Psalmen 119:167
Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.
128Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.
129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.
47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
166O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.
119Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.
146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.
13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.
14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.
97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.
140Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.
174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
175Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
87Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten.
88Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.
2Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;
22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.
95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.
157Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.
138Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden.
8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.
69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.
24Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.
143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.
144De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.
106Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.
31Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.
34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
67Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.
109Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.
152Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.
16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
117Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.
125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.
101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.
4HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.
5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.
40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.
44Zo zal ik Uw wet steeds onderhouden, eeuwiglijk en altoos.