Psalmen 119:34

Statenvertaling (States Bible)

Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Matt 7:24 : 24 Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;
  • Jak 1:5 : 5 En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.
  • Ps 119:69 : 69 De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.
  • Ps 119:73 : 73 Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.
  • Spr 2:5-6 : 5 Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden. 6 Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.
  • Matt 5:19 : 19 Zo wie dan een van deze minste geboden zal ontbonden, en de mensen alzo zal geleerd hebben, die zal de minste genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar zo wie dezelve zal gedaan en geleerd hebben, die zal groot genaamd worden in het Koninkrijk der hemelen.
  • Job 28:28 : 28 Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, de vreze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand.
  • Ps 111:10 : 10 Resch. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; Schin. allen, die ze doen, hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.
  • Ps 119:10 : 10 Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
  • Ps 119:58 : 58 Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
  • Jak 1:25 : 25 Maar die inziet in de volmaakte wet, die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze, geen vergetelijk hoorder geworden zijnde, maar een dader des werks, deze, zeg ik, zal gelukzalig zijn in dit zijn doen.
  • Jak 2:8-9 : 8 Indien gij dan de koninklijke wet volbrengt, naar de Schrift: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven, zo doet gij wel; 9 Maar indien gij den persoon aanneemt, zo doet gij zonde, en wordt van de wet bestraft als overtreders. 10 Want wie de gehele wet zal houden, en in een zal struikelen, die is schuldig geworden aan alle. 11 Want Die gezegd heeft: Gij zult geen overspel doen, Die heeft ook gezegd: Gij zult niet doden. Indien gij nu geen overspel zult doen, maar zult doden, zo zijt gij een overtreder der wet geworden. 12 Spreekt alzo, en doet alzo, als die door de wet der vrijheid zult geoordeeld worden.
  • Jak 3:13-18 : 13 Wie is wijs en verstandig onder u? die bewijze uit zijn goeden wandel zijn werken in zachtmoedige wijsheid. 14 Maar indien gij bitteren nijd en twistgierigheid hebt in uw hart, zo roemt en liegt niet tegen de waarheid. 15 Deze is de wijsheid niet, die van boven afkomt, maar is aards, natuurlijk, duivels. 16 Want waar nijd en twistgierigheid is, aldaar is verwarring en alle boze handel. 17 Maar de wijsheid, die van boven is, die is ten eerste zuiver, daarna vreedzaam, bescheiden, gezeggelijk, vol van barmhartigheid en van goede vruchten, niet partijdig oordelende, en ongeveinsd. 18 En de vrucht der rechtvaardigheid wordt in vrede gezaaid voor degenen, die vrede maken.
  • Jak 4:11 : 11 Broeders, spreekt niet kwalijk van elkander. Die van zijn broeder kwalijk spreekt en zijn broeder oordeelt, die spreekt kwalijk van de wet, en oordeelt de wet. Indien gij nu de wet oordeelt, zo zijt gij geen dader der wet, maar een rechter.
  • Joh 7:17 : 17 Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek.
  • Deut 4:6 : 6 Behoudt ze dan, en doet ze; want dat zal uw wijsheid en uw verstand zijn voor de ogen der volken, die al deze inzettingen horen zullen, en zeggen: Dit groot volk alleen is een wijs en verstandig volk!

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 119:32-33
    2 verzen
    85%

    32Ik zal den weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.

    33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.

  • Ps 119:35-36
    2 verzen
    82%

    35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.

    36Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid.

  • Ps 119:4-12
    9 verzen
    81%

    4HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.

    5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!

    6Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.

    7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.

    8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.

    9Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.

    10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

    11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

    12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.

  • Ps 119:26-27
    2 verzen
    81%

    26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.

    27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.

  • 81%

    124Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.

    125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.

  • 80%

    143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.

    144De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.

    145Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.

  • 66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.

  • Ps 119:15-18
    4 verzen
    79%

    15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.

    16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

    17Gimel. Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware.

    18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.

  • 78%

    168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

    169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.

  • 73Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.

  • 77%

    99Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.

    100Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

    101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

  • 69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.

  • 159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

  • 58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.

  • 112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.

  • Ps 119:44-45
    2 verzen
    76%

    44Zo zal ik Uw wet steeds onderhouden, eeuwiglijk en altoos.

    45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.

  • 77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.

  • 56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

  • 40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

  • 2Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;

  • 29Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.

  • 47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.

  • 97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.

  • 130De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.

  • 174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

  • 108Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.

  • 117Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.

  • 149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.

  • 80Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.