Psalmen 119:129
Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
24Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.
119Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.
2Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;
127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.
128Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.
142Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.
143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.
144De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
160Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.
95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.
56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
138Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden.
22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.
69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.
140Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.
125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.
14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.
15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
99Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.
100Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
157Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.
146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.
27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.
88Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.
97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.
103Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
4HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.
5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.
152Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.
59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
79Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.
8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.
93Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.
175Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.
31Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.
47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
130De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.
54Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.
117Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.