Psalmen 97:9

Statenvertaling (States Bible)

Want Gij, HEERE! zijt de Allerhoogste over de gehele aarde; Gij zijt zeer hoog verheven boven alle goden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 83:18 : 18 Laat hen beschaamd en verschrikt wezen tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden, en omkomen; [ (Psalms 83:19) Opdat zij weten, dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde. ]
  • Ps 95:3 : 3 Want de HEERE is een groot God; ja, een groot Koning boven alle goden;
  • Ex 18:11 : 11 Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden; want in de zaak, waarin zij trotselijk gehandeld hebben, was Hij boven hen.
  • Ps 96:4 : 4 Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen; Hij is vreselijk boven alle goden.
  • Ps 135:5 : 5 Want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is.
  • Jer 10:8 : 8 In een ding zijn zij toch onvernuftig en zot: een hout is een onderwijs der ijdelheden.
  • Jer 10:10 : 10 Maar de HEERE God is de Waarheid, Hij is de levende God, en een eeuwig Koning; van Zijn verbolgenheid beeft de aarde, en de heidenen kunnen Zijn gramschap niet verdragen.
  • Ef 1:21 : 21 Verre boven alle overheid, en macht, en kracht, en heerschappij, en allen naam, die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de toekomende;
  • Fil 2:9-9 : 9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is; 10 Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. 11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.
  • Ps 115:3-8 : 3 Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt. 4 Hunlieder afgoden zijn zilver en goud, het werk van des mensen handen; 5 Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet; 6 Oren hebben zij, maar horen niet; zij hebben een neus, maar zij rieken niet; 7 Hun handen hebben zij, maar tasten niet; hun voeten, maar gaan niet; zij geven geen geluid door hun keel. 8 Dat die hen maken hun gelijk worden, en al wie op hen vertrouwt.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 113:4-5
    2 verzen
    84%

    4De HEERE is hoog boven alle heidenen, boven de hemelen is Zijn heerlijkheid.

    5Wie is gelijk de HEERE, onze God? Die zeer hoog woont.

  • Ps 108:4-5
    2 verzen
    83%

    4Ik zal U loven onder de volken, o HEERE! en ik zal U psalmzingen onder de natien.

    5Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.

  • 8Dat de goddelozen groeien als het kruid, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden.

  • 11Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken. [ (Psalms 57:12) Verhef U boven de hemelen, o God! Uw eer zij over de ganse aarde. ]

  • 5Mijn ziel is in het midden der leeuwen, ik lig onder stokebranden, mensenkinderen, welker tanden spiesen en pijlen zijn, en hun tong een scherp zwaard.

  • Ps 96:4-5
    2 verzen
    80%

    4Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen; Hij is vreselijk boven alle goden.

    5Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

  • 2De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.

  • 3Want de HEERE is een groot God; ja, een groot Koning boven alle goden;

  • 78%

    25Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen, en Hij is vreselijk boven alle goden.

    26Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt.

  • 2Al gij volken, klapt in de hand; juicht Gode met een stem van vreugdegezang.

  • 18Laat hen beschaamd en verschrikt wezen tot in eeuwigheid, en laat hen schaamrood worden, en omkomen; [ (Psalms 83:19) Opdat zij weten, dat Gij alleen met Uw Naam zijt de HEERE, de Allerhoogste over de ganse aarde. ]

  • 5Want ik weet, dat de HEERE groot is, en dat onze Heere boven alle goden is.

  • 9Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.

  • 11Uw, o HEERE, is de grootheid, en de macht, en de heerlijkheid, en de overwinning, en de majesteit; want alles, wat in den hemel en op aarde is, is Uw: Uw, o HEERE, is het Koninkrijk, en Gij hebt U verhoogd tot een Hoofd boven alles.

  • 75%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.

  • Ps 97:7-8
    2 verzen
    75%

    7Beschaamd moeten wezen allen, die de beelden dienen, die zich op afgoden beroemen; buigt u neder voor Hem, alle gij goden!

    8Sion heeft gehoord, en het heeft zich verblijd, en de dochteren van Juda hebben zich verheugd vanwege Uw oordelen, o HEERE!

  • 5Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig!

  • 9Want Gij, HEERE! zijt mijn Toevlucht! De Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek;

  • 19Ook is Uw gerechtigheid, o God, tot in de hoogte; Gij, Die grote dingen gedaan hebt; o God! wie is U gelijk?

  • 74%

    9Het gevogelte des hemels, en de vissen der zee; hetgeen de paden der zeeen doorwandelt. [ (Psalms 8:10) O HEERE, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde! ]

  • 28Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen.

  • 5De HEERE is verheven, want Hij woont in de hoogte; Hij heeft Sion vervuld met gericht en gerechtigheid.

  • 1Een psalm, een lied der inwijding van Davids huis.

  • Ps 86:8-10
    3 verzen
    73%

    8Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken.

    9Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.

    10Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God.

  • 16O HEERE der heirscharen, Gij, God van Israel, Die tussen de cherubim woont! Gij Zelf, Gij alleen zijt de God van alle koninkrijken der aarde; Gij hebt den hemel en de aarde gemaakt!

  • 6Gij zijt die HEERE alleen, Gij hebt gemaakt den hemel, den hemel der hemelen, en al hun heir, de aarde en al wat daarop is, de zeeen en al wat daarin is, en Gij maakt die allen levend; en het heir der hemelen aanbidt U.

  • 1HEERE! Gij zijt mijn God, U zal ik verhogen, Uw Naam zal ik loven, want Gij hebt wonder gedaan; Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastigheid.

  • 13Dat zij den Naam des HEEREN loven; want Zijn Naam alleen is hoog verheven; Zijn majesteit is over de aarde en den hemel.

  • 1Hallelujah! Looft den HEERE uit de hemelen; looft Hem in de hoogste plaatsen!

  • 73%

    2Ik zal den HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen.

  • 6Want de HEERE is hoog, nochtans ziet Hij de nederige aan, en den verhevene kent Hij van verre.

  • 11Nu weet ik, dat de HEERE groter is dan alle goden; want in de zaak, waarin zij trotselijk gehandeld hebben, was Hij boven hen.

  • 6Dies loven de hemelen Uw wonderen, o HEERE! ook is Uw getrouwheid in de gemeente der heiligen.

  • 11O HEERE! wie is als Gij onder de goden? wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder?

  • 8Want God is een Koning der ganse aarde; psalmzingt met een onderwijzing!

  • 4Doch de HEERE in de hoogte is geweldiger dan het bruisen van grote wateren, dan de geweldige baren der zee.

  • 14Ziet, des HEEREN, uws Gods, is de hemel, en de hemel der hemelen, de aarde, en al wat daarin is.

  • 9Aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms; schrikt voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde.

  • 4Aldaar heeft Hij verbroken de vurige pijlen van den boog, het schild, en het zwaard, en den krijg. Sela.

  • 22Daarom zijt Gij groot, HEERE God! Want er is niemand gelijk Gij, en er is geen God dan alleen Gij, naar alles, wat wij met onze oren gehoord hebben.

  • 19De HEERE heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd, en Zijn Koninkrijk heerst over alles.

  • 17Zij zullen zich den gansen dag verheugen in Uw Naam, en door Uw gerechtigheid verhoogd worden.

  • 19Opdat Hij u alzo boven al de volken, die Hij gemaakt heeft, hoog zette, tot lof, en tot een naam, en tot heerlijkheid; en opdat gij een heilig volk zijt den HEERE, uw God, gelijk als Hij gesproken heeft.