Psalmen 119:56
Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
54Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.
55HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.
166O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.
167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
57Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.
58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
60Ik heb gehaast, en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden.
99Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.
100Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.
102Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.
66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
67Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
106Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.
21De HEERE vergold mij naar mijn gerechtigheid, Hij gaf mij weder naar de reinigheid mijner handen.
22Want ik heb des HEEREN wegen gehouden, en ben van mijn God niet goddelooslijk afgegaan.
4HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.
5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.
22Want ik heb des HEEREN wegen gehouden, en ben van mijn God niet goddelooslijk afgegaan.
13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.
14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.
15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.
129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
110De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.
111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.
93Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.
94Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.
52Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.
158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
87Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten.
127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.
47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.
8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.
146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.
173Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.
141Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.
63Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden.
42Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.