Psalmen 119:108
Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.
Laat U toch, o HEERE! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.
12HEERE! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.
13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.
66Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.
106Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.
107Ik ben gans zeer verdrukt, HEERE! maak mij levend naar Uw woord.
156HEERE! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten.
169Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.
170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.
171Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.
172Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.
173Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.
174O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
175Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.
43En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.
159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.
7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.
8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.
58Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.
33He. HEERE! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.
34Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.
102Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.
26Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.
27Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.
124Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.
125Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.
75Ik weet, HEERE! dat Uw gerichten de gerechtigheid zijn, en dat Gij mij uit getrouwheid verdrukt hebt.
76Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.
77Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.
39Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.
40Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.
41Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;
68Gij zijt goed en goeddoende; leer mij Uw inzettingen.
131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.
15Zo zal ik de overtreders Uw wegen leren; en de zondaars zullen zich tot U bekeren.
20Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.
164Ik loof U zeven maal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.
14Houd Uw knecht ook terug van trotsheden; laat ze niet over mij heersen; dan zal ik oprecht zijn en rein van grote overtreding. [ (Psalms 19:15) Laat de redenen mijns monds, en de overdenking mijns harten welbehagelijk zijn voor Uw aangezicht, o HEERE, mijn Rotssteen en mijn Verlosser! ]
10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.
137Tsade. HEERE! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht.
29Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.
30Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.
64HEERE! de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw inzettingen.
120Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.
17Ik zal U offeren, offerande van dankzegging, en den Naam des HEEREN aanroepen.
6Ziet, God is mij een Helper; de Heere is onder degenen, die mijn ziel ondersteunen.
88Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.
2Als de Zifieten gekomen waren, en tot Saul gezegd hadden: Verbergt zich David niet bij ons?
1Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid.
1Een psalm van David. Ik zal van goedertierenheid en recht zingen; U zal ik psalmzingen, o HEERE!