Psalmen 119:46

Statenvertaling (States Bible)

Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Hand 26:1-2 : 1 En Agrippa zeide tot Paulus: Het is u geoorloofd voor uzelven te spreken. Toen strekte Paulus de hand uit, en verantwoordde zich aldus: 2 Ik acht mijzelven gelukkig, o koning Agrippa, dat ik mij heden voor u zal verantwoorden van alles, waarover ik van de Joden beschuldigd word;
  • Hand 26:24-29 : 24 En als hij deze dingen tot verantwoording sprak, zeide Festus met grote stem: Gij raast, Paulus, de grote geleerdheid brengt u tot razernij! 25 Maar hij zeide: Ik raas niet, machtigste Festus, maar ik spreek woorden van waarheid en van een gezond verstand; 26 Want de koning weet van deze dingen, tot welken ik ook vrijmoedigheid gebruikende spreek; want ik geloof niet, dat hem iets van deze dingen verborgen is; want dit is in geen hoek geschied. 27 Gelooft gij, o koning Agrippa, de profeten? Ik weet dat gij ze gelooft. 28 En Agrippa zeide tot Paulus: Gij beweegt mij bijna een Christen te worden. 29 En Paulus zeide: Ik wenste wel van God, dat, en bijna en geheellijk, niet alleen gij, maar ook allen, die mij heden horen, zodanigen wierden, gelijk als ik ben, uitgenomen deze banden.
  • Rom 1:16 : 16 Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.
  • Fil 1:20 : 20 Volgens mijn ernstige verwachting en hoop, dat ik in geen zaak zal beschaamd worden; maar dat in alle vrijmoedigheid, gelijk te allen tijd, alzo ook nu, Christus zal groot gemaakt worden in mijn lichaam, hetzij door het leven, hetzij door den dood.
  • Ps 138:1 : 1 Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
  • Dan 3:16-18 : 16 Sadrach, Mesach en Abed-nego antwoordden en zeiden tot den koning Nebukadnezar: Wij hebben niet nodig u op deze zaak te antwoorden. 17 Zal het zo zijn, onze God, Dien wij eren, is machtig ons te verlossen uit den oven des brandenden vuurs, en Hij zal ons uit uw hand, o koning! verlossen. 18 Maar zo niet, u zij bekend, o koning! dat wij uw goden niet zullen eren, noch het gouden beeld, dat gij hebt opgericht, zullen aanbidden.
  • Dan 4:1-3 : 1 De koning Nebukadnezar aan alle volken, natien en tongen, die op den gansen aardbodem wonen: uw vrede worde vermenigvuldigd! 2 Het behaagt mij te verkondigen de tekenen en wonderen, die de allerhoogste God aan mij gedaan heeft. 3 Hoe groot zijn Zijn tekenen! en hoe machtig Zijn wonderen! Zijn Rijk is een eeuwig Rijk, en Zijn heerschappij is van geslacht tot geslacht.
  • Dan 4:25-27 : 25 Te weten, men zal u van de mensen verstoten, en met het gedierte des velds zal uw woning zijn, en men zal u het kruid, als den ossen, te smaken geven; en gij zult van den dauw des hemels nat gemaakt worden, en er zullen zeven tijden over u voorbijgaan, totdat gij bekent, dat de Allerhoogste heerschappij heeft over de koninkrijken der mensen, en geeft ze, wien Hij wil. 26 Dat er ook gezegd is, dat men den stam met de wortelen van dien boom laten zou; uw koninkrijk zal u bestendig zijn, nadat gij zult bekend hebben, dat de Hemel heerst. 27 Daarom, o koning! laat mijn raad u behagen, en breek uw zonden af door gerechtigheid, en uw ongerechtigheid door genade te bewijzen aan de ellendigen, of er verlenging van uw vrede mocht wezen.
  • Matt 10:18-19 : 18 En gij zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden, om Mijnentwil, hun en den heidenen tot getuigenis. 19 Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult.
  • Marc 8:38 : 38 Want zo wie zich Mijns en Mijner woorden zal geschaamd hebben, in dit overspelig en zondig geslacht, diens zal Zich de Zoon des mensen ook schamen, wanneer Hij zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met de heilige engelen.
  • 2 Tim 1:8 : 8 Schaam u dan niet der getuigenis onzes Heeren, noch mijns, die Zijn gevangene ben; maar lijd verdrukkingen met het Evangelie, naar de kracht Gods;
  • 2 Tim 1:16 : 16 De Heere geve den huize van Onesiforus barmhartigheid; want hij heeft mij dikmaals verkwikt, en heeft zich mijner keten niet geschaamd.
  • 1 Petr 4:14-16 : 14 Indien gij gesmaad wordt om den Naam van Christus, zo zijt gij zalig; want de Geest der heerlijkheid, en de Geest van God rust op u. Wat hen aangaat, Hij wordt wel gelasterd, maar wat u aangaat, Hij wordt verheerlijkt. 15 Doch dat niemand van u lijde als een doodslager, of dief, of kwaaddoener, of als een, die zich met eens anders doen bemoeit; 16 Maar indien iemand lijdt als een Christen, die schame zich niet, maar verheerlijke God in dezen dele.
  • 1 Joh 2:28 : 28 En nu, kinderkens, blijft in Hem; opdat, wanneer Hij zal geopenbaard zijn, wij vrijmoedigheid hebben, en wij van Hem niet beschaamd gemaakt worden in Zijn toekomst.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 119:6-7
    2 verzen
    80%

