Psalmen 119:96

Statenvertaling (States Bible)

In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Heb 4:12-13 : 12 Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten. 13 En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem; maar alle dingen zijn naakt en geopend voor de ogen Desgenen, met Welken wij te doen hebben.
  • 1 Sam 9:2 : 2 Die had een zoon, wiens naam was Saul, een jongeman, en schoon, ja, er was geen schoner man dan hij onder de kinderen Israels; van zijn schouderen en opwaarts was hij hoger dan al het volk.
  • 1 Sam 17:8 : 8 Deze nu stond, en riep tot de slagorden van Israel, en zeide tot hen: Waarom zoudt gijlieden uittrekken, om de slagorde te stellen? Ben ik niet een Filistijn, en gijlieden knechten van Saul? Kiest een man onder u, die tot mij afkome.
  • 1 Sam 17:49-51 : 49 En David stak zijn hand in de tas, en hij nam een steen daaruit, en hij slingerde, en trof den Filistijn in zijn voorhoofd; zodat de steen zonk in zijn voorhoofd, en hij viel op zijn aangezicht ter aarde. 50 Alzo overweldigde David den Filistijn met een slinger en met een steen; en hij versloeg den Filistijn, en doodde hem; doch David had geen zwaard in de hand. 51 Daarom liep David, en stond op den Filistijn, en nam zijn zwaard, en hij trok het uit zijn schede, en hij doodde hem, en hij hieuw hem het hoofd daarmede af. Toen de Filistijnen zagen, dat hun geweldigste dood was, zo vluchtten zij.
  • 1 Sam 31:4-5 : 4 Toen zeide Saul tot zijn wapendrager: Trek uw zwaard uit, en doorsteek mij daarmede, dat misschien deze onbesnedenen niet komen, en mij doorsteken, en met mij den spot drijven. Maar zijn wapendrager wilde niet, want hij vreesde zeer. Toen nam Saul het zwaard, en viel daarin. 5 Toen zijn wapendrager zag, dat Saul dood was, zo viel hij ook in zijn zwaard en stierf met hem.
  • 2 Sam 14:25 : 25 Nu was er in gans Israel geen man zo schoon als Absalom, zeer te prijzen; van zijn voetzool af tot zijn hoofdschedel toe was er geen gebrek in hem.
  • 2 Sam 16:23 : 23 En in die dagen was Achitofels raad, dien hij raadde, als of men naar Gods woord gevraagd had; alzo was alle raad van Achitofel, zo bij David als bij Absalom.
  • 2 Sam 17:23 : 23 Als nu Achitofel zag, dat zijn raad niet gedaan was, zadelde hij den ezel, en maakte zich op, en toog naar zijn huis in zijn stad, en gaf bevel aan zijn huis, en verhing zich. Alzo stierf hij, en werd begraven in zijns vaders graf.
  • 2 Sam 18:14 : 14 Toen zeide Joab: Ik zal hier bij u alzo niet vertoeven; en hij nam drie pijlen, en stak ze in Absaloms hart, daar hij nog levend was in het midden van den eik.
  • 2 Sam 18:17 : 17 En zij namen Absalom, en wierpen hem in het woud, in een groten kuil, en stelden op hem een zeer groten steenhoop; en gans Israel vluchtte, een iegelijk naar zijn tent.
  • Ps 19:7-8 : 7 Haar uitgang is van het einde des hemels, en haar omloop tot aan de einden deszelven; en niets is verborgen voor haar hitte. 8 De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende.
  • Ps 39:5-6 : 5 HEERE! maak mij bekend mijn einde, en welke de mate mijner dagen zij; dat ik wete, hoe vergankelijk ik zij. 6 Zie, Gij hebt mijn dagen een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U; immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid. Sela.
  • Pred 1:2-3 : 2 Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid. 3 Wat voordeel heeft de mens van al zijn arbeid, dien hij arbeidt onder de zon?
  • Pred 2:11 : 11 Toen wendde ik mij tot al mijn werken, die mijn handen gemaakt hadden, en tot den arbeid, dien ik werkende gearbeid had; ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes, en daarin was geen voordeel onder de zon.
  • Pred 7:20 : 20 Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.
  • Pred 12:8 : 8 Ijdelheid der ijdelheden, zegt de prediker; het is al ijdelheid!
  • Matt 5:18 : 18 Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.
  • Matt 5:28 : 28 Maar Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aan ziet, om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.
  • Matt 22:37-40 : 37 En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. 38 Dit is het eerste en het grote gebod. 39 En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. 40 Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
  • Matt 24:35 : 35 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
  • Marc 12:29-34 : 29 En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere. 30 En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod. 31 En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze. 32 En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij; 33 En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen. 34 En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.
  • Rom 7:7-9 : 7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren. 8 Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood. 9 En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven. 10 En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden. 11 Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid, en door hetzelve gedood. 12 Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.
  • Rom 7:14 : 14 Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 74%

    97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.

    98Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.

    99Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.

    100Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

    101Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.

    102Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.

  • 72%

    166O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.

    167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.

    168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

  • 72%

    142Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.

    143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.

    144De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.

  • 95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.

  • 71%

    127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.

    128Daarom heb ik alle Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.

    129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.

  • 71%

    112Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.

    113Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.

  • 71%

    158Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.

    159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

    160Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.

  • 66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.

  • Ps 119:32-34
    3 verzen
    71%

    32Ik zal den weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.

    33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.

    34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.

  • 10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

  • 70%

    151Maar Gij, HEERE! zijt nabij, en al Uw geboden zijn waarheid.

    152Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.

  • 18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.

  • 6Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.

  • 172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.

  • 131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.

  • 47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.

  • 40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

  • 56Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.

  • 68%

    118Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.

    119Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

  • 106Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.

  • 86Al Uw geboden zijn waarheid; zij vervolgen mij met leugen, help mij.

  • Ps 119:20-21
    2 verzen
    68%

    20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.

    21Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.

  • 4HEERE! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.

  • 174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

  • Ps 119:13-16
    4 verzen
    68%

    13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

    14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.

    15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.

    16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

  • 6De kennis is mij te wonderbaar, zij is hoog, ik kan er niet bij.

  • 73Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.

  • 60Resch. Gij hebt al hun wraak gezien, al hun gedachten tegen mij.