Psalmen 96:4

Statenvertaling (States Bible)

Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen; Hij is vreselijk boven alle goden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 18:3 : 3 De HEERE is mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper; mijn God, mijn Rots, op Welken ik betrouw; mijn Schild, en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek.
  • Ps 89:7 : 7 Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? Wie is den HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken?
  • Ps 95:3 : 3 Want de HEERE is een groot God; ja, een groot Koning boven alle goden;
  • Ps 145:3 : 3 Gimel. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.
  • Jer 5:22 : 22 Zult gijlieden Mij niet vrezen? spreekt de HEERE; zult gij voor Mijn aangezicht niet beven? Die der zee het zand tot een paal gesteld heb, met een eeuwige inzetting, dat zij daarover niet zal gaan; ofschoon haar golven zich bewegen, zo zullen zij toch niet vermogen, ofschoon zij bruisen, zo zullen zij toch daarover niet gaan.
  • Jer 10:6-7 : 6 Omdat niemand U gelijk is, o HEERE! zo zijt Gij groot, en groot is Uw Naam in mogendheid. 7 Wie zou U niet vrezen, Gij Koning der heidenen? Want het komt U toe; omdat toch onder alle wijzen der heidenen, en in hun ganse koninkrijk, niemand U gelijk is.
  • Luk 12:5 : 5 Maar Ik zal u tonen, Wien gij vrezen zult: vreest Dien, Die, nadat Hij gedood heeft, ook macht heeft in de hel te werpen; ja, Ik zeg u, vreest Dien!
  • Opb 15:4 : 4 Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij zijt alleen heilig; want alle volken zullen komen, en voor U aanbidden; want Uw oordelen zijn openbaar geworden.
  • Ps 48:1 : 1 Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.
  • Ps 66:3 : 3 Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.
  • Ps 66:5 : 5 Komt en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.
  • Ps 76:7 : 7 Van Uw schelden, o God van Jakob! is samen wagen en paard in slaap gezonken.
  • Ps 86:10 : 10 Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God.
  • Ex 18:11 : 11 Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden; want in de zaak, waarin zij trotselijk gehandeld hebben, was Hij boven hen.
  • 1 Sam 4:8 : 8 Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden? Dit zijn dezelfde goden, die de Egyptenaars met alle plagen geplaagd hebben, bij de woestijn.
  • Neh 9:5 : 5 En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs!

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 94%

    24Vertelt Zijn eer onder de heidenen, Zijn wonderwerken onder alle volken.

    25Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen, en Hij is vreselijk boven alle goden.

    26Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

    27Majesteit en heerlijkheid zijn voor Zijn aangezicht, sterkte en vrolijkheid zijn in Zijn plaats.

  • 3Want de HEERE is een groot God; ja, een groot Koning boven alle goden;

  • Ps 96:5-7
    3 verzen
    82%

    5Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

    6Majesteit en heerlijkheid zijn voor Zijn aangezicht, sterkte en sieraad in Zijn heiligdom.

    7Geeft den HEERE, gij geslachten der volken! geeft den HEERE eer en sterkte.

  • Ps 113:4-5
    2 verzen
    80%

    4De HEERE is hoog boven alle heidenen, boven de hemelen is Zijn heerlijkheid.

    5Wie is gelijk de HEERE, onze God? Die zeer hoog woont.

  • 3Vertelt onder de heidenen Zijn eer, onder alle volken Zijn wonderen.

  • 9Aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms; schrikt voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde.

  • Ps 89:6-7
    2 verzen
    80%

    6Dies loven de hemelen Uw wonderen, o HEERE! ook is Uw getrouwheid in de gemeente der heiligen.

    7Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? Wie is den HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken?

  • 9Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste over de gehele aarde; Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.

  • 5Want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is.

  • 2Al gij volken, klapt in de hand; juicht Gode met een stem van vreugdegezang.

  • Ps 99:2-3
    2 verzen
    78%

    2De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.

    3Dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is;

  • 3Gimel. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.

  • Ps 150:1-2
    2 verzen
    77%

    1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!

    2Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!

  • 11O HEERE! wie is als Gij onder de goden? wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder?

  • Ps 97:6-7
    2 verzen
    75%

    6De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer.

    7Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!

  • 6Omdat niemand U gelijk is, o HEERE! zo zijt Gij groot, en groot is Uw Naam in mogendheid.

  • 8Laat de ganse aarde voor den HEERE vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken.

  • 1Een lied, een psalm, voor de kinderen van Korach.

  • 17Want de HEERE, uw God, is een God der goden, en een Heere der heren; die grote, die machtige, en die vreselijke God, Die geen aangezicht aanneemt, noch geschenk ontvangt;

  • Ps 86:9-10
    2 verzen
    74%

    9Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.

    10Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God.

  • 22Daarom zijt Gij groot, HEERE God! Want er is niemand gelijk Gij, en er is geen God dan alleen Gij, naar alles, wat wij met onze oren gehoord hebben.

  • 2Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms.

  • 9Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.

  • 3Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid!

  • 11Vreselijk zal de HEERE tegen hen wezen, want Hij zal al de goden der aarde doen uitteren; en een iegelijk uit zijn plaats zal Hem aanbidden, al de eilanden der heidenen.

  • 13Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.

  • 11Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden.

  • 30Schrikt voor Zijn aangezicht, gij, gehele aarde! Ook zal de wereld bevestigd worden, dat zij niet bewogen worde.

  • 73%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.

  • 5Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.

  • 5Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig!

  • 1Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.

  • 1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.

  • 15Want Uw knechten hebben een welgevallen aan haar stenen, en hebben medelijden met haar gruis.

  • 10Resch. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; Schin. allen, die ze doen, hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.

  • 4De ganse aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela.

  • 2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.

  • 4Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij zijt alleen heilig; want alle volken zullen komen, en voor U aanbidden; want Uw oordelen zijn openbaar geworden.

  • 36Maar den HEERE, Die u uit Egypteland met grote kracht en met een uitgestrekten arm opgevoerd heeft, Dien zult gij vrezen, en voor Hem zult gij u buigen, en Hem zult gij offerande doen;