Psalmen 119:69

Statenvertaling (States Bible)

De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 13:4 : 4 Want gewisselijk, gij zijt leugenstoffeerders; gij allen zijt nietige medicijnmeesters.
  • Ps 35:11 : 11 Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij.
  • Ps 109:2-3 : 2 Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong. 3 En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.
  • Ps 119:34 : 34 Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
  • Ps 119:51 : 51 De hovaardigen hebben mij boven mate zeer bespot; nochtans ben ik van Uw wet niet geweken.
  • Ps 119:58 : 58 Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
  • Ps 119:157 : 157 Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.
  • Jer 43:2-3 : 2 Zo sprak Azaria, de zoon van Hosaja, en Johanan, de zoon van Kareah, en al de trotse mannen, zeggende tot Jeremia: Gij spreekt leugen; de HEERE, onze God, heeft u niet gezonden, om te zeggen: Gijlieden zult niet gaan in Egypte, om aldaar als vreemdelingen te verkeren. 3 Maar Baruch, de zoon van Nerija, hitst u tegen ons op, opdat hij ons overgeve in de hand der Chaldeen, dat zij ons doden en ons gevankelijk naar Babel wegvoeren.
  • Matt 5:11-12 : 11 Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. 12 Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.
  • Matt 6:24 : 24 Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon.
  • Matt 26:59-68 : 59 En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet. 60 En hoewel er vele valse getuigen toegekomen waren, zo vonden zij toch niet. 61 Maar ten laatste kwamen twee valse getuigen, en zeiden: Deze heeft gezegd: Ik kan den tempel Gods afbreken, en in drie dagen denzelven opbouwen. 62 En de hogepriester, opstaande, zeide tot Hem: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U? 63 Doch Jezus zweeg stil. En de hogepriester, antwoordende, zeide tot Hem: Ik bezweer U bij den levenden God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God? 64 Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels. 65 Toen verscheurde de hogepriester zijn klederen, zeggende: Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigen van node? Ziet, nu hebt gij Zijn gods lastering gehoord. 66 Wat dunkt ulieden? En zij, antwoordende, zeiden: Hij is des doods schuldig. 67 Toen spogen zij in Zijn aangezicht, en sloegen Hem met vuisten. 68 En anderen gaven Hem kinnebakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het, die U geslagen heeft?
  • Hand 24:5 : 5 Want wij hebben dezen man bevonden te zijn een pest, en een, die oproer verwekt onder al de Joden, door de ganse wereld, en een oppersten voorstander van de sekte der Nazarenen.
  • Hand 24:13 : 13 En zij kunnen niet bewijzen, waarvan zij mij nu beschuldigen.
  • Jak 1:8 : 8 Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 78Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.

  • Ps 119:10-11
    2 verzen
    78%

    10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

    11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • 70Hun hart is vet als smeer; maar ik heb vermaak in Uw wet.

  • 51De hovaardigen hebben mij boven mate zeer bespot; nochtans ben ik van Uw wet niet geweken.

  • Ps 119:33-34
    2 verzen
    77%

    33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.

    34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

  • 110De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.

  • 77%

    167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.

    168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

  • Ps 119:21-22
    2 verzen
    76%

    21Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.

    22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

  • 2Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;

  • 56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

  • 145Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.

  • Ps 119:7-8
    2 verzen
    75%

    7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.

    8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.

  • 75%

    157Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.

    158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.

    159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

  • 161Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.

  • Ps 119:85-87
    3 verzen
    75%

    85De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet.

    86Al Uw geboden zijn waarheid; zij vervolgen mij met leugen, help mij.

    87Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten.

  • 112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.

  • 75%

    128Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.

    129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.

  • Ps 119:15-16
    2 verzen
    75%

    15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.

    16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

  • 118Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.

  • 101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

  • 141Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.

  • 106Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.

  • 43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

  • 58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.

  • 163Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.

  • 95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.

  • Ps 119:29-30
    2 verzen
    74%

    29Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.

    30Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.

  • 13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

  • Ps 119:66-67
    2 verzen
    74%

    66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.

    67Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.

  • 45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.

  • 80Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.

  • 93Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.

  • 47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.

  • 5Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten.

  • 40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

  • 63Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden.

  • 4HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.