Psalmen 119:24

Statenvertaling (States Bible)

Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 119:16 : 16 Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.
  • Ps 119:77 : 77 Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
  • Ps 119:92 : 92 Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan.
  • Ps 119:97-99 : 97 Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag. 98 Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij. 99 Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn. 100 Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.
  • Ps 119:104-105 : 104 Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden. 105 Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.
  • Ps 119:143 : 143 Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.
  • Ps 119:162 : 162 Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.
  • Spr 6:20-23 : 20 Mijn zoon, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet. 21 Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals. 22 Als gij wandelt, zal dat u geleiden; als gij nederligt, zal het over u de wacht houden; als gij wakker wordt, zal hetzelve met u spreken. 23 Want het gebod is een lamp, en de wet is een licht, en de bestraffingen der tucht zijn de weg des levens;
  • Jes 8:20 : 20 Tot de wet en tot de getuigenis! zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben.
  • Jer 6:10 : 10 Tot wie zal ik spreken en betuigen, dat zij het horen? Ziet, hun oor is onbesneden, dat zij niet kunnen toeluisteren; ziet, het woord des HEEREN is hun tot een smaad, zij hebben geen lust daartoe.
  • Kol 3:16 : 16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander, met psalmen en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart.
  • 2 Tim 3:15-17 : 15 En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is. 16 Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; 17 Opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.
  • Deut 17:18-20 : 18 Voorts zal het geschieden, als hij op den stoel zijns koninkrijks zal zitten, zo zal hij zich een dubbel van deze wet afschrijven in een boek, uit hetgeen voor het aangezicht der Levietische priesteren is; 19 En het zal bij hem zijn, en hij zal daarin lezen al de dagen zijns levens; opdat hij den HEERE, zijn God, lere vrezen, om te bewaren al de woorden dezer wet en deze inzettingen, om die te doen; 20 Dat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broederen, en dat hij niet afwijke van het gebod, ter rechterhand of ter linkerhand; opdat hij de dagen verlenge in zijn koninkrijk, hij en zijn zonen, in het midden van Israel.
  • Joz 1:8 : 8 Dat het boek dezer wet niet wijke van uw mond, maar overleg het dag en nacht, opdat gij waarneemt te doen naar alles, wat daarin geschreven is; want alsdan zult gij uw wegen voorspoedig maken, en alsdan zult gij verstandelijk handelen.
  • Job 27:10 : 10 Zal hij zich verlustigen in den Almachtige? Zal hij God aanroepen te aller tijd?
  • Ps 19:11 : 11 Zij zijn begeerlijker dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig en honigzeem.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 119:22-23
    2 verzen
    77%

    22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

    23Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.

  • 129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.

  • 111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.

  • 74%

    167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.

    168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

  • 74%

    143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.

    144De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.

  • Ps 119:11-14
    4 verzen
    74%

    11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

    12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.

    13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

    14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.

  • 174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

  • Ps 119:97-99
    3 verzen
    74%

    97Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.

    98Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.

    99Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.

  • Ps 119:46-47
    2 verzen
    74%

    46Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen.

    47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.

  • 157Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.

  • Ps 119:76-77
    2 verzen
    73%

    76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.

    77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.

  • 95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.

  • Ps 119:35-36
    2 verzen
    72%

    35Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.

    36Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid.

  • 125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.

  • 16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

  • 19Als mijn gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden, hebben Uw vertroostingen mijn ziel verkwikt.

  • 24Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.

  • 119Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

  • 54Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.

  • 59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.

  • Ps 119:25-27
    3 verzen
    71%

    25Daleth. Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord.

    26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.

    27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.

  • 103Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!

  • 79Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.

  • 88Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.

  • 138Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden.

  • 50Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.

  • 2Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;

  • 92Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan.

  • 7Ik zal den HEERE loven, Die mij raad heeft gegeven; zelfs bij nacht onderwijzen mij mijn nieren.

  • 8Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.

  • 43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

  • 31Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.

  • 114Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.

  • 52Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.

  • 7Ik haat degenen, die op valse ijdelheden acht nemen, en ik betrouw op den HEERE.

  • 105Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

  • 152Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.