Psalmen 66:17

Statenvertaling (States Bible)

Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd onder mijn tong.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 30:1 : 1 Een psalm, een lied der inwijding van Davids huis.
  • Ps 30:8 : 8 Want, HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.
  • Ps 34:3-4 : 3 Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn. 4 Gimel. Maakt den HEERE met mij groot, en laat ons Zijn Naam samen verhogen.
  • Ps 34:6 : 6 He. Vau. Zij hebben op Hem gezien, ja, Hem als een waterstroom aangelopen; en hun aangezichten zijn niet schaamrood geworden.
  • Ps 116:1-2 : 1 Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen; 2 Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.
  • Ps 116:12 : 12 Wat zal ik den HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen?
  • Ps 145:1 : 1 Een lofzang van David. Aleph. O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.

  • 14Die mijn lippen hebben geuit, en mijn mond heeft uitgesproken, als mij bange was.

  • 1Een onderwijzing van David, een gebed, als hij in de spelonk was.

  • 16Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.

  • 30Ik zal den HEERE met mijn mond zeer loven, en in het midden van velen zal ik Hem prijzen.

  • 1Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.

  • Ps 51:14-15
    2 verzen
    77%

    14Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij.

    15Zo zal ik de overtreders Uw wegen leren; en de zondaars zullen zich tot U bekeren.

  • 8Want, HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.

  • 6Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.

  • 13Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.

  • 74%

    4Doch Gij, HEERE! zijt een Schild voor mij, mijn eer, en Die mijn hoofd opheft.

  • Ps 66:18-19
    2 verzen
    74%

    18Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.

    19Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds.

  • 1Een psalm van David, als hij zijn gelaat veranderd had voor het aangezicht van Abimelech, die hem wegjoeg, dat hij doorging.

  • 8Laat mijn mond vervuld worden met Uw lof, den gansen dag met Uw heerlijkheid.

  • 6Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

  • 2Zie nu, ik heb mijn mond opengedaan; mijn tong spreekt onder mijn gehemelte.

  • 171Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.

  • 2Als de Zifieten gekomen waren, en tot Saul gezegd hadden: Verbergt zich David niet bij ons?

  • 6De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.

  • 6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

  • Ps 116:1-2
    2 verzen
    73%

    1Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen;

    2Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.

  • 7Als mij bange was, riep ik den HEERE aan, en riep tot mijn God; en Hij hoorde mijn stem uit Zijn paleis, en mijn geroep kwam in Zijn oren.

  • Ps 138:3-4
    2 verzen
    73%

    3Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.

    4Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.

  • 2Ik zal U verhogen, HEERE, want Gij hebt mij opgetrokken, en mijn vijanden over mij niet verblijd.

  • 25Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep.

  • 23Mijn lippen zullen juichen, wanneer ik U zal psalmzingen, en mijn ziel, die Gij verlost hebt.

  • 21Thau. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.

  • 5Alzo zou ik U loven in mijn leven; in Uw Naam zou ik mijn handen opheffen.

  • 22Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad.

  • 28Zo zal mijn tong vermelden Uw gerechtigheid, en Uw lof den gansen dag.

  • 2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.

  • 7Hoor, HEERE! mijn stem, als ik roep; en wees mij genadig, en antwoord mij.

  • 3En Hij heeft mij uit een ruisenden kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt.

  • 16Ik riep mijn knecht, en hij antwoordde niet; ik smeekte met mijn mond tot hem.

  • 1Een gebed van David. HEERE! hoor de gerechtigheid, merk op mijn geschrei, neem ter ore mijn gebed, met onbedriegelijke lippen gesproken.

  • 1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.

  • 7Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.

  • 1Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.

  • 12Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • 56Koph. Gij hebt mijn stem gehoord, verberg Uw oor niet voor mijn zuchten, voor mijn roepen.

  • 1Davids psalm, voor den opperzangmeester.

  • 10Dan zullen mijn vijanden achterwaarts keren, ten dage als ik roepen zal; dit weet ik, dat God met mij is.

  • 131Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.

  • Ps 55:16-17
    2 verzen
    71%

    16Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen.

    17Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de HEERE zal mij verlossen.