Psalmen 119:59
Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.
15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
60Ik heb gehaast, en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden.
167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.
102Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.
79Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.
58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
157Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.
158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
67Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.
9Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.
54Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.
55HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.
56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
30Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.
31Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.
26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.
27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.
129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.
36Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid.
37Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.
52Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.
99Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.
111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.
105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.
5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.
11Aan Zijn gang heeft mijn voet vastgehouden; Zijn weg heb ik bewaard, en ben niet afgeweken.
125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.
146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.
24Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.
176Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.
39Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.
40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
133Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.
47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.