Psalmen 119:59

Statenvertaling (States Bible)

Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Deut 4:30-31 : 30 Wanneer gij in angst zult zijn, en u al deze dingen zullen treffen; in het laatste der dagen, dan zult gij wederkeren tot den HEERE, uw God, en Zijn stem gehoorzaam zijn. 31 Want de HEERE, uw God, is een barmhartig God; Hij zal u niet verlaten, noch u verderven; en Hij zal het verbond uwer vaderen, dat Hij hun gezworen heeft, niet vergeten.
  • Jer 8:4-6 : 4 Zeg wijders tot hen: Zo zegt de HEERE: Zal men vallen, en niet weder opstaan? Zal men afkeren, en niet wederkeren? 5 Waarom keert dan dit volk te Jeruzalem af met een altoosdurende afkering? Zij houden vast aan bedrog, zij weigeren weder te keren. 6 Ik heb geluisterd en toegehoord, zij spreken dat niet recht is, er is niemand, die berouw heeft over zijn boosheid, zeggende: Wat heb ik gedaan? Een ieder keert zich om in zijn loop, gelijk een onbesuisd paard in den strijd.
  • Jer 31:18-19 : 18 Ik heb wel gehoord, dat zich Efraim beklaagt, zeggende: Gij hebt mij getuchtigd, en ik ben getuchtigd geworden als een ongewend kalf. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn, want Gij zijt de HEERE, mijn God! 19 Zekerlijk, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelven ben bekend gemaakt, heb ik op de heup geklopt, ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb.
  • Klaagl 3:40 : 40 Nun. Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot den HEERE.
  • Ezech 18:28 : 28 Dewijl hij toeziet, en zich bekeert van al zijn overtredingen, die hij gedaan heeft, hij zal gewisselijk leven, hij zal niet sterven.
  • Ezech 18:30 : 30 Daarom zal Ik u richten, o huis Israels! een ieder naar zijn wegen, spreekt de Heere HEERE, keert weder, en bekeert u van al uw overtredingen, zo zal de ongerechtigheid u niet tot een aanstoot worden.
  • Ezech 33:14-16 : 14 Als Ik ook tot den goddeloze zeg: Gij zult den dood sterven! en hij zich van zijn zonde bekeert, en recht en gerechtigheid doet; 15 Geeft de goddeloze het pand weder, betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zekerlijk leven, hij zal niet sterven. 16 Al zijn zonden, die hij gezondigd heeft, zullen hem niet gedacht worden; hij heeft recht en gerechtigheid gedaan, hij zal zekerlijk leven.
  • Ezech 33:19 : 19 En als de goddeloze zich bekeert van zijn goddeloosheid, en doet recht en gerechtigheid, zo zal hij daarin leven.
  • Joël 2:13 : 13 En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade.
  • Hag 1:5 : 5 Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.
  • Hag 1:7 : 7 Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.
  • Luk 15:17-20 : 17 En tot zichzelven gekomen zijnde, zeide hij: Hoe vele huurlingen mijns vaders hebben overvloed van brood, en ik verga van honger! 18 Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u; 19 En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen. 20 En opstaande, ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.
  • 2 Kor 12:21 : 21 Opdat wederom, als ik zal gekomen zijn, mijn God mij niet vernedere bij u, en ik rouw hebbe over velen, die te voren gezondigd hebben, en die zich niet bekeerd zullen hebben van de onreinigheid, en hoererij, en ontuchtigheid, die zij gedaan hebben.
  • 2 Kor 13:5 : 5 Onderzoekt uzelven, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven. Of kent gij uzelven niet, dat Jezus Christus in u is? tenzij dat gij enigszins verwerpelijk zijt.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 119:14-15
    2 verzen
    78%

    14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.

    15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.

  • 60Ik heb gehaast, en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden.

  • 76%

    167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.

    168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

  • 5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!

  • 76%

    101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

    102Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.

  • 79Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.

  • 58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.

  • 75%

    157Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.

    158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.

    159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

  • Ps 119:66-67
    2 verzen
    75%

    66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.

    67Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.

  • Ps 119:9-11
    3 verzen
    75%

    9Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.

    10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

    11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • 95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.

  • Ps 119:54-56
    3 verzen
    74%

    54Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.

    55HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.

    56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

  • Ps 119:30-31
    2 verzen
    73%

    30Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.

    31Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.

  • Ps 119:26-27
    2 verzen
    73%

    26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.

    27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.

  • 129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.

  • 22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

  • Ps 119:33-37
    5 verzen
    73%

    33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.

    34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

    35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.

    36Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid.

    37Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.

  • 52Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.

  • 99Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.

  • 72%

    111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.

    112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.

  • 105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

  • 45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.

  • 5Houdende mijn gangen in Uw sporen, opdat mijn voetstappen niet zouden wankelen.

  • 11Aan Zijn gang heeft mijn voet vastgehouden; Zijn weg heb ik bewaard, en ben niet afgeweken.

  • 125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.

  • 146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

  • 24Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.

  • 176Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.

  • Ps 119:39-40
    2 verzen
    71%

    39Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.

    40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

  • 133Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.

  • 47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.

  • 69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.