Psalmen 54:2

Statenvertaling (States Bible)

Als de Zifieten gekomen waren, en tot Saul gezegd hadden: Verbergt zich David niet bij ons?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 5:1-3 : 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Nechiloth. 2 O HEERE, neem mijn redenen ter ore; versta mijn overdenking. 3 Merk op de stem mijns geroeps, o mijn Koning en mijn God! Want tot U zal ik bidden.
  • Ps 13:3 : 3 Hoe lang zal ik raadslagen voornemen in mijn ziel, droefenis in mijn hart bij dag? Hoe lang zal mijn vijand over mij verhoogd zijn?
  • Ps 55:1-2 : 1 Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth. 2 O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking.
  • Ps 130:2 : 2 HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.
  • Ps 143:7 : 7 Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 55:1-2
    2 verzen
    85%

    1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

    2O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • Ps 5:1-3
    3 verzen
    82%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Nechiloth.

    2O HEERE, neem mijn redenen ter ore; versta mijn overdenking.

    3Merk op de stem mijns geroeps, o mijn Koning en mijn God! Want tot U zal ik bidden.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 1Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN.

  • 1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth;

  • 1Een gebed van David. HEERE! hoor de gerechtigheid, merk op mijn geschrei, neem ter ore mijn gebed, met onbedriegelijke lippen gesproken.

  • 2HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.

  • 1Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid.

  • 6HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen.

  • 6Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

  • 2O HEERE, God mijns heils! bij dag, bij nacht roep ik voor U.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet.

  • 6De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.

  • 8Zij gaan van kracht tot kracht; een iegelijk van hen zal verschijnen voor God in Sion.

  • 78%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • 1Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.

  • 19Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds.

  • 77%

    9Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.

  • 3O God! verlos mij door Uw Naam, en doe mij recht door Uw macht.

  • 1Een onderwijzing van Asaf. O mijn volk! neem mijn leer ter oren; neigt ulieder oor tot de redenen mijns monds.

  • 15Zo zal ik de overtreders Uw wegen leren; en de zondaars zullen zich tot U bekeren.

  • 1Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.

  • 12Kastijdt Gij iemand met straffingen om de ongerechtigheid, zo doet Gij zijn bevalligheid smelten als een mot; immers is een ieder mens ijdelheid. Sela.

  • 1Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth; toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden, om hem te doden.

  • 14Houd Uw knecht ook terug van trotsheden; laat ze niet over mij heersen; dan zal ik oprecht zijn en rein van grote overtreding. [ (Psalms 19:15) Laat de redenen mijns monds, en de overdenking mijns harten welbehagelijk zijn voor Uw aangezicht, o HEERE, mijn Rotssteen en mijn Verlosser! ]

  • 56Koph. Gij hebt mijn stem gehoord, verberg Uw oor niet voor mijn zuchten, voor mijn roepen.

  • 170Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.

  • 6Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.

  • 1Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds.

  • Ps 55:16-17
    2 verzen
    75%

    16Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen.

    17Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de HEERE zal mij verlossen.

  • 1Doe mij recht, o God! en twist Gij mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van den man des bedrogs en des onrechts.

  • 6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

  • 3HEERE! zet een wacht voor mijn mond, behoed de deur mijner lippen.

  • 7Hoor, HEERE! mijn stem, als ik roep; en wees mij genadig, en antwoord mij.

  • 1Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.

  • 40Nu, mijn God, laat toch Uw ogen open en Uw oren opmerkende zijn tot het gebed dezer plaats.

  • 1Een onderwijzing van David, een gebed, als hij in de spelonk was.

  • 26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.

  • 19HEERE! luister naar mij, en hoor naar de stem mijner twisters.

  • 10Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

  • 24Doe mij recht naar Uw gerechtigheid, HEERE, mijn God! en laat hen zich over mij niet verblijden.

  • 1Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, op Jonath Elem Rechokim; als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath.

  • 6Hoort toch mijn verdediging, en merkt op de twistingen mijner lippen.

  • 1Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

  • 2Hoor de stem mijner smekingen, als ik tot U roep, als ik mijn handen ophef naar de aanspraakplaats Uwer heiligheid.