Psalmen 119:42

Statenvertaling (States Bible)

Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Hand 27:25 : 25 Daarom zijt goedsmoeds, mannen, want ik geloof Gode, dat het alzo zijn zal, gelijkerwijs het mij gezegd is.
  • Ps 119:49 : 49 Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.
  • Ps 119:74 : 74 Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.
  • Ps 119:81 : 81 Caph. Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt.
  • Spr 27:11 : 11 Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader wat te antwoorden heb.
  • Matt 27:40-43 : 40 En zeggende: Gij, Die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Indien Gij de Zone Gods zijt, zo kom af van het kruis. 41 En desgelijks ook de overpriesters met de Schriftgeleerden, en ouderlingen, en Farizeen, Hem bespottende, zeiden: 42 Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning Israels is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven. 43 Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.
  • Matt 27:63 : 63 Zeggende: Heer, wij zijn indachtig, dat deze verleider, nog levende, gezegd heeft: Na drie dagen zal Ik opstaan.
  • 2 Sam 7:12-16 : 12 Wanneer uw dagen zullen vervuld zijn, en gij met uw vaderen zult ontslapen zijn, zo zal Ik uw zaad na u doen opstaan, dat uit uw lijf voortkomen zal, en Ik zal zijn koninkrijk bevestigen. 13 Die zal Mijn Naam een huis bouwen; en Ik zal den stoel zijns koninkrijks bevestigen tot in eeuwigheid. 14 Ik zal hem zijn tot een Vader, en hij zal Mij zijn tot een zoon; dewelke als hij misdoet, zo zal Ik hem met een mensenroede en met plagen der mensenkinderen straffen. 15 Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, gelijk als Ik die weggenomen heb van Saul, dien Ik van voor uw aangezicht heb weggenomen. 16 Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid.
  • 2 Sam 16:7-8 : 7 Aldus nu zeide Simei in zijn vloeken: Ga uit, ga uit, gij, man des bloeds, en gij, Belials man! 8 De HEERE heeft op u doen wederkomen al het bloed van Sauls huis, in wiens plaats gij geregeerd hebt; nu heeft de HEERE het koninkrijk gegeven in de hand van Absalom, uw zoon; zie nu, gij zijt in uw ongeluk, omdat gij een man des bloeds zijt.
  • 2 Sam 19:18-20 : 18 Als nu de pont overvoer, om het huis des konings over te halen, en te doen, wat goed was in zijn ogen, zo viel Simei, de zoon van Gera, neder voor het aangezicht des konings, als hij over de Jordaan voer; 19 En hij zeide tot den koning: Mijn heer rekene mij niet toe de misdaad, en gedenke niet, wat uw knecht verkeerdelijk gedaan heeft, te dien dage, als mijn heer de koning uit Jeruzalem uitging, dat het de koning zich ter harte zoude nemen. 20 Want uw knecht weet het zekerlijk, ik heb gezondigd; doch zie, ik ben heden gekomen, de eerste van het ganse huis van Jozef, om mijn heer den koning tegemoet af te komen.
  • 1 Kron 28:3-6 : 3 Maar God heeft tot mij gezegd: Gij zult Mijn Naam geen huis bouwen, want gij zijt een krijgsman, en gij hebt veel bloeds vergoten. 4 Nu heeft mij de HEERE, de God Israels, verkoren uit mijns vaders ganse huis, dat ik tot koning over Israel wezen zou in eeuwigheid; want Hij heeft Juda tot een voorganger verkoren, en mijns vaders huis in het huis van Juda; en onder de zonen mijns vaders heeft Hij een welgevallen aan mij gehad, dat Hij mij ten koning maakte over gans Israel. 5 En uit al mijn zonen (want de HEERE heeft mij vele zonen gegeven) zo heeft Hij mijn zoon Salomo verkoren, dat hij zitten zou op den stoel des koninkrijks des HEEREN over Israel. 6 En Hij heeft tot mij gezegd: Uw zoon Salomo, die zal Mijn huis en Mijn voorhoven bouwen; want Ik heb hem Mij uitverkoren tot een zoon, en Ik zal hem tot een Vader zijn.
  • Ps 3:2 : 2 O HEERE! hoe zijn mijn tegenpartijders vermenigvuldigd; velen staan tegen mij op.
  • Ps 42:10 : 10 Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet Gij mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?
  • Ps 56:4 : 4 Ten dage, als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen.
  • Ps 56:10-11 : 10 Dan zullen mijn vijanden achterwaarts keren, ten dage als ik roepen zal; dit weet ik, dat God met mij is. 11 In God zal ik het woord prijzen; in den HEERE zal ik het woord prijzen.
  • Ps 71:10-11 : 10 Want mijn vijanden spreken van mij, en die op mijn ziel loeren, beraadslagen te zamen, 11 Zeggende: God heeft hem verlaten; jaagt na, en grijpt hem, want er is geen verlosser.
  • Ps 89:19-37 : 19 Want ons schild is van den HEERE, en onze koning is van den Heilige Israels. 20 Toen hebt Gij in een gezicht gesproken van Uw heilige, en gezegd: Ik heb hulp besteld bij een held; Ik heb een verkorene uit het volk verhoogd. 21 Ik heb David, Mijn knecht, gevonden; met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd; 22 Met welken Mijn hand vast blijven zal; ook zal hem Mijn arm versterken. 23 De vijand zal hem niet dringen, en de zoon der ongerechtigheid zal hem niet onderdrukken. 24 Maar Ik zal zijn wederpartijders verpletteren voor zijn aangezicht, en die hem haten, zal Ik plagen. 25 En Mijn getrouwheid en Mijn goedertierenheid zullen met hem zijn; en zijn hoorn zal in Mijn Naam verhoogd worden. 26 En Ik zal zijn hand in de zee zetten, en zijn rechterhand in de rivieren. 27 Hij zal Mij noemen: Gij zijt mijn Vader! mijn God, en de Rotssteen mijns heils! 28 Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde. 29 Ik zal hem Mijn goedertierenheid in eeuwigheid houden, en Mijn verbond zal hem vast blijven. 30 En Ik zal zijn zaad in eeuwigheid zetten, en zijn troon als de dagen der hemelen. 31 Indien zijn kinderen Mijn wet verlaten, en in Mijn rechten niet wandelen; 32 Indien zij Mijn inzettingen ontheiligen, en Mijn geboden niet houden; 33 Zo zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken, en hun ongerechtigheid met plagen. 34 Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, en in Mijn getrouwheid niet feilen. 35 Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen. 36 Ik heb eens gezworen bij Mijn heiligheid: Zo Ik aan David liege! 37 Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon.
  • Ps 109:25 : 25 Nog ben ik hun een smaad; als zij mij zien, zo schudden zij hun hoofd.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

