Psalmen 119:97
Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.
Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.
48En ik zal mijn handen opheffen naar Uw geboden, die ik liefheb, en ik zal Uw inzettingen betrachten.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.
76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.
77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.
12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.
13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.
14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.
15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.
16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.
112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.
113Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.
98Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.
99Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.
174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.
163Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.
164Ik loof U zeven maal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.
165Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.
96In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd.
103Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!
129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.
72De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver.
73Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.
143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.
55HEERE! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.
56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
57Cheth. De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.
58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
140Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.
18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.
119Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.
93Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.
66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.
5Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!
20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.
40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.
2Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht.
8Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.
17Daarom, hoe kostelijk zijn mij, o God, Uw gedachten! hoe machtig veel zijn haar sommen!