Psalmen 48:1
Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.
Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
2De HEERE is groot en zeer te prijzen, in de stad onzes Gods, op den berg Zijner heiligheid.
3Schoon van gelegenheid, een vreugde der ganse aarde is de berg Sion, aan de zijden van het noorden; de stad des groten Konings.
2De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.
3Dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is;
12O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.
1Looft den HEERE, want onzen God te psalmzingen is goed, dewijl Hij liefelijk is; de lof is betamelijk.
8Met een oostenwind verbreekt Gij de schepen van Tharsis.
9Gelijk wij gehoord hadden, alzo hebben wij gezien in de stad des HEEREN der heirscharen, in de stad onzes Gods; God zal haar bevestigen tot in eeuwigheid. Sela.
10O God! wij gedenken Uwer weldadigheid, in het midden Uws tempels.
11Gelijk Uw Naam is, o God! alzo is Uw roem tot aan de einden der aarde; Uw rechterhand is vol van gerechtigheid.
3Gimel. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.
4Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen; Hij is vreselijk boven alle goden.
3Zeer heerlijke dingen worden van u gesproken, o stad Gods! Sela.
1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!
2Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
25Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen, en Hij is vreselijk boven alle goden.
9Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.
1Een psalm, een lied van Asaf, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.
1Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!
21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!
1Een psalm, een lied voor de kinderen van Korach. Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid.
3Van den opgang der zon af tot haar nedergang, zij de Naam des HEEREN geloofd.
4De HEERE is hoog boven alle heidenen, boven de hemelen is Zijn heerlijkheid.
5Wie is gelijk de HEERE, onze God? Die zeer hoog woont.
5De HEERE is verheven, want Hij woont in de hoogte; Hij heeft Sion vervuld met gericht en gerechtigheid.
2Al gij volken, klapt in de hand; juicht Gode met een stem van vreugdegezang.
13Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.
4Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela.
15Als de Almachtige de koningen daarin verstrooide, werd zij sneeuwwit als op Zalmon.
16De berg Basan is een berg Gods; de berg Basan is een bultige berg.
3Want de HEERE is een groot God; ja, een groot Koning boven alle goden;
9Het gevogelte des hemels, en de vissen der zee; hetgeen de paden der zeeen doorwandelt. [ (Psalms 8:10) O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! ]
19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!
5Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.
11Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken. [ (Psalms 57:12) Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde. ]
2Ja, van de heilige stad worden zij genoemd, en zij steunen op den God Israels; HEERE der heirscharen is Zijn Naam.
6God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin.
8Sion heeft gehoord, en het heeft zich verblijd, en de dochteren van Juda hebben zich verheugd vanwege Uw oordelen, o HEERE!
1Hallelujah! Zingt den HEERE een nieuw lied; Zijn lof zij in de gemeente Zijner gunstgenoten.
5En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN, want de heerlijkheid des HEEREN is groot.
1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.
3Wie zal klimmen op den berg des HEEREN, en wie zal staan in de plaats Zijner heiligheid?
4Aldaar heeft Hij verbroken de vurige pijlen van den boog, het schild, en het zwaard, en den krijg. Sela.
11Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde. [ (Psalms 46:12) De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela. ]
1Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.
6Juich en zing vrolijk, gij inwoneres van Sion! want de Heilige Israels is groot in het midden van u.
16Dan zullen de heidenen den Naam des HEEREN vrezen, en alle koningen der aarde Uw heerlijkheid.
9God regeert over de heidenen; God zit op den troon Zijner heiligheid. [ (Psalms 47:10) De edelen der volken zijn verzameld tot het volk van den God van Abraham; want de schilden der aarde zijn Godes. Hij is zeer verheven! ]
21Gij verbergt hen in het verborgene Uws aangezichts voor de hoogmoedigheden des mans; Gij versteekt hen in een hut voor de twist der tongen.