Psalmen 147:1
Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.
Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!
2Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods!
3Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.
1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.
2Dat Israel zich verblijde in Dengene, Die hem gemaakt heeft; dat de kinderen Sions zich verheugen over hun Koning.
3Dat zij Zijn Naam loven op de fluit; dat zij Hem psalmzingen op de trommel en harp.
12O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.
1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.
1Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in den HEERE; lof betaamt den oprechten.
2Looft den HEERE met de harp; psalmzingt Hem met de luit, en het tiensnarig instrument.
7Zingt den HEERE bij beurte met dankzegging; psalmzingt onzen God op de harp.
1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
2Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
3Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp!
4Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel!
5Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid!
6Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!
1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.
2Ik zal den HEERE prijzen in mijn leven; ik zal mijn God psalmzingen, terwijl ik nog ben.
6God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin.
1Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
1Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.
2De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.
1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.
21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
1Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien!
19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!
1Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.
1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.
2Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.
13Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.
4Juicht den HEERE, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt.
5Psalmzingt den HEERE met de harp, met de harp en met de stem des gezangs,
1Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!
2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.
1Hallelujah! Looft den HEERE, want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.
1Voor den opperzangmeester, op de Gittith, een psalm van Asaf.
31Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
2Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderen.
2De HEERE bouwt Jeruzalem; Hij vergadert Israels verdrevenen.
1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.
1Een lied Hammaaloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.
5Psalmzingt den HEERE, want Hij heeft heerlijk dingen gedaan; zulks zij bekend op den gansen aardbodem.
9Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.
18Maar wij zullen den HEERE loven van nu aan tot in der eeuwigheid. Hallelujah!
17Zijn moeite zal op zijn hoofd wederkeren, en zijn geweld op zijn schedel nederdalen. [ (Psalms 7:18) Ik zal den HEERE loven naar Zijn gerechtigheid, en den Naam des HEEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen. ]
28Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen.
1Komt, laat ons den HEERE vrolijk zingen; laat ons juichen den Rotssteen onzes heils.
1Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
21Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.