Psalmen 116:1

Statenvertaling (States Bible)

Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Joh 4:19 : 19 Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.
  • 1 Joh 5:2-3 : 2 Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben, en Zijn geboden bewaren. 3 Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar.
  • Ps 66:19-20 : 19 Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds. 20 Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.
  • Ps 69:33 : 33 De zachtmoedigen, dit gezien hebbende, zullen zich verblijden; en gij, die God zoekt, ulieder hart zal leven.
  • Ps 119:132 : 132 Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.
  • Marc 12:33 : 33 En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen.
  • Joh 16:24 : 24 Tot nog toe hebt gij niet gebeden in Mijn Naam; bidt, en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij.
  • Joh 21:17 : 17 Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.
  • Gen 35:2 : 2 Toen zeide Jakob tot zijn huisgezin, en tot allen, die bij hem waren: Doet weg de vreemde goden, die in het midden van u zijn, en reinigt u, en verandert uw klederen;
  • 1 Sam 1:26 : 26 En zij zeide: Och, mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! Ik ben die vrouw, die hier bij u stond, om den HEERE te bidden.
  • Ps 18:1-6 : 1 Voor den opperzangmeester, een psalm van David, de knecht des HEEREN, die de woorden dezes lieds tot den HEERE gesproken heeft, ten dage, als de HEERE hem gered had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul. 2 Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte! 3 De HEERE is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Welken ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek. 4 Ik riep den HEERE aan, Die te prijzen is, en werd verlost van mijn vijanden. 5 Banden des doods hadden mij omvangen, en beken Belials verschrikten mij. 6 Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.
  • Ps 31:22-23 : 22 Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad. 23 Ik zeide wel in mijn haasten: Ik ben afgesneden van voor Uw ogen; dan nog hoordet Gij de stem mijner smekingen, als ik tot U riep.
  • Ps 34:3-4 : 3 Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn. 4 Gimel. Maakt den HEERE met mij groot, en laat ons Zijn Naam samen verhogen.
  • Ps 40:1 : 1 Davids psalm, voor den opperzangmeester.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 2Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.

  • Ps 28:6-7
    2 verzen
    84%

    6Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft de stem mijner smekingen gehoord.

    7De HEERE is mijn Sterkte en mijn Schild; op Hem heeft mijn hart vertrouwd, en ik ben geholpen; dies springt mijn hart van vreugde, en ik zal Hem met mijn gezang loven.

  • 6De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.

  • 1Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.

  • 1Een onderwijzing van David, een gebed, als hij in de spelonk was.

  • 78%

    9Wijkt van mij, al gij werkers der ongerechtigheid; want de HEERE heeft de stem mijns geweens gehoord.

  • 1Voor den opperzangmeester, een psalm van David, de knecht des HEEREN, die de woorden dezes lieds tot den HEERE gesproken heeft, ten dage, als de HEERE hem gered had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul.

  • Ps 130:1-2
    2 verzen
    78%

    1Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!

    2HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.

  • 6Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

  • 1Een psalm van David. HEERE! ik roep U aan, haast U tot mij; neem mijn stem ter ore, als ik tot U roep.

  • 1Davids psalm, voor den opperzangmeester.

  • 21Ik zal U loven, omdat Gij mij verhoord hebt, en mij tot heil geweest zijt.

  • 7Hoor, HEERE! mijn stem, als ik roep; en wees mij genadig, en antwoord mij.

  • 8Want, HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; maar toen Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.

  • 1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.

  • 76%

    4Doch Gij, HEERE! zijt een Schild voor mij, mijn eer, en Die mijn hoofd opheft.

  • 1Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN.

  • 6Banden der hel omringden mij, strikken des doods bejegenden mij.

  • 2Ik zal U verhogen, HEERE, want Gij hebt mij opgetrokken, en mijn vijanden over mij niet verblijd.

  • 22Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad.

  • Ps 116:4-5
    2 verzen
    75%

    4Maar ik riep den Naam des HEEREN aan, zeggende: Och HEERE! bevrijd mijn ziel.

    5De HEERE is genadig en rechtvaardig, en onze God is ontfermende.

  • 1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.

  • 5Uit de benauwdheid heb ik den HEERE aangeroepen; de HEERE heeft mij verhoord, stellende mij in de ruimte.

  • 1Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.

  • 1Een psalm van David. O HEERE! hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen; verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid.

  • 6HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.

  • 17Ik zal U offeren, offerande van dankzegging, en den Naam des HEEREN aanroepen.

  • 159Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o HEERE! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.

  • 8HEERE! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats des tabernakels Uwer eer.

  • 74%

    2O HEERE, neem mijn redenen ter ore; versta mijn overdenking.

  • 7Als mij bange was, riep ik den HEERE aan, en riep tot mijn God; en Hij hoorde mijn stem uit Zijn paleis, en mijn geroep kwam in Zijn oren.

  • 12Wat zal ik den HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen?

  • 16Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat den put zijn mond over mij niet toesluiten.

  • 19Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds.

  • 4Gimel. Maakt den HEERE met mij groot, en laat ons Zijn Naam samen verhogen.

  • 28Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen.

  • 3Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer;

  • 6Maar ik vertrouw op Uw goedertierenheid; mijn hart zal zich verheugen in Uw heil; ik zal den HEERE zingen, omdat Hij aan mij welgedaan heeft.

  • 146Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.

  • Ps 66:16-17
    2 verzen
    73%

    16Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.

    17Ik riep tot Hem met mijn mond, en Hij werd verhoogd onder mijn tong.

  • 149Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o HEERE! maak mij levend naar Uw recht.

  • 10Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

  • 1Een lied, een psalm voor de kinderen van Korach, voor den opperzangmeester, op Machalath Leannoth; een onderwijzing van Heman, den Ezrahiet.

  • 16Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen.

  • 8Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.