    6Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.

    7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.

  • 31Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o HEERE! beschaam mij niet.

  • Ps 119:22-24
    3 verzen
    76%

    22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

    23Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.

    24Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.

  • Ps 119:78-80
    3 verzen
    75%

    78Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.

    79Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.

    80Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.

  • 45En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.

  • 30Ik zal den HEERE met mijn mond zeer loven, en in het midden van velen zal ik Hem prijzen.

  • Ps 119:42-43
    2 verzen
    73%

    42Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.

    43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

  • Ps 119:13-16
    4 verzen
    73%

    13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

    14Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.

    15Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.

    16Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.

  • 47En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.

  • 116Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.

  • Ps 145:5-6
    2 verzen
    72%

    5He. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden.

    6Vau. En zij zullen vermelden de kracht Uwer vreselijke daden; en Uw grootheid, die zal ik vertellen.

  • 72%

    171Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.

    172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.

  • 146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

  • 71%

    167Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.

    168Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.

  • Ps 40:9-10
    2 verzen
    71%

    9Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands.

    10Ik boodschap de gerechtigheid in de grote gemeente; zie, mijn lippen bedwing ik niet; HEERE! Gij weet het.

  • 161Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.

  • 4Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.

  • 24Ook zal mijn tong Uw gerechtigheid den gansen dag uitspreken, want zij zijn beschaamd, want zij zijn schaamrood geworden, die mijn kwaad zoeken.

  • 39Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.

  • 69De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.

  • 11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • 129Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.

  • 111Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.

  • 7Laat hen door mij niet beschaamd worden, die U verwachten, o Heere, HEERE der heirscharen, laat hen door mij niet te schande worden, die U zoeken, o God Israels!

  • 95De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.

  • 17Laat Uw aangezicht over Uw knecht lichten; verlos mij door Uw goedertierenheid.

  • 141Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.

  • Ps 119:26-27
    2 verzen
    69%

    26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.

    27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.

  • 157Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.

  • 59Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.

  • 18En gij zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden, om Mijnentwil, hun en den heidenen tot getuigenis.

  • 120Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.

  • 106Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.

  • 125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.

  • 28Zo zal mijn tong vermelden Uw gerechtigheid, en Uw lof den gansen dag.

  • 74Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.