Psalmen 119:120

Statenvertaling (States Bible)

Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Hab 3:16 : 16 Als ik het hoorde, zo werd mijn buik beroerd; voor de stem hebben mijn lippen gebeefd; verrotting kwam in mijn gebeente, en ik werd beroerd in mijn plaats. Zekerlijk, ik zal rusten ten dage der benauwdheid, als hij optrekken zal tegen het volk, dat hij het met benden aanvalle.
  • Fil 2:12 : 12 Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven;
  • Heb 12:21 : 21 En Mozes, zo vreselijk was het gezicht, zeide: Ik ben gans bevreesd en bevende).
  • Heb 12:28-29 : 28 Daarom, alzo wij een onbewegelijk Koninkrijk ontvangen, laat ons de genade vast houden, door dewelke wij welbehagelijk Gode mogen dienen, met eerbied en godvruchtigheid. 29 Want onze God is een verterend vuur.
  • Opb 1:17-18 : 17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste; 18 En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods.
  • Lev 10:1-3 : 1 En de zonen van Aaron, Nadab en Abihu, namen een ieder zijn wierookvat, en deden vuur daarin, en legden reukwerk daarop, en brachten vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN, hetwelk hij hen niet geboden had. 2 Toen ging een vuur uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde hen; en zij stierven voor het aangezicht des HEEREN. 3 En Mozes zeide tot Aaron: Dat is het, wat de HEERE gesproken heeft, zeggende: In degenen, die tot Mij naderen, zal Ik geheiligd worden, en voor het aangezicht van al het volk zal Ik verheerlijkt worden. Doch Aaron zweeg stil.
  • 1 Sam 6:20 : 20 Toen zeiden de lieden van Beth-Semes: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht van de HEERE, dezen heiligen God? En tot wien van ons zal Hij optrekken?
  • 2 Sam 6:8-9 : 8 En David ontstak, omdat de HEERE een scheur gescheurd had aan Uza; en hij noemde dezelve plaats Perez-Uza, tot op dezen dag. 9 En David vreesde den HEERE ten zelven dage; en hij zeide: Hoe zal de ark des HEEREN tot mij komen?
  • 1 Kron 24:16-17 : 16 Het negentiende voor Petahja, het twintigste voor Jehezkel, 17 Het een en twintigste voor Jachin, het twee en twintigste voor Gamul,
  • 1 Kron 24:30 : 30 En de kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jerimoth. Dezen zijn de kinderen der Levieten, naar hun vaderlijke huizen.
  • 2 Kron 34:21 : 21 Gaat heen, vraagt den HEERE voor mij, en voor het overgeblevene in Israel en in Juda, over de woorden dezes boeks, dat gevonden is; want de grimmigheid des HEEREN is groot, die over ons uitgegoten is, omdat onze vaders niet hebben gehouden het woord des HEEREN, om te doen naar al hetgeen in dat boek geschreven is.
  • 2 Kron 34:27 : 27 Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht Gods vernederd hebt, als gij Zijn woorden hoordet tegen deze plaats en tegen haar inwoners, en hebt u vernederd voor Mijn aangezicht, en uw klederen gescheurd, en geweend voor Mijn aangezicht, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE.
  • Ps 119:53 : 53 Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.
  • Jes 66:2 : 2 Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.
  • Dan 10:8-9 : 8 Ik dan werd alleen overgelaten, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij geen kracht overig; en mijn sierlijkheid werd aan mij veranderd in een verderving, zodat ik geen kracht behield. 9 En ik hoorde de stem Zijner woorden; en toen ik de stem Zijner woorden hoorde, zo viel ik in een diepen slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde. 10 En ziet, een hand roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijn knieen, en de palmen mijner handen. 11 En Hij zeide tot mij: Daniel, gij zeer gewenste man! merk op de woorden, die Ik tot u spreken zal, en sta op uw standplaats, want Ik ben alnu tot u gezonden; en toen Hij dat woord tot mij sprak, stond ik bevende.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 119:38-40
    3 verzen
    81%

    38Bevestig Uw toezeggingen aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is.

    39Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.

    40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.

  • Ps 119:52-53
    2 verzen
    78%

    52Ik heb gedacht, o HEERE! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.

    53Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.

  • 14Kwam mij schrik en beving over, en verschrikte de veelheid mijner beenderen.

  • 6Ja, wanneer ik daaraan gedenk, zo word ik beroerd, en mijn vlees heeft een gruwen gevat.

  • Ps 55:4-5
    2 verzen
    76%

    4Om den roep des vijands, vanwege de beangstiging des goddelozen; want zij schuiven ongerechtigheid op mij, en in toorn haten zij mij.

    5Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen.

  • 76%

    159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

    160Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.

    161Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.

  • 119Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.

  • 20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.

  • 1Ook beeft hierover mijn hart, en springt op uit zijn plaats.

  • Ps 119:79-80
    2 verzen
    75%

    79Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.

    80Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.

  • 121Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.

  • 43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.

  • 11Dient den HEERE met vreze, en verheugt u met beving.

  • 15Hierom word ik voor Zijn aangezicht beroerd; aanmerk het, en vrees voor Hem;

  • Ps 119:62-63
    2 verzen
    74%

    62Te middernacht sta ik op, om U te loven voor de rechten Uwer gerechtigheid.

    63Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden.

  • 4Mijn hart dwaalt, gruwen verschrikt mij, de schemering, waar ik naar verlangd heb, stelt Hij mij tot beving.

  • 9De bevelen des HEEREN zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen.

  • Ps 119:74-75
    2 verzen
    74%

    74Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.

    75Ik weet, HEERE! dat Uw gerichten de gerechtigheid zijn, en dat Gij mij uit getrouwheid verdrukt hebt.

  • Ps 56:3-4
    2 verzen
    74%

    3Mijn verspieders zoeken mij den gansen dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!

    4Ten dage, als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen.

  • 73%

    156HEERE! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten.

    157Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.

  • 21Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.

  • 149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.

  • 66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.

  • 22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

  • 13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

  • 102Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.

  • 21En Mozes, zo vreselijk was het gezicht, zeide: Ik ben gans bevreesd en bevende).

  • 108Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.

  • Ps 119:6-7
    2 verzen
    72%

    6Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.

    7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.

  • Ps 119:10-11
    2 verzen
    72%

    10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

    11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • 175Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.

  • 143Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.

  • 6De HEERE is bij mij, ik zal niet vrezen; wat zal mij een mens doen?

  • 28Zo schroom ik voor al mijn smarten; ik weet, dat Gij mij niet onschuldig zult houden.

  • 164Ik loof U zeven maal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.

  • 106Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.

  • 9Aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms; schrikt voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde.