Psalmen 119:148

Statenvertaling (States Bible)

Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 63:6 : 6 Mijn ziel zou als met smeer en vettigheid verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen.
  • Klaagl 2:19 : 19 Koph. Maak u op, maak geschrei des nachts in het begin der nachtwaken, stort uw hart uit voor het aangezicht des Heeren als water; hef uw handen tot Hem op voor de ziel uwer kinderkens, die in onmacht gevallen zijn van honger, vooraan op alle straten.
  • Luk 6:12 : 12 En het geschiedde in die dagen, dat Hij uitging naar den berg, om te bidden, en Hij bleef den nacht over in het gebed tot God.
  • Ps 119:62 : 62 Te middernacht sta ik op, om U te loven voor de rechten Uwer gerechtigheid.
  • Ps 139:17-18 : 17 Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen! 18 Zoude ik ze tellen? Harer is meer, dan des zands; word ik wakker, zo ben ik nog bij U.
  • Ps 63:1 : 1 Een psalm van David, als hij was in de woestijn van Juda.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 84%

    146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

    147Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.

  • 123Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.

  • 18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.

  • 6Mijn ziel zou als met smeer en vettigheid verzadigd worden, en mijn mond zou roemen met vrolijk zingende lippen.

  • 82Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?

  • 4Zo ik mijn ogen slaap geve, mijn oogleden sluimering;

  • Ps 119:15-16
    2 verzen
    75%

    15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.

    16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

  • 4Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar; peinsde ik, zo werd mijn ziel overstelpt. Sela.

  • Ps 130:5-6
    2 verzen
    74%

    5Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.

    6Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.

  • 74%

    168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

    169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.

    170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.

  • 3Hoe lang zal ik raadslagen voornemen in mijn ziel, droefenis in mijn hart bij dag? Hoe lang zal mijn vijand over mij verhoogd zijn?

  • Ps 119:10-11
    2 verzen
    73%

    10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

    11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • 37Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.

  • 62Te middernacht sta ik op, om U te loven voor de rechten Uwer gerechtigheid.

  • 149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.

  • 73%

    158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.

    159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

  • Ps 119:55-56
    2 verzen
    73%

    55HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.

    56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

  • 101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

  • 13Zullen Uw wonderen bekend worden in de duisternis, en Uw gerechtigheid in het land der vergetelheid?

  • 40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

  • 131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.

  • 71%

    7Ik ben moede van mijn zuchten; ik doe mijn bed den gansen nacht zwemmen; ik doornat mijn bedstede met mijn tranen.

  • 15Ain. Mijn ogen zijn geduriglijk op den HEERE, want Hij zal mijn voeten uit het net uitvoeren.

  • 3HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.

  • 8Doch op U zijn mijn ogen, HEERE, Heere! op U betrouw ik, ontbloot mijn ziel niet.

  • 20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.

  • 105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

  • 5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!

  • 97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.

  • 6Ik overdacht de dagen van ouds, de jaren der eeuwen.

  • 95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.

  • 70%

    3Merk op de stem mijns geroeps, o mijn Koning en mijn God! Want tot U zal ik bidden.

  • 136Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.

  • 3Gij hebt mijn hart geproefd, des nachts bezocht, Gij hebt mij getoetst. Gij vindt niets; hetgeen ik gedacht heb, overtreedt mijn mond niet.

  • 34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

  • 70%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Nechiloth.

  • 27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.

  • 11Indien ik zeide: De duisternis zal mij immers bedekken; dan is de nacht een licht om mij.

  • 114Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.

  • 99Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.

  • 129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.

  • 174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.