Psalmen 119:18
Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.
Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.
37Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.
38Bevestig Uw toezeggingen aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is.
15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
17Gimel. Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware.
26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.
27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.
148Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.
149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.
76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.
77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
130De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.
19Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet.
20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.
135Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.
136Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.
5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
123Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.
124Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.
125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.
40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
29Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.
73Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.
173Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.
174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.
170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.
52Opdat Uw ogen open zijn tot de smeking van Uw knecht en tot de smeking van Uw volk Israel, om naar hen te horen, in al hun roepen tot U.
1Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.
153Resch. Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten.
2Laat mijn recht van voor Uw aangezicht uitgaan, laat Uw ogen de billijkheden aanschouwen.
19Doet mij de poorten der gerechtigheid open, ik zal daardoor ingaan, ik zal den HEERE loven.
105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
82Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?
97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.
8De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende.
33Zij zeiden tot Hem: Heere! dat onze ogen geopend worden.
15Ain. Mijn ogen zijn geduriglijk op den HEERE, want Hij zal mijn voeten uit het net uitvoeren.
58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
3Hoe lang zal ik raadslagen voornemen in mijn ziel, droefenis in mijn hart bij dag? Hoe lang zal mijn vijand over mij verhoogd zijn?