Psalmen 120:1

Statenvertaling (States Bible)

Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 18:6 : 6 Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.
  • Jona 2:2 : 2 En hij zeide: Ik riep uit mijn benauwdheid tot den HEERE, en Hij antwoordde mij; uit den buik des grafs schreide ik, en Gij hoordet mijn stem.
  • Heb 5:7 : 7 Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze.
  • Luk 22:44 : 44 En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
  • Ps 30:7-8 : 7 Ik zeide wel in mijn voorspoed: Ik zal niet wankelen in eeuwigheid. 8 Want, HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.
  • Ps 50:15 : 15 En roept Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren.
  • Ps 102:2 : 2 O HEERE! hoor mijn gebed, en laat mijn geroep tot U komen.
  • Ps 107:13 : 13 Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.
  • Ps 116:3-4 : 3 De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis. 4 Maar ik riep den Naam des HEEREN aan, zeggende: Och HEERE! bevrijd mijn ziel.
  • Ps 118:5 : 5 Uit de benauwdheid heb ik den HEERE aangeroepen; de HEERE heeft mij verhoord, stellende mij in de ruimte.
  • Ps 121:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal.
  • Ps 122:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan.
  • Ps 123:1 : 1 Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.
  • Ps 124:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. Ten ware de HEERE, Die bij ons geweest is, zegge nu Israel,
  • Ps 125:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Die op den HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar blijft in eeuwigheid.
  • Ps 126:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Als de HEERE de gevangenen Sions wederbracht, waren wij gelijk degenen, die dromen.
  • Ps 127:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van Salomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.
  • Ps 128:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt.
  • Ps 129:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel;
  • Ps 130:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!
  • Ps 131:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. O HEERE! mijn hart is niet verheven, en mijn ogen zijn niet hoog; ook heb ik niet gewandeld in dingen mij te groot en te wonderlijk.
  • Ps 132:1 : 1 Een lied Hammaaloth. O HEERE! gedenk aan David, aan al zijn lijden;
  • Ps 133:1 : 1 Een lied Hammaaloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.
  • Ps 134:1 : 1 Een lied Hammaaloth. Ziet, looft den HEERE, alle gij knechten des HEEREN! gij, die allen nacht in het huis des HEEREN staat.
  • Jes 37:3-4 : 3 En zij zeiden tot hem: Alzo zegt Hizkia: Deze dag is een dag der benauwdheid, en der schelding, en der lastering; want de kinderen zijn gekomen tot aan de geboorte, en er is geen kracht om te baren. 4 Misschien zal de HEERE, uw God, horen de woorden van Rabsake, denwelken zijn heer, de koning van Assyrie, gezonden heeft, om den levenden God te honen, en te schelden met woorden, die de HEERE, uw God, gehoord heeft; hef dan een gebed op voor het overblijfsel, dat gevonden wordt.
  • Jes 37:14-20 : 14 Als nu Hizkia de brieven uit der boden hand ontvangen, en die gelezen had, ging hij op in het huis des HEEREN; en Hizkia breidde die uit voor het aangezicht des HEEREN. 15 En Hizkia bad tot den HEERE, zeggende: 16 O HEERE der heirscharen, Gij, God van Israel, Die tussen de cherubim woont! Gij Zelf, Gij alleen zijt de God van alle koninkrijken der aarde; Gij hebt den hemel en de aarde gemaakt! 17 O HEERE! neig Uw oor en hoor, HEERE! doe Uw ogen open, en zie; en hoor al de woorden van Sanherib, die gezonden heeft om den levenden God te honen. 18 Waarlijk, HEERE! hebben de koningen van Assyrie al de landen, mitsgaders derzelver landerijen verwoest; 19 En hebben hun goden in het vuur geworpen; want zij waren geen goden, maar het werk van mensenhanden, hout en steen; daarom hebben zij die verdorven. 20 Nu dan, HEERE, onze God, verlos ons uit zijn hand, zo zullen alle koninkrijken der aarde weten, dat Gij alleen de HEERE zijt.
  • Jes 38:2-5 : 2 Toen keerde Hizkia zijn aangezicht om naar den wand, en hij bad tot den HEERE. 3 En hij zeide: Och HEERE, gedenk toch, dat ik voor Uw aangezicht in waarheid en met een volkomen hart gewandeld, en wat goed in Uw ogen is, gedaan heb. En Hizkia weende gans zeer. 4 Toen geschiedde het woord des HEEREN tot Jesaja, zeggende: 5 Ga henen, en zeg tot Hizkia: Zo zegt de HEERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal vijftien jaren tot uw dagen toedoen;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 6Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.

