Psalmen 111:1
Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.
Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
2Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Muth-Labben.
1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.
1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
2Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
3Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp!
1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.
2Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.
12Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;
1Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.
2De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.
30Ik zal den HEERE met mijn mond zeer loven, en in het midden van velen zal ik Hem prijzen.
2Gimel. De werken des HEEREN zijn groot; Daleth. zij worden gezocht van allen, die er lust in hebben.
18Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen.
1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.
1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.
25Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep.
1Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!
17Ik zal U offeren, offerande van dankzegging, en den Naam des HEEREN aanroepen.
18Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.
19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!
1Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
1Een psalm van David, als hij zijn gelaat veranderd had voor het aangezicht van Abimelech, die hem wegjoeg, dat hij doorging.
7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.
3Waak op, gij luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.
1Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien!
17Zijn moeite zal op zijn hoofd wederkeren, en zijn geweld op zijn schedel nederdalen. [ (Psalms 7:18) Ik zal den HEERE loven naar Zijn gerechtigheid, en den Naam des HEEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen. ]
1Een psalm van David. Ik zal van goedertierenheid en recht zingen; U zal ik psalmzingen, o HEERE!
9Waak op, mijn eer! waak op, gij, luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.
32En Hem verhogen in de gemeente des volks, en in het gestoelte der oudsten Hem roemen.
1Een lied, een psalm van David.
10Dan zullen mijn vijanden achterwaarts keren, ten dage als ik roepen zal; dit weet ik, dat God met mij is.
28Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen.
1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.
6Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
1Looft den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.
3Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.
1Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen;
1Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in den HEERE; lof betaamt den oprechten.
3Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.
4Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.
22Verlos mij uit des leeuwen muil; en verhoor mij van de hoornen der eenhoornen.
7Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.
1Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.
1Een psalm van David. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam.
7Zingt den HEERE bij beurte met dankzegging; psalmzingt onzen God op de harp.
18Maar wij zullen den HEERE loven van nu aan tot in der eeuwigheid. Hallelujah!