Psalmen 119:26

Statenvertaling (States Bible)

Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 25:4 : 4 Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.
  • Ps 86:11 : 11 Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.
  • Ps 27:11 : 11 HEERE! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad, om mijner verspieders wil.
  • Ps 32:5 : 5 Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela.
  • Ps 119:12 : 12 HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.
  • Ps 25:8-9 : 8 Teth. De HEERE is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in den weg. 9 Jod. Hij zal de zachtmoedigen leiden in het recht, en Hij zal den zachtmoedigen Zijn weg leren.
  • Ps 143:8-9 : 8 Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op. 9 Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik. 10 Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land.
  • Spr 28:13 : 13 Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.
  • 1 Kon 8:36 : 36 Hoor Gij dan in den hemel, en vergeef de zonde van Uw knechten en van Uw volk Israel, als Gij hun zult geleerd hebben den goeden weg in denwelken zij wandelen zullen; en geef regen op Uw land, dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt.
  • Ps 119:106 : 106 Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.
  • Ps 38:18 : 18 Want ik ben tot hinken gereed, en mijn smart is steeds voor mij.
  • Ps 51:1-9 : 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. 2 Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan. 3 Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden. 4 Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonde. 5 Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij. 6 Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uw ogen; opdat Gij rechtvaardig zijt in Uw spreken, en rein zijt in Uw richten. 7 Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen. 8 Zie, Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, en in het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend. 9 Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw. 10 Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die Gij verbrijzeld hebt. 11 Verberg Uw aangezicht van mijn zonden, en delg uit al mijn ongerechtigheden. 12 Schep mij een rein hart, o God! en vernieuw in het binnenste van mij een vasten geest. 13 Verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uw Heiligen Geest niet van mij. 14 Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij. 15 Zo zal ik de overtreders Uw wegen leren; en de zondaars zullen zich tot U bekeren. 16 Verlos mij van bloedschulden, o God, Gij, God mijns heils! zo zal mijn tong Uw gerechtigheid vrolijk roemen. 17 Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen. 18 Want Gij hebt geen lust tot offerande, anders zou ik ze geven; in brandofferen hebt Gij geen behagen. 19 De offeranden Gods zijn een gebroken geest; een gebroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten. [ (Psalms 51:20) Doe wel bij Sion naar Uw welbehagen; bouw de muren van Jeruzalem op. ] [ (Psalms 51:21) Dan zult Gij lust hebben aan de offeranden der gerechtigheid, aan brandoffer en een offer, dat gans verteerd wordt; dan zullen zij varren offeren op Uw altaar. ]

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 119:10-13
    4 verzen
    82%

    10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

    11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

    12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.

    13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

  • Ps 119:33-35
    3 verzen
    80%

    33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.

    34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

    35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.

  • 27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.

  • 66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.

  • 78%

    168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

    169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.

    170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.

    171Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.

  • 68Gij zijt goed en goeddoende; leer mij Uw inzettingen.

  • 77%

    145Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o HEERE! ik zal Uw inzettingen bewaren.

    146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

  • 76%

    124Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.

    125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.

  • Ps 119:4-5
    2 verzen
    76%

    4HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.

    5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!

  • 108Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.

  • 4Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden.

  • 6Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

  • 102Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.

  • 135Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.

  • Ps 119:15-16
    2 verzen
    74%

    15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.

    16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

  • 6De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.

  • 149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.

  • 25Daleth. Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord.

  • 8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.

  • Ps 119:56-59
    4 verzen
    73%

    56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

    57Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.

    58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.

    59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.

  • 64HEERE! de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw inzettingen.

  • 40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

  • 30Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.

  • 159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

  • 73Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.

  • 94Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.

  • 11Leer mij, HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze Uws Naams.

  • 18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.

  • 54Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.

  • 17O God! Gij hebt mij geleerd van mijn jeugd aan, en tot nog toe verkondig ik Uw wonderen.

  • 131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.

  • 11HEERE! leer mij Uw weg, en leid mij in het rechte pad, om mijner verspieders wil.

  • 117Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.

  • 8Mijn hart zegt tot U: Gij zegt: Zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o HEERE!

  • 8Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.