  • Ps 142:1-2
    2 verzen
    85%

    1Een onderwijzing van David, een gebed, als hij in de spelonk was.

    2Ik riep met mijn stem tot den HEERE; ik smeekte tot den HEERE met mijn stem.

  • 7Als mij bange was, riep ik den HEERE aan, en riep tot mijn God; en Hij hoorde mijn stem uit Zijn paleis, en mijn geroep kwam in Zijn oren.

  • Ps 77:1-2
    2 verzen
    84%

    1Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.

    2Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen.

  • 5Uit de benauwdheid heb ik den HEERE aangeroepen; de HEERE heeft mij verhoord, stellende mij in de ruimte.

  • 1Davids psalm, voor den opperzangmeester.

  • Ps 130:1-2
    2 verzen
    82%

    1Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!

    2HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.

  • 1Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.

  • 82%

    4Doch Gij, HEERE! zijt een Schild voor mij, mijn eer, en Die mijn hoofd opheft.

  • 1Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN.

  • Ps 61:1-2
    2 verzen
    81%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

    2O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed.

  • 8Want, HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.

  • 2Ik zal U verhogen, HEERE, want Gij hebt mij opgetrokken, en mijn vijanden over mij niet verblijd.

  • Ps 116:1-4
    4 verzen
    80%

    1Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen;

    2Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.

    3De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis.

    4Maar ik riep den Naam des HEEREN aan, zeggende: Och HEERE! bevrijd mijn ziel.

  • 6He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden.

  • 7Hoor, HEERE! mijn stem, als ik roep; en wees mij genadig, en antwoord mij.

  • 6Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten;

  • 6De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.

  • Ps 88:1-2
    2 verzen
    78%

    1Een lied, een psalm voor de kinderen van Korach, voor den opperzangmeester, op Machalath Leannoth; een onderwijzing van Heman, den Ezrahiet.

    2O HEERE, God mijns heils! bij dag, bij nacht roep ik voor U.

  • Ps 142:5-6
    2 verzen
    78%

    5Ik zag uit ter rechterhand, en ziet, zo was er niemand, die mij kende, er was geen ontvlieden voor mij; niemand zorgde voor mijn ziel.

    6Tot U riep ik, o HEERE! ik zeide: Gij zijt mijn Toevlucht, mijn Deel in het land der levenden.

  • 4Gimel. Maakt den HEERE met mij groot, en laat ons Zijn Naam samen verhogen.

  • 13Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.

  • 2En hij zeide: Ik riep uit mijn benauwdheid tot den HEERE, en Hij antwoordde mij; uit den buik des grafs schreide ik, en Gij hoordet mijn stem.

  • 3Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.

  • 78%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • 17Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd onder mijn tong.

  • 17Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.

  • 146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

  • 19Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.

  • 77%

    2O HEERE, neem mijn redenen ter ore; versta mijn overdenking.

  • 22Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad.

  • 16Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen.

  • 6Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

  • 6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

  • 76%

    9Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.

  • 56Koph. Gij hebt mijn stem gehoord, verberg Uw oor niet voor mijn zuchten, voor mijn roepen.

  • 26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.

  • 41En Gij gaaft mij den nek mijner vijanden, en mijn haters, die vernielde ik.

  • 28Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, zo voerde Hij hen uit hun angsten.

  • 10Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

  • 2O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking.