Psalmen 119:163

Statenvertaling (States Bible)

Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 119:128 : 128 Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.
  • Spr 6:16-19 : 16 Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel: 17 Hoge ogen, een valse tong, en handen, die onschuldig bloed vergieten; 18 Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen; 19 Een vals getuige, die leugenen blaast; en die tussen broederen krakelen inwerpt.
  • Spr 30:8 : 8 Ijdelheid en leugentaal doe verre van mij; armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels;
  • Am 5:15 : 15 Haat het boze, en hebt lief het goede, en bestelt het recht in de poort, misschien zal de HEERE, de God der heirscharen, aan Jozefs overblijfsel genadig zijn.
  • Rom 12:9 : 9 De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan.
  • Ef 4:25 : 25 Daarom legt af de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; want wij zijn elkanders leden.
  • Opb 22:15 : 15 Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet.
  • Ps 101:7 : 7 Wie bedrog pleegt, zal binnen mijn huis niet blijven; die leugenen spreekt, zal voor mijn ogen niet bevestigd worden.
  • Ps 119:29 : 29 Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.
  • Ps 119:113 : 113 Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 83%

    112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.

    113Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.

  • 79%

    127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.

    128Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.

  • 104Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.

  • 6In Uw hand beveel ik mijn geest; Gij hebt mij verlost, HEERE, Gij, God der waarheid!

  • Ps 119:29-30
    2 verzen
    75%

    29Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.

    30Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.

  • Ps 119:69-70
    2 verzen
    74%

    69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.

    70Hun hart is vet als smeer; maar ik heb vermaak in Uw wet.

  • 74%

    164Ik loof U zeven maal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.

    165Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.

    166O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.

    167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.

  • 73%

    118Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.

    119Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

  • 47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.

  • 5De rechtvaardige haat leugentaal; maar de goddeloze maakt zich stinkende, en doet zich schaamte aan.

  • 97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.

  • 11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • Ps 139:21-22
    2 verzen
    72%

    21Zou ik niet haten HEERE! die U haten? en verdriet hebben in degenen, die tegen U opstaan?

    22Ik haat hen met volkomen haat, tot vijanden zijn zij mij.

  • 72%

    140Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.

    141Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.

    142Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.

    143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.

  • Ps 52:3-4
    2 verzen
    72%

    3Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag.

    4Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes, werkende bedrog.

  • 162Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.

  • 13De vreze des HEEREN is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.

  • 43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

  • 174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

  • 17En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.

  • 71%

    158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.

    159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

    160Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.

  • 71%

    6De onzinnigen zullen voor Uw ogen niet bestaan; Gij haat alle werkers der ongerechtigheid.

  • 22Valse lippen zijn den HEERE een gruwel; maar die trouwelijk handelen, zijn Zijn welgevallen.

  • 53Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.

  • 5Ik haat de vergadering der boosdoeners, en bij de goddelozen zit ik niet.

  • 16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

  • 16Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel:

  • 106Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.

  • 34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

  • 3Ik zal geen Belials-stuk voor mijn ogen stellen; ik haat het doen der afvalligen, het zal mij niet aankleven.

  • 172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.

  • 22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

  • 101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

  • 72De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver.

  • 8Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.