  • 22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

  • Ps 119:38-41
    4 verzen
    76%

    38Bevestig Uw toezeggingen aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is.

    39Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.

    40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

    41Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;

  • 114Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.

  • 74Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.

  • 11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • Ps 119:49-50
    2 verzen
    74%

    49Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.

    50Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.

  • 74%

    169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.

    170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.

  • 3Ik heb aangehoord een bestraffing, die mij schande aandoet; maar de geest zal uit mijn verstand voor mij antwoorden.

  • 116Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.

  • 74%

    161Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.

    162Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.

  • Ps 13:4-5
    2 verzen
    74%

    4Aanschouw, verhoor mij, HEERE, mijn God; verlicht mijn ogen, opdat ik in de dood niet ontslape;

    5Opdat niet mijn vijand zegge: Ik heb hem overmocht; mijn tegenpartijders zich verheugen, wanneer ik zou wankelen.

  • 15Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wiens mond geen tegenredenen zijn.

  • Ps 119:45-46
    2 verzen
    73%

    45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.

    46Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen.

  • 14Want ik hoorde de naspraak van velen; vreze is van rondom, dewijl zij te zamen tegen mij raadslaan; zij denken mijn ziel te nemen.

  • Ps 56:3-4
    2 verzen
    73%

    3Mijn verspieders zoeken mij den gansen dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!

    4Ten dage, als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen.

  • Ps 56:10-11
    2 verzen
    73%

    10Dan zullen mijn vijanden achterwaarts keren, ten dage als ik roepen zal; dit weet ik, dat God met mij is.

    11In God zal ik het woord prijzen; in den HEERE zal ik het woord prijzen.

  • 172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.

  • 6Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.

  • 56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

  • 76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • Ps 119:78-79
    2 verzen
    72%

    78Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.

    79Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.

  • 7Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.

  • 11Zijt wijs, mijn zoon, en verblijd mijn hart; opdat ik mijn smader wat te antwoorden heb.

  • 69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.

  • 66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.

  • 31Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.

  • 95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.

  • 58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.

  • 71%

    146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

    147Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.

  • 10Ik zal zeggen tot God: Mijn Steenrots! waarom vergeet Gij mij? Waarom ga ik in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?

  • 82Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?

  • 1Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

  • 7Laat hen door mij niet beschaamd worden, die U verwachten, o Heere, HEERE der heirscharen, laat hen door mij niet te schande worden, die U zoeken, o God Israels!

  • 10Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven.

  • 16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

  • 7Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij ijdelijk; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal.