een buit hebben, omdat gij op Mij vertrouwd hebt, spreekt de HEERE.

  • 8Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.

  • 3